<publication xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="https://prgs.nl/pgs/1.0" xsi:schemaLocation="https://prgs.nl/pgs/1.0 pgs-1-0.xsd"><meta><id>af83fc9d-5c13-4c34-9522-81ed7f98e45b</id><state>draft</state><release>PGS 37-1:2023 versie 0.1 (februari 2022)</release><approval>none</approval><deadline/></meta><front><number>37</number><suffix>1</suffix><revision>2023</revision><title>Lithium-houdende energiedragers: Energie Opslag Systemen - EOS</title><subtitle>Richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in Energie Opslag Systemen</subtitle><categories><category id="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074">Alle typicals</category><category id="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96">Typical 1 - Zelfstandig EOS in (aangepaste) container</category><category id="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b">Typical 2 - Energieopslagpark</category><category id="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf">Typical 3 - EOS in de open lucht op basis van modulaire batterijbehuizingen</category><category id="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2">Typical 4 - Mobiel EOS</category><category id="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc">Typical 5 - Inpandig EOS met eigen ruimte</category><category id="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974">Typical 6 - Inpandig EOS in een open ruimte</category></categories></front><preface id="c4227a7a-1b69-4b71-8d29-2e159e96675e"><title>Een PGS-richtlijn	</title><p>Een PGS-richtlijn is een document over activiteiten met gevaarlijke stoffen. In de PGS-richtlijn staan de belangrijkste risico's van die activiteiten voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, veiligheid van de omgeving en de brandveiligheid. Ook staan in een PGS-richtlijn de mogelijke gevolgen van die risico's voor het bestrijden van een ramp. Om de risico's te beheersen en de negatieve effecten voor mens en milieu te beperken zijn doelen geformuleerd. Aan deze doelen zijn maatregelen gekoppeld. Met deze maatregelen kan aan de doelen worden voldaan. Naast de in deze PGS genoemde maatregelen is het mogelijk om gelijkwaardige maatregelen te treffen voor zover de wetgeving dit toelaat.</p><p>Meer informatie over de PGS-organisatie is te vinden op: publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. Daar staan ook de actuele publicaties.</p><heading>PGS Nieuwe Stijl – risicobenadering als basis</heading><p>In 2015 is gestart met een nieuwe opzet van de PGS-richtlijnen: de PGS Nieuwe Stijl. Een PGS Nieuwe Stijl betekent dat maatregelen tot stand zijn gekomen met een risicobenadering. Dit houdt in dat is geanalyseerd welke risico's er zijn bij activiteiten met de gevaarlijke stof. De situaties waarbij het mis kan gaan en die leiden tot ongewenste, gevaarlijke gevolgen, zijn beschreven in scenario´s. Voor deze scenario's zijn doelen geformuleerd gericht op het beheersen van de risico's. Met maatregelen kan een bedrijf aan een doel voldoen.</p><p>De PGS Nieuwe Stijl kent de volgende hoofdelementen: </p><ul><li>de wettelijke kaders; </li><li>de risicobenadering met de scenario's; </li><li>de doelen; </li><li>maatregelen om aan de doelen te voldoen.</li></ul><heading>Onderwerpen en doelstellingen PGS-richtlijn</heading><p>Een PGS-richtlijn geeft invulling aan: </p><ul><li>Omgevingsveiligheid (O) of Brandbestrijding Omgevingsveiligheid (BO); </li><li>Arbeidsveiligheid (A); </li><li>Brandbestrijding en Rampenbestrijding (BR).</li></ul><p>Voor deze onderwerpen zijn de doelstellingen: </p><p><strong>Omgevingsveiligheid</strong>:	Het voorkomen van ongewone voorvallen en het beperken van de gevolgen daarvan voor de omgeving met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving</p><p><strong>Arbeidsveiligheid</strong>:	Het voorkomen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en het beperken van de gevolgen daarvan en het voorkomen van blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen </p><p><strong>Brand- en Rampenbestrijding</strong>: Het beperken van de gevolgen van een brand of ramp en het borgen van een doelmatige rampenbestrijding </p><heading>Organisatie bij het tot stand komen van deze PGS-richtlijn</heading><p>Deze PGS-richtlijn is opgesteld door een team van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de overheid. Vertegenwoordigd zijn: IPO, VNG, Inspectie SZW, Brandweer Nederland, VNO-NCW en MKB-Nederland. In Bijlage H staan de gegevens van de leden van het team dat deze PGS-richtlijn heeft opgesteld.</p><p>Het PGS-team is onderdeel van de PGS Beheerorganisatie. Daaronder vallen alle PGS-teams, het Projectbureau en de Adviesraad. De Programmaraad stuurt de PGS Beheerorganisatie aan.</p><p>Het Bestuurlijk Omgevingsberaad VTH (BOb) heeft deze richtlijn vastgesteld. Het BOb is de opdrachtgever van de PGS Beheerorganisatie. De governance van de PGS Beheerorganisatie is door het BOb vastgelegd.</p><heading>Status van PGS-richtlijnen</heading><p>De partijen van het BOb hebben afgesproken om op de volgende manier om te gaan met de PGS-richtlijnen: </p><ul><li>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bepaalt in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het Besluit activiteiten leefomgeving dat moet worden voldaan aan een PGS-richtlijn, voor zover gericht op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving. Dit zijn direct werkende regels. </li><li>Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wijst deze PGS-richtlijnen in het Besluit kwaliteit leefomgeving aan als informatiedocumenten over de beste beschikbare technieken (BBT). Dit betekent dat het bevoegd gezag verplicht is om bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit rekening te houden met PGS-richtlijnen bij het bepalen van BBT. </li><li>Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid neemt de onderdelen van de PGS-richtlijnen die als stand van de wetenschap en professionele dienstverlening worden gezien, op in de beleidsregel PGS-richtlijnen om aan doelen te voldoen voor arbeidsveiligheid. </li><li>De veiligheidsregio's gebruiken de PGS-richtlijnen als richtlijn bij het adviseren over brandveiligheid in omgevingsvergunningen en bij het voorbereiden van de brand- en rampenbestrijding. </li><li>De toezichthouders van het bevoegd gezag, de Inspectie SZW en de veiligheidsregio's beschouwen de PGS-richtlijnen als een belangrijk referentiekader bij het toezicht op de naleving van wettelijke verplichtingen, zoals de Seveso-richtlijn.</li></ul><p>Deze PGS-richtlijn is door de Programmaraad goedgekeurd voor vaststelling door het BOb op:………  </p><p>Waarna het BOb deze PGS-richtlijn heeft vastgesteld op:……… </p><p>Handtekening voorzitter Programmaraad </p></preface><preface id="3bebc182-8eaf-45b8-8977-f70e686ea473"><title>Leeswijzer</title><heading>Indeling PGS-richtlijn</heading><p>De PGS-richtlijn heeft een deel A, B en C en een aantal bijlagen. Bij elk hoofdstuk en bij elke bijlage staat of de inhoud informatief of normatief is. Alleen de normatieve delen zijn bindend en gelden als eis of voorschrift. Met het voldoen aan de maatregelen in deze PGS wordt voldaan aan de in deze PGS opgenomen doelen.</p><heading>Deel A: Inleidende onderwerpen</heading><p>Deel A is voor het grootste deel <strong>informatief</strong> en bevat informatie over de (activiteiten met) gevaarlijke stof, het toepassingsbereik en de risicobenadering met de scenario's. Alleen <link idref="0eaff4f3-acc3-4fae-a920-3e0128bfc18e"/>, met het toepassingsbereik van deze PGS-richtlijn, is <strong>normatief</strong>.</p><ul><li><link idref="57b9d82c-bcc2-4257-8645-feff178605c7"/> bevat een algemene inleiding op deze PGS-richtlijn.</li><li><link idref="0eaff4f3-acc3-4fae-a920-3e0128bfc18e"/> beschrijft de reikwijdte en het toepassingsbereik. Dit is normatief.</li><li><link idref="a0bf3096-586d-45ce-82cc-d7765e7cc547"/> bevat algemene informatie over lithium-houdende energiedragers en energie opslagsystemen.</li><li><link idref="eafd7b2f-b753-4580-b56b-5a2d29f2295a"/> beschrijft het basisveiligheidsniveau en geeft algemene informatie over de risicobenadering.</li><li><link idref="c1ca9c54-fbe7-4f27-b500-36ece48f18ac"/> bevat een beschrijving van de scenario's.</li></ul><heading>Deel B: Doelen en maatregelen</heading><p>Deel B is <strong>normatief</strong>. In deel B staat het wettelijk kader, de doelen en maatregelen om hoog en middelhoog risico-scenario’s te voorkomen en beperken </p><ul><li><link idref="e713f51e-351a-465a-a3e0-9765a5030093"/> bevat een richtingaanwijzer wet- en regelgeving. Deze richtingaanwijzer maakt duidelijk op grond van welke wetgeving aan welke maatregelen in deze PGS-richtlijn moet worden voldaan.</li><li><link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/> beschrijft de doelen en geeft aan welke maatregelen invulling geven aan het doel.</li><li><link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> bevat maatregelen. Daarnaast staat bij elke maatregel voor welk scenario de maatregel relevant is en aan welke doelen de maatregel invulling geeft.</li></ul><heading>Deel C: Informatie bij implementatie</heading><p>Deel C van de richtlijn is <strong>informatief</strong>. Deel C is bedoeld voor extra informatie over het onderwerp van deze PGS-richtlijn. Het gaat om informatie die niet in deel B past, maar die wel helpt bij het omgaan met deze PGS-richtlijn. Voorbeelden van onderwerpen in deel C zijn uitleg over geaccepteerde praktijken of een toelichting op onderwerpen die in andere wetten en regels vastliggen.</p><p>Deel C van deze richtlijn bevat informatie over: </p><ul><li><link idref="b6141467-ed15-4103-8681-09473bd70e8b"/>: Gelijkwaardige maatregelen</li></ul><heading>Bijlagen</heading><p>Deze PGS bevat bijlagen. De teksten in deel A, B en C kunnen naar die bijlagen verwijzen. Een bijlage is <strong>informatief</strong> of <strong>normatief</strong>. Dit staat bij elke bijlage aangegeven.</p><p>De volgende bijlagen zijn normatief: </p><ul><li><link idref="bf2d30a1-c994-4529-9f76-795d22f93346"/>: Afkortingen en begrippen; </li><li><link idref="adc788e1-66fd-45f0-b222-fbf95e0e55ce"/>: Normatieve documenten en normen. Deze bijlage bevat documenten en normen waar de maatregelen in deze PGS naar verwijzen. Daar staat ook de versie van de norm bij; </li><li><link idref="8050d555-be6b-4ed7-a15c-108316040dc6"/>: Implementatietermijnen in bestaande situaties.</li></ul><heading>Informatiebronnen </heading><p>In deze PGS zijn wetten en andere informatiebronnen genoemd. Een overzicht hiervan staat in <link idref="a9f9470a-f79c-4f94-a0f4-546754debc61"/>. Daar staat ook waar deze wetten en informatiebronnen te vinden of verkrijgen zijn.</p></preface><section id="57b9d82c-bcc2-4257-8645-feff178605c7"><title>Inleiding</title><section id="55e80949-2bfd-4290-bd02-49f8b73a0922"><title>Doel van de richtlijn</title><p>Het doel van deze PGS-richtlijn is om vast te leggen met welke maatregelen de risico's van lithium-houdende energieopslagsystemen te beheersen zijn. Deze maatregelen zijn gebaseerd op een risicobenadering die uitgaat van scenario's die zich voor kunnen doen. Op basis van de scenario's zijn doelen geformuleerd waarmee wordt beoogd een aanvaardbaar veiligheidsniveau te creëren. Uit de doelen zijn vervolgens maatregelen afgeleid. Deze maatregelen verkleinen de kans op een incident, of voorkomen of beperken de nadelige gevolgen van een incident. Informatie over de risicobenadering staat in <link idref="eafd7b2f-b753-4580-b56b-5a2d29f2295a"/> van deze richtlijn.</p></section><section id="0eaff4f3-acc3-4fae-a920-3e0128bfc18e" normative="true"><title>Toepassingsbereik van de richtlijn</title><p>Deze PGS-richtlijn is van toepassing op een specifieke subset van energieopslagsystemen (EOS’en), namelijk EOS’en bestaande uit lithium-houdende oplaadbare energiedragers die (in groepen) elektrisch met elkaar zijn verbonden met een totaal opgesteld vermogen in een ruimte van meer dan 20 kWh.  </p><p>Daarnaast bestaat het EOS uit secundaire componenten zoals ventilatie en technische beveiliging. Een Batterij Management Systeem (BMS) zorgt voor de goede en veilige werking van het EOS en maakt daar onlosmakelijk deel van uit.</p><p>Deze PGS is van toepassing op het EOS, inclusief randapparatuur en het Batterij Management Systeem (BMS) vanaf het moment dat de EOS in gebruik wordt genomen. Zodra het EOS van elektrische lading wordt voorzien wordt dit beschouwd als in gebruik genomen.</p><p>Deze PGS is van toepassing op zowel nieuwe, gebruikte als afgedankte EOS’en (afvalstadium) tot het moment dat de EOS buiten werking wordt gesteld. Deze EOS’en zijn bedoeld om stationair te functioneren, maar zijn mogelijk ook verplaatsbaar (bijvoorbeeld EOS’en die worden ingezet voor de verhuur). Deze PGS is tevens van toepassing op het EOS-deel van systemen waarin een EOS verwerkt is, zoals hybride aggregaten. De locatie en de wijze waarop de EOS gebruikt wordt, is niet van invloed op de toepasbaarheid van deze PGS. Deze EOS'en kunnen zowel inpandig, uitpanding (bijvoorbeeld in een container), op een dak of aan de buitengevel zijn geplaatst.  </p><p>In het toepassingsgebied wordt specifiek verwezen naar lithium-bevattende energiedragers omdat deze in het geval van een accident een thermal runaway reactie kunnen ontwikkelen. De kans op een thermal runaway is sterk afhankelijk van het ontwerp en de chemische samenstelling van de energiedragers. Een aantal maatregelen die genoemd worden in deze PGS is daarom niet, of verminderd, van toepassing op aantoonbaar intrinsiek veilige systemen.</p><p>In het kader van het beheersbaar en bestrijdbaar zijn van branden mag het maximaal opgestelde vermogen niet groter zijn dan 100 MW.  Nieuwbouw van grotere installaties vereist maatwerk waarvoor een risicoanalyse moet worden uitgevoerd met betrekking tot het beheers- en bestrijdbaar zijn van branden en afstemming hiervan met de brandweer en in lijn met de PGS37-1.  </p><p>Deze richtlijn is in principe van toepassing voor alle vormen van elektrische energieopslag waarbij lithium bevattende oplaadbare energiedragers worden toegepast. Er zijn echter een aantal uitzonderingen.</p><p>Deze PGS-richtlijn is niet van toepassing op:  </p><ul><li>Systemen die gebruikt worden door particulieren, tenzij deze een energieopslagcapaciteit hebben groter dan 20 kWh, waarbij opgemerkt wordt dat het aan te bevelen is de te nemen maatregelen wel toe te passen </li><li>Het gebruik van flowbatterijen </li><li>Het gebruik van solid-state batterijen </li><li>Het gebruik van condensatoren </li><li>Elektrische motorrijtuigen als onderdeel van een EOS (geïntegreerd in een smart grid). Uit voertuigen gedemonteerd lithium-houdende energiedragers die in een EOS worden toegepast vallen wel onder deze richtlijn</li></ul><p>Deze richtlijn gaat niet in op de emissies naar bodem, water en lucht. Eisen over emissies naar bodem, water en lucht staan in de regels op grond van de Omgevingswet. Wel zijn bodem-, water- en luchtaspecten genoemd als dit consequenties heeft voor de veiligheid en gezondheid van werknemers en voor de veiligheid van de omgeving. Een voorbeeld is een plas met gevaarlijke stoffen. Dit heeft niet alleen risico’s voor de bodem. De gevaarlijke stof kan namelijk ook uitdampen of in brand raken en schadelijke effecten hebben op de veiligheid en gezondheid van werknemers of de omgeving. De maatregel van een lekbak heeft dan meerdere doelen.</p></section><section id="b24f87b2-f8f4-4fc8-816e-df35c4eb1b08"><title>Relatie met wet- en regelgeving</title><heading>Wettelijke basis PGS </heading><p>Deze PGS-richtlijn geeft een nadere uitwerking van wettelijke voorschriften op grond van de Omgevingswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio’s.</p><p>In <link idref="e713f51e-351a-465a-a3e0-9765a5030093"/> staat een toelichting op de relatie met deze wetgeving. Ook staat in <link idref="e713f51e-351a-465a-a3e0-9765a5030093"/> een richtingaanwijzer waarmee duidelijk wordt welke maatregelen een bedrijf moet treffen op grond van deze wettelijke kaders.</p><heading>Direct werkende wetten en regels</heading><p>Naast de eisen in deze PGS-richtlijn zijn er ook andere wetten en regels waaraan een activiteit moet voldoen. Een voorbeeld daarvan is de Warenwet met bijbehorende Warenwetbesluiten. <link idref="27ebd129-798f-4cfe-abf1-dba02f4e7685"/> bij deze PGS-richtlijn bevat meer informatie over de wet- en regelgeving die van toepassing kan zijn op de activiteit uit deze PGS-richtlijn.</p><p>Deze PGS-richtlijn bevat naast de PGS-eisen (in blauwe kaders) ook een aantal maatregelen waaraan een bedrijf op grond van andere wetten en regels al moet voldoen. Dit is om de PGS-richtlijn beter leesbaar en toepasbaar te maken. Dit geeft voor een bepaald onderwerp een vollediger beeld van maatregelen die invulling geven aan de doelen.</p><p>De maatregelen die al zijn verankerd in direct werkende wetten en regels, hebben een aparte status binnen deze PGS-richtlijn. Een bedrijf moet op grond van deze andere wetten en regels al aan deze maatregelen voldoen. Deze maatregelen zijn in de PGS-richtlijn te herkennen aan een oranje kader.</p></section><section id="adcd9309-d5e0-47fb-a2b0-dbfc1c6797b5"><title>Overgangstermijnen</title><p>In <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> staan maatregelen. Deze maatregelen geven een invulling aan de stand van de techniek en de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening.</p><p>Nieuwe activiteiten moeten direct voldoen In <link idref="8050d555-be6b-4ed7-a15c-108316040dc6"/> staat voor bestaande activiteiten (bestaande EOS’en) binnen welke termijn de activiteiten moeten voldoen aan de nieuwe maatregelen.</p></section><section id="68a2233d-441f-4bab-8f8e-536ae57c8519"><title>Gebruik van normen</title><p>Als deze PGS-richtlijn verwijst naar een norm (zoals NEN, EN, of ISO) of een ander normdocument of een andere specificatie, gaat het om de uitgegeven publicatie, inclusief wijzigings- of correctiebladen, zoals die op het moment van de publicatie van deze PGS-richtlijn luidde. Dit staat in <link idref="adc788e1-66fd-45f0-b222-fbf95e0e55ce"/> van deze PGS-richtlijn.</p><p>Normen, zoals NEN, EN of ISO of andere normdocumenten of specificaties, worden periodiek opnieuw beoordeeld en zo nodig herzien. De veranderingen zijn vaak beperkt. Wanneer alle bestaande bedrijven toch direct aan de nieuwste versie moeten voldoen, kan dat grote (financiële) gevolgen hebben. Voldoen aan de nieuwste versie hoeft niet per definitie te leiden tot een verbetering van het veiligheidsniveau.</p><p>In <link idref="adc788e1-66fd-45f0-b222-fbf95e0e55ce"/> staat daarom bij de normen waar deze PGS-richtlijn naar verwijst, ook een jaartal. Het gaat om de versie van de norm met dat jaartal, inclusief wijzigings- of correctiebladen. Dat betekent dat deze versie blijft gelden zolang de PGS-richtlijn op dit punt niet is gewijzigd.</p><heading>Uitzondering voor normen via andere wetten en regels</heading><p>Soms zijn normen rechtstreeks van toepassing. Bijvoorbeeld omdat andere wetten en regels naar die norm verwijzen. Dat geldt bijvoorbeeld voor normen die horen bij bindende Europese regels. Voor die normen geldt dat de versie die in die wetten en regels staat, bepalend is.</p></section></section><section id="a0bf3096-586d-45ce-82cc-d7765e7cc547"><title>Beschrijving lithium-houdende energiedragers in EOS’en</title><section id="017644ac-8b31-45b4-b3dd-0b57a5750a76"><title>Over lithium-houdende energiedragers</title><section id="58e23ca3-b874-4337-9733-6bb517836a84"><title>Algemene informatie</title><p>Aan een EOS zijn diverse typen gevaren verbonden, zoals: </p><ul><li>Gevaren van het instabiel worden van de energiedrager </li><li>Gevaren van het vrijkomen van het elektrolyt </li><li>Elektrische gevaren </li></ul><p>Deze PGS richtlijn richt zich op de specifieke gevaren van de toepassing van lithium-houdende energiedragers.  Overige gevaren, zoals elektrische gevaren, worden alleen meegenomen voor zover zij een direct effect hebben op de lithium houdende energiedrager. Overige elektrische gevaren, zoals bijvoorbeeld kortsluiting of contact met spanning voerende delen, zijn reeds geregeld in andere wet- en regelgeving, zoals de Arbowetgeving en productwetgeving (o.a. het Warenwetbesluit elektrisch materiaal). Zie <link idref="e713f51e-351a-465a-a3e0-9765a5030093"/> voor de relatie met wet- en regelgeving.</p></section><section id="c82936d3-5a7e-4c4a-b53e-9a48b11e13fd"><title>Gevaren van lithium-houdende energiedragers  </title><p>Het primaire gevaar verbonden aan het gebruik van lithium-houdende energiedragers is het kunnen optreden van een zogeheten thermal runaway.</p><p>Een thermal runaway is een ongecontroleerde toename in temperatuur als gevolg van een grotere warmteproductie dan warmteafvoer. De temperatuurtoename is bij een thermal runaway het gevolg van een positief feedbackmechanisme. Een toename in de temperatuur leidt tot een toename van de reactiesnelheid en bijgevolg (in het geval van een exotherme reactie) tot een toename van de warmteproductie. Als deze extra warmte niet of niet snel genoeg afgevoerd kan worden, stijgt de temperatuur van het reactiemengsel, waardoor de reactiesnelheid en de warmteproductie verder toenemen.  </p><p>Een thermal runaway reactie leidt tot een zeer snelle toename van de druk en de temperatuur en bijgevolg een ontleding, een explosie en/of brand van de energiedrager, waarbij zeer giftige pyrolyseproducten vrijkomen. Stoffen die kunnen vrijkomen zijn onder meer oplosmiddelen, koolmonoxide en HF (waterstoffluoride) waarbij in geval van blootstelling, afhankelijk van de concentraties, ernstige gezondheidseffecten kunnen optreden. Er kunnen overigens nog vele andere gevaarlijke stoffen vrijkomen die in de anode en kathode zijn verwerkt, afhankelijk van de hoogte van de temperatuur van de thermal runaway.</p><p>Bij het blussen kan corrosief en giftig bluswater ontstaan waarbij ingezet personeel van de brandweer, andere hulpverleners, omstanders en bewoners blootgesteld kunnen worden.  Een ander gevaar van de toepassing van lithium-houdende energiedragers is het vrijkomen van het elektrolyt in geval van beschadiging van de omhulling van de energiedrager. Zie <link idref="e76a3e2c-6da8-4899-a1e5-a4c92a73603b"/> waarin de meeste denkbare stoffen die vrij kunnen komen zijn opgenomen.</p><p>Hoewel lithium-houdende energiedragers al lange tijd bestaand, is de toepassing van deze energiedragers recent sterk toegenomen. Dit betekent ook dat er een flinke impuls is gegeven aan onderzoek en innovatie in dit vakgebied, Het veiligheidsaspect is in deze onderzoeken een belangrijk aandachts- en ontwikkelpunt. Innovatieve energiedragers die na publicatie van deze PGS op de markt komen hebben daarom mogelijk een verminderd risicoprofiel. Bij de beoordeling van een lithium-houdende EOS moet daarom een goede analyse gemaakt worden van de specifieke veiligheidsrisico's van de in het EOS toegepaste energiedragers en de chemische samenstelling van die energiedragers. Vervolgens moeten de maatregelen in deze PGS toegepastworden die proportioneel zijn aan de risico's.</p></section></section><section id="811ff345-4502-4f6b-b41b-4f7ac5830207"><title>Over het EOS</title><section id="348d1b5b-6a19-4ad8-8ae9-d43965ea5bdc"><title>Algemene beschrijving EOS</title><p>In een EOS kunnen grote hoeveelheden energie worden opgeslagen in energiedragers.   EOS-en worden ook toegepast om bijvoorbeeld dieselaggregaten te vervangen op festivals en als energiedrager voor e-schepen.  De hoeveelheden elektrische energie die in een EOS kunnen worden opgeslagen, kunnen sterk variëren. Ongeacht de toepassing is het doel van alle EOS’en gelijk: tijdelijk elektrische energie opslaan als er te veel van voorhanden is en deze energie weer afgeven op momenten dat deze niet of minder voorhanden is. Daarnaast kan het EOS kan ook worden ingezet als stabilisatie van het elektriciteitsnet of om een schip aan te drijven. Daarbij wordt het EOS in de haven verwisseld en het ‘lege’ EOS weer aan wal opgeladen</p></section><section id="4eccbdd8-4518-4d00-a210-cd9cf2bf7d13"><title>Onderdelen van de EOS</title><p>Globaal bestaat een EOS uit de volgende onderdelen: </p><ul><li>Energiedragers; </li><li>Batterij Management Systeem; </li><li>Overige voorzieningen voor de goede en veilige functionering van een EOS zoals ventilatie, detectiesystemen, koeling en elektrische installaties.</li></ul><p>In figuur 1 is een schematische weergave gegeven van een EOS en de bijbehorende installatieonderdelen.</p><figure id="4277a187-ba12-4af2-94bd-c8281c7494c4"><caption>Schematische weergave EOS</caption><img src="efab016a-b904-470c-842b-31151aee1ba9"/></figure><p>Ter bepaling en beoordeling van de relevante risico’s zijn typicals van veel voorkomende EOS’en gedefinieerd. Een typical is een vereenvoudigde weergave van een installatie, toepassing van een installatie of een onderdeel van een installatie.</p><p>Het doel van de typicals is om de meest voorkomende EOS’en en toepassingen te beschrijven en voor deze EOS’en de risico’s en daarbij behorende doelen en maatregelen te bepalen.</p><p>Voor EOS’en die niet vallen onder één van de typicals, maar die wel vallen binnen het toepassingsbereik van de richtlijn zoals beschreven in <link idref="0eaff4f3-acc3-4fae-a920-3e0128bfc18e"/>, is maatwerk vereist.</p></section><section id="3254335d-5b82-44ed-935e-827ad299e39a"><title>Typicals</title><p>Binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn zijn de volgende typicals onderscheiden: </p><p>Typicals op basis van behuizing: </p><ol><li>Zelfstandig EOS in aangepaste container </li><li>Energieopslagpark  </li><li>EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen </li></ol><p>Typicals op basis van plaatsing: </p><ol><li>Mobiel EOS </li><li>Inpandig EOS met eigen ruimte </li><li>Inpandig EOS in een open ruimte </li></ol><p>In het kader van de risicobenadering is de typical “Zelfstandig EOS in aangepaste container” geselecteerd als basis typical en de overige uitvoeringen als zogenaamde delta typicals.</p><p><em>Opmerking: de hieronder getoonde foto’s typicals zijn illustratief voor de betreffende typical en niet als voorbeeld van een correcte uitvoering.</em></p><heading>Typical 1: Zelfstandig EOS in (aangepaste) container – basis typical</heading><p>Het zelfstandig EOS in aangepaste container, of andere behuizing, met een maximaal opgesteld vermogen van 5MW   is de basis typical die als uitgangspunt is genomen voor de risicobenadering en de bepaling van de relevante scenario’s zoals beschreven in <link idref="eafd7b2f-b753-4580-b56b-5a2d29f2295a"/>.</p><p><em>Kenmerken typical 1: </em></p><ul><li>Stationair opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een aangepaste container </li></ul><p>Toegepast bijvoorbeeld als opslag van windenergie, <link idref="a9ba6486-70d7-4484-8287-b6b5beaf3e7b"/>.</p><figure id="a9ba6486-70d7-4484-8287-b6b5beaf3e7b"><caption>PV- en windenergie opslag</caption><img src="7acc3a66-3d52-4e94-be52-374e2d28de8e"/></figure><heading>Typical 2: Energieopslagpark</heading><p>In afwijking van de basis typical worden meerdere zelfstandige EOS’en in aangepaste containers, of andere behuizing,  op één locatie aan elkaar gekoppeld samen een systeem vormend. In deze opstelling kunnen de PCSs (Power Conversion Systems) ondergebracht zijn in één of meerdere losstaande containers of bouwwerken.</p><p><em>Kenmerken typical 2: </em></p><ul><li>Stationair opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een aangepaste container </li><li>Meerdere gekoppelde EOS’en  </li></ul><p>Toegepast bijvoorbeeld als EOS  bij een zonne- of windmolenpark, <link idref="d780543b-1ba1-40b1-842a-b75b4aa91364"/>. </p><figure id="d780543b-1ba1-40b1-842a-b75b4aa91364"><caption>Energieopslagpark</caption><img src="82fe4a57-d7e2-4686-9f62-c824d28c8abf"/></figure><heading>Typical 3: EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen </heading><p>In afwijking van de basis typical wordt in deze opstelling wordt geen gebruik gemaakt van containers met daarin rekken met energiedragers. Deze behuizing is specifiek ontwikkeld voor de energiedrager. Energieconversiesystemen zijn ondergebracht in een andere behuizing.</p><p><em>Kenmerken typical 3: </em></p><ul><li>Stationair opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een speciaal voor het EOS bedoelde behuizing </li><li>Meerdere gekoppelde EOS’en </li></ul><p>Toegepast bijvoorbeeld als netstabilisatie of arbitrage in het elektriciteitsnet, <link idref="485eb93a-354d-466f-8c11-2a91eb616e4b"/></p><figure id="485eb93a-354d-466f-8c11-2a91eb616e4b"><caption>EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen</caption><img src="e32eb788-13aa-4b02-93cf-920881b982f9"/></figure><heading>Typical 4: Mobiel EOS</heading><p>In afwijking van de basis typical is dit EOS bedoeld om tijdelijk gebruikt te worden op locatie. Een mobiel EOS heeft geen permanente standplaats. Er is op deze locatie geen vaste fundering en infrastructuur voor het EOS aanwezig. </p><p>Kenmerken typical 4: </p><ul><li>Mobiel opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een aangepaste container </li><li>Opgesteld in de open lucht of inpandig tijdens de bouwfase op een goed geventileerde plaats</li></ul><p>Toegepast bijvoorbeeld  op evenementen of bouwlocaties, <link idref="41cb10e4-1ea9-4064-8581-5524967590aa"/>, maar ook om binnenvaartschepen te elektrificeren. </p><figure id="41cb10e4-1ea9-4064-8581-5524967590aa"><caption>Mobiel EOS</caption><img src="da0d28c4-2285-47be-80b0-14b250d887e7"/></figure><p><em>Subcategorieën van deze typical zijn:</em> </p><ul><li>Mobiele EOS op een verrijdbaar onderstel, gemonteerd op een aanhangwagen of voertuig,  <link idref="67bcd72e-5a94-4f05-ba99-2e038aff1bdd"/>. Een EOS-achtige toepassing waar gebruik wordt gemaakt van de lithium-ion tractiebatterij van het voertuig valt buiten de werkingssfeer van deze PGS. Het bevoegd gezag zal bij de beoordeling daarvan maatwerk moeten verrichten.</li></ul><figure id="67bcd72e-5a94-4f05-ba99-2e038aff1bdd"><caption>Mobiel EOS op een verrijdbaar onderstel</caption><img src="7c38dda4-7a14-42fb-abd6-4fc4a2981ad6"/></figure><ul><li>Kleinschalige (20kWh&lt;capaciteit&lt;100kWh) mobiele EOS'en, <link idref="7ca0187a-74f0-430d-bebd-a6c12393a350"/></li></ul><figure id="7ca0187a-74f0-430d-bebd-a6c12393a350"><caption>Kleinschalig mobiel EOS</caption><img src="641e2c93-0164-4a58-864d-2f92cbeb8dcd"/></figure><ul><li>Hybride (waterstof/diesel) aggregaten: combinatie tussen een aggregaat en een EOS <link idref="2070cd14-1cd5-4f9f-9a33-669855fa6f2a"/></li></ul><figure id="2070cd14-1cd5-4f9f-9a33-669855fa6f2a"><caption>Hybride systemen</caption><img src="3add2b2a-d50b-4685-bb90-0053d2ac801a"/></figure><ul><li>Geïntegreerd systeem zon-pv en opslag, <link idref="0e741e74-6956-4b47-9db6-b838e2611b79"/>)</li></ul><figure id="0e741e74-6956-4b47-9db6-b838e2611b79"><caption>Geïntegreerd systeem</caption><img src="ff7699a2-a9ff-4811-afa0-6ec2ce1790c9"/></figure><heading>Typical 5: Inpandig EOS met eigen ruimte</heading><p>In afwijking van de basis typical wordt dit EOS geplaatst in een specifieke energieopslagruimte binnen een gebouw. De energieconversiesystemen kunnen zowel in de energiedragerruimte als daarbuiten geplaatst zijn.</p><p><em>Kenmerken typical 5: </em></p><ul><li>Stationair opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een eigen ruimte</li><li>Maximaal opgesteld vermogen 5 MW per gebouwdeel </li></ul><p>Toegepast bijvoorbeeld als noodstroomvoorziening of als energieopslag vanwege het grootschalig opwekken van energie via PV-panelen voor eigen gebruik, <link idref="70f5496f-6d82-4b6b-a831-308c92a27f84"/></p><figure id="70f5496f-6d82-4b6b-a831-308c92a27f84"><caption>Inpandig EOS met eigen ruimte</caption><img src="95281beb-fef3-41b5-aa1a-d83f3741b29d"/></figure><heading>Typical 6: Inpandig EOS in een open ruimte</heading><p>In afwijking van de basis typical is dit EOS bedoeld als klein EOS (met totaal opgesteld vermogen &gt;20kWh) in een specifieke behuizing voor plaatsing in een open ruimte binnen een gebouw.</p><p><em>Kenmerken typical 6: </em></p><ul><li>Stationair opgesteld EOS </li><li>Opgesteld in een ruimte die primair voor een andere functie bedoeld is op maaiveldniveau</li><li>Maximale bezetting ruimte 1 persoon per 50m<sup>2</sup> bruto vloeroppervlakte of een specifieke gebruikersfunctie</li></ul><p>Typische toepassing van deze EOS is als energievoorziening (snelladen) voor vorkheftrucks, <link idref="07b4c076-a08f-4485-9791-8b2b44235aea"/>. Hierdoor wordt voorkomen dat het elektriciteitsnet vanwege het snelladen  onevenredig wordt belast.  </p><figure id="07b4c076-a08f-4485-9791-8b2b44235aea"><caption>Inpandig EOS in open ruimte</caption><img src="f7244e5e-a5aa-4637-9a85-ef05dc86fe91"/></figure></section><section id="753dafe6-32bb-43f4-a95e-b690c74b3626"><title>Hergebruikte energiedragers</title><p>Bij toepassing van hergebruikte (“Second-use”) energiedragers in één van de gedefinieerd typicals wordt uitgegaan dat het risico vergelijkbaar is met nieuwe energiedragers mits aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan voor de juridische en technische aspecten.</p><p><em>Juridisch aspect</em> </p><p>De producentenverantwoordelijkheid moet op een correcte manier worden gedragen dan wel overgedragen. Doorgaans is de originele fabrikant akkoord met het her-toepassen van een energiedrager, maar niet met het dragen van de producentenverantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid kan op twee manieren geregeld worden:</p><al><li>Producent behoudt de producentenverantwoordelijkheid en daarmee het risico op het her-toepassen van de energiedrager. Het product wordt dan als hergebruikte energiedrager op de markt gezet.</li><li>Producent draagt de producentenverantwoordelijkheid over naar een door de overheid erkend recycle bedrijf die het afval weer product mag noemen (aangemerkt als einde afval). De originele producent heeft aan zijn recycle verplichting voldaan en de nieuwe producent (product hergebruik) draagt de producentenverantwoordelijkheid.</li></al><p><em>Technisch aspect</em> </p><p>De nieuwe producent zal naar juiste kennis en kunde moeten handelen en de hergebruikte energiedrager toepassen zoals dit door de originele producent is ontworpen. Daar deze ‘tweede gebruiker’ doorgaans niets veranderd aan de chemische samenstelling van het product is het van uiterst belang dat deze de cellen binnen de door de fabrikant vastgestelde parameters gebruikt. Hier moet ook rekening gehouden worden met de door de fabrikant vastgestelde acceptabele bandbreedtes van toenemende interne weerstand, warmte ontwikkeling en cel vermorsingen. Het is daarmee ook cruciaal dat de tweede gebruiker kennis heeft van en toegang heeft tot informatie over de originele energiedrager. Automotive accu's bijvoorbeeld, worden ontworpen door fabrikanten specifiek voor de betreffende auto of toepassing. Waardoor over de jaren erg veel verschillende samenstellingen zijn ontstaan.  </p><p>Een volgende belangrijke factor is dat de tweede gebruiker het originele BMS of vergelijkbaar BMS toepast en rekening houdt met de door de originele fabrikant toegepaste temperatuur sensoren.</p><p>Het is ten zeerste afgeraden dat de tweede gebruiker overige onderdelen van het ‘pack’ nogmaals gaat toepassen, tenzij de originele fabrikant dit toestaat. Om verschillende redenen zijn packs afgedankt en dat is veel gevallen niet dankzij de energiedrager zelf, maar door aanvullende elektronica. Hierbij moet gedacht worden aan schakelaars en sensoren.</p><p>Een energiedrager kan veilig hergebruikt worden als deze tijdens prestatietesten resultaten laat zien in lijn met deze van de originele fabrikant.</p></section></section></section><section id="eafd7b2f-b753-4580-b56b-5a2d29f2295a"><title>Risicobenadering</title><section id="d77593ef-bb56-4c0d-9b22-4433fe004389"><title>Basisveiligheidsniveau</title><p>Bij het uitvoeren van de activiteiten die vallen onder het toepassingsbereik van deze PGS-richtlijn, wordt ervan uitgegaan dat een basisveiligheidsniveau aanwezig is. Dit is op te delen in vier soorten maatregelen: </p><ul><li>beschermende maatregelen die volgens wet- en regelgeving standaard bij de activiteiten nodig zijn; </li><li>maatregelen die volgens bewezen en geaccepteerde goede praktijken niet weg te denken zijn. Dit zijn maatregelen voor ontwerp, constructie, in bedrijf nemen, gebruik, onderhoud of modificatie, inspectie en uit bedrijf nemen; </li><li>good housekeeping. Dit is een begrip dat staat voor de algemene zorg bij, netheid en orde van een activiteit of een bedrijfsonderdeel. Good housekeeping is een belangrijke factor bij het voorkomen van gevaarlijke situaties. Er wordt vanuit gegaan dat een bedrijf deze zaken op orde heeft, zoals ook is beschreven in de zorgplichtartikelen van de Omgevingswet en de Arbeidsomstandighedenwet; </li><li>maatregelen goed vakmanschap. Dit staat voor vaardigheden van werknemers om kwalitatief goed werk te leveren, en daarbij veilig en gezond te werken.</li></ul><p>Uitgangspunt is dus dat een bedrijf met bovenstaande maatregelen in werking is.</p><p>In deel C staat meer uitleg over maatregelen die horen bij het basisveiligheidsniveau.</p></section><section id="efc714fe-6bb0-48a8-ac21-dfcbcf07a973"><title>Risicobenadering</title><heading>Risicobenadering als basis</heading><p>Deze PGS-richtlijn is gebaseerd op een risicobenadering waarbij op een systematische manier doelen en maatregelen zijn geformuleerd. Op basis van kennis en kunde van deskundigen van bedrijfsleven en overheid zijn verschillende scenario's geïdentificeerd. Een scenario is een reeks opeenvolgende gebeurtenissen die leiden tot een ongewenste (gevaarlijke) gebeurtenis.</p><p>Het risico is altijd een combinatie van de ernst van de gevolgen (effect) van een (ongewenste) gebeurtenis en de waarschijnlijkheid (kans) dat de gebeurtenis zich voordoet: risico = kans × effect.</p><p>De kans is aangeduid met de cijfers 1 voor kleine kans tot en met 5 voor de grootse kans. Het effect is aangeduid met de letters A voor klein effect tot en met E voor het grootste effect. Scenario's met de kleinste kans of met het kleinste effect worden beschouwd als scenario met een laag risico. Deze staan niet in de PGS-richtlijn. De scenario's met een middelhoog tot hoog risico zijn in deze PGS-richtlijn beschreven.</p><p>Op basis van een scenario is een doel beschreven om ervoor te zorgen dat: </p><ul><li>de kans op de ongewenste gebeurtenis zo veel mogelijk wordt beperkt, en </li><li>de nadelige gevolgen van de ongewenste gebeurtenis worden voorkomen of zo veel mogelijk worden beperkt.</li></ul><p>Soms zijn er meerdere scenario's die met hetzelfde doel kunnen worden gedekt. Per doel zijn er een of meer maatregelen uitgewerkt die er samen voor moeten zorgen dat aan het doel wordt voldaan. Een maatregel kan van belang zijn voor meerdere doelen. De risicobenadering geeft de gebruiker van de PGS-richtlijn meer inzicht in het 'waarom' van opgenomen maatregelen.</p><heading>Methode</heading><p>Voor de risicobenadering zijn verschillende methodes mogelijk. Vaak is de SWIFT-methode gebruikt. SWIFT staat voor <strong>S</strong>tructured <strong>W</strong>hat <strong>If T</strong>echnique. Deze methode is gebruikt in combinatie met scenario-identificatie op basis van verschillende bronoorzaken afkomstig uit de HAZOP-methode. HAZOP staat voor <strong>Haz</strong>ard en <strong>Op</strong>erability.</p><p>Meer informatie over de gebruikte methodes staat in de <a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/handreikingen/page-2018-03-13-140757.html">Handreiking generieke risicobenadering</a>. </p><heading>Scenario's met laag risico</heading><p>Scenario's met een laag risico worden niet in deze PGS-richtlijn behandeld. Dit betekent niet dat een bedrijf daar geen aandacht aan hoeft te besteden. Maatregelen voor scenario's met een laag risico kunnen ook door andere wetten, regels, richtlijnen of afspraken worden geborgd.</p><heading>Risicoanalyse verplicht volgens wetgeving</heading><p>De scenario's in deze PGS-richtlijn horen bij de risicoanalyse die het PGS-team heeft uitgevoerd. Voor sommige activiteiten geldt ook een wettelijke plicht om een risicoanalyse uit te voeren. Bedrijven zijn bijvoorbeeld op grond van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 (WBDA 2016) verplicht om voor installaties die hieronder vallen een risicoanalyse uit te voeren. De risicoanalyse van het PGS-team komt niet in de plaats van deze verplichte risicoanalyse.</p><heading>Scenario's die niet zijn uitgewerkt</heading><p>Scenario's gaan uit van ongewenste gebeurtenissen. Bij het identificeren van scenario's zijn niet alle ongewenste gebeurtenissen meegenomen. Terrorisme en neerstortende vliegtuigen zijn daar voorbeelden van. Scenario's die voortkomen uit natuurgeweld, zijn als dat relevant is wel benoemd, maar niet verder uitgewerkt in doelen en maatregelen. De enige uitzondering is blikseminslag. Voor natuurgeweld, zoals overstromingen en aardbevingen, geldt dat de kans hierop afhangt van de locatie van de activiteit. Bedrijven moeten zelf beoordelen of er een verhoogde kans is op aardbevingen of overstromingen en ook wat de gevolgen van zo'n gebeurtenis kunnen zijn voor de veiligheid. Aan de hand daarvan kan een bedrijf in overleg met het bevoegd gezag vaststellen welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen te beperken.</p><p>Bedrijven die onder de Seveso-richtlijn vallen en worden beschouwd als hogedrempelinrichting, moeten in het veiligheidsrapport ingaan op natuurlijke oorzaken van zware ongevallen, zoals aardbevingen of overstromingen.</p><heading>Aanpak risicobenadering PGS 37-1</heading><p>Een toelichting op de PGS-risicobenadering en hoe de PGS-teams deze hebben aangepakt, staat in de Handreiking generieke risicobenadering.</p><p>De risicobenadering is uitgevoerd in sessies met het PGS 37-1 team, <link idref="3371528d-affe-4d6d-b71a-0765c905209c"/>, onder begeleiding van een externe deskundige, en is gebaseerd op een representatieve gangbare lithium-houdende EOS. De risicobenadering is niet uitputtend. Het is altijd mogelijk dat zich scenario's voordoen die niet zijn beschreven.</p><p>Voor deze PGS is de BowTie methodiek gebruikt om onderscheidt te kunnen maken tussen oorzaakscenario’s en gevolgscenario’s. De directe oorzaak categorieën vanuit de<a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS6.html"> PGS 6</a> in combinatie met de gidswoorden vanuit de SWIFT-methode zijn toegepast voor een gestructureerde identificatie van potentiële oorzaakscenario’s.</p><p>De risicoanalyse geeft een kwalitatief inzicht in de kans en gevolgen van een scenario. Het PGS-team heeft de risico’s van de scenario’s geëvalueerd, geclassificeerd en gerangschikt. Daarbij is gebruikgemaakt van de kwalitatieve risicomatrix van de generieke risicobenadering. Hiermee is bepaald of het scenario relevant is voor de PGS. Als het scenario relevant is voor de PGS, identificeert het team maatregelen op basis de huidige stand der techniek (bijvoorbeeld uit bestaande PGS'en, gehanteerde normen en andere referentiedocumenten). Als het om nieuwe activiteiten gaat, zal in overleg met betrokken experts worden bekeken welke maatregelen toegepast worden en/of toepasbaar zijn.</p><p>De risicomatrix is vervolgens gebruikt om te beoordelen of de maatregel: </p><ul><li>het risico vermindert, </li><li>de kans op optreden van de ongewenste gebeurtenis verkleint, of </li><li>de omvang of ernst van de gevolgen vermindert.</li></ul><p>Voor de geïdentificeerde maatregelen is vervolgens getoetst of ze als maatregel in de PGS moeten worden opgenomen. Dit gebeurt op basis van de gezamenlijke kennis en inzichten van deskundigen in het PGS-team.</p><p>In dit deskundig oordeel worden dus meerdere aspecten meegewogen. In elk geval zijn dit wettelijke randvoorwaarden, zoals de best beschikbare techniek, de stand van de wetenschap en de arbeidshygiënische strategie. De positie van het scenario in de matrix is daarbij een hulpmiddel dat inzicht geeft. De risicomatrix kan niet worden gezien als normatief kader.</p><p> </p></section></section><section id="c1ca9c54-fbe7-4f27-b500-36ece48f18ac"><title>Scenario's</title><p>Dit hoofdstuk beschrijft de scenario's die realistisch en relevant zijn voor lithium-houdende EOS’en.</p><p>De scenario's zijn onderverdeeld in oorzaak- en gevolgscenario’s per typical.</p><p>Elk scenario heeft een nummer. Het is weergegeven als S1, S2 en verder. Bij elk scenario horen doelen. Die zijn aangegeven met de nummers van de doelen, dus D1, D2 en verder. De beschrijvingen van de doelen staan in <link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/>. Bij de maatregelen in <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> is steeds aangegeven welke scenario's daar een rol bij spelen </p><section id="1225a807-c9dc-4975-bd0e-837cd36e3315"><title>Scenario’s van toepassing op typical 1 - Zelfstandig EOS in aangepaste container (basis typical)</title><section id="aacd2ab1-79a2-4ae1-badb-002b5813fa8a"><title>Oorzaakscenario’s</title><scenario id="f8d8bdf8-fdad-4001-9779-9535addd0280"><title>Fabricage- of montagefout energiedragers</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen in de energiedrager ontstaan tijdens de fabricage of montage.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager</li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen</li></ul></description><related><goal idref="c9165bf3-cfa0-445d-89c3-37b0ebc92499"/><measure idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/><measure idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/><measure idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/><measure idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/><measure idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/></related></scenario><scenario id="a5ff55ec-87ed-4bd7-86b3-2822a052d55e"><title>Beschadiging van de energiedrager doordat deze uit ophanging geraakt</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen ontstaan door een externe impact op de energiedrager doordat deze uit ophanging geraakt bijv. door zetting, ontwerpfout.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><related><goal idref="81424bf1-62d6-4cc9-bbd1-0c1ab24bc9e8"/><goal idref="c9165bf3-cfa0-445d-89c3-37b0ebc92499"/><measure idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/><measure idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/><measure idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/><measure idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/><measure idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/></related></scenario><scenario id="afa6e5de-eae3-43aa-a145-d2b641abd116"><title>Kortsluiting door water of technische gebreken </title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van een kortsluiting in de energiedrager (bijvoorbeeld door regen, overstroming).</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager  </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><related><goal idref="ac2038ba-33c9-4cb9-a9bb-c16e69111980"/><goal idref="6471f0c5-ac9a-4972-9479-c7ed88c4b499"/><measure idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/><measure idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/><measure idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/><measure idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/><measure idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/></related></scenario><scenario id="5619c3c8-571a-4f12-b296-40a86e4d07ff"><title>Blikseminslag</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van een blikseminslag in het EOS.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager  </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen</li></ul></description><related><goal idref="ac2038ba-33c9-4cb9-a9bb-c16e69111980"/><measure idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/><measure idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/></related></scenario><scenario id="87b14c87-fecb-4b38-b551-565c53b1161f"><title>Fouten ontstaan door het laadproces (laden en ontladen)</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van: </p><ul><li>het blijven laden van de energiedrager bij een state of charge van technische maximum capaciteit / 100% (de waarde waarbij de thermal runaway gestart wordt zoals bepaalt door de producent); </li><li>fouten of beschadigingen in de energiedrager ontstaan door het diepontladen.</li></ul><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager  </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen /gassen</li></ul></description><related><goal idref="81424bf1-62d6-4cc9-bbd1-0c1ab24bc9e8"/><goal idref="74b72093-d2cf-4b13-ad46-fcf69ef67c9b"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/></related></scenario><scenario id="a9a52613-8d4e-4e47-9e87-1fc0b1bac088"><title>Veroudering</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen ontstaan door veroudering van de energiedragers.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen  </li></ul></description><related><goal idref="81424bf1-62d6-4cc9-bbd1-0c1ab24bc9e8"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/></related></scenario><scenario id="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"><title>Mechanische Impact van buitenaf</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen ontstaan door een externe impact op de energiedrager.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><related><goal idref="4c6329da-438c-4f33-9f71-baf0e0f1974c"/><measure idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/><measure idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/><measure idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/><measure idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/><measure idref="28c46f57-0aba-44fe-8657-ffa978ba9297"/><measure idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/></related></scenario><scenario id="04fdfd85-0cae-434d-9d2e-90d4e70cf6c3"><title>Interne aanstraling door brand buiten het energiedragercompartiment</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie door opwarming van de energiedrager(s) door een brand binnen het EOS, maar buiten het energiedragercompartiment.  Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><explanation><p>De brand ontstaat in dit scenario in de EOS zelf, bijvoorbeeld in de trafo en/of schakelruimte of het koelsysteem. In geval van een inpandige plaatsing betreft dit scenario een brand in de ruimte waar het EOS staat opgesteld.</p></explanation><related><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/><measure idref="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"/><measure idref="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"/><measure idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/></related></scenario><scenario id="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"><title>Externe aanstraling (brand)</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie door opwarming van de energiedrager(s) door een brand buiten het EOS.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de EOS </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><explanation><p>Het betreft een brand buiten het EOS. Dit kan een brand zijn in een nabijgelegen EOS (EOS-park) of trafostation in een open veld situatie of een naastgelegen ruimte of installatie in een aan- of inpandige opstelling van een EOS.</p></explanation><related><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/><measure idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/><measure idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/><measure idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/></related></scenario><scenario id="690b61b5-8e0c-4ca9-9106-4261527e0f32"><title>Hoge of lage temperatuur in het EOS</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie door een hoge of lage temperatuur van de energiedrager(s).</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><explanation><p>Voorbeelden van oorzaken voor een hoge temperatuur in het EOS zijn opwarming door de zon of het uitvallen van het koelsysteem. Ook het falen van een energiedrager door lage temperatuur valt binnen deze categorie.</p></explanation><related><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><goal idref="6471f0c5-ac9a-4972-9479-c7ed88c4b499"/><measure idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/></related></scenario><scenario id="8ed4bf63-564e-4462-a3a9-87c6dd32326b"><title>Verkeerde behandeling </title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen ontstaan door foutief menselijk handelen.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen/gassen </li></ul></description><explanation><p>Bijvoorbeeld schoonmaken met hogedruk spuit waardoor water naar binnen treedt of bij onderhoud.</p></explanation><related><goal idref="81424bf1-62d6-4cc9-bbd1-0c1ab24bc9e8"/><goal idref="0741bf5e-1866-4bce-ae64-bb931292f0c6"/><measure idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/><measure idref="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/><measure idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/></related></scenario><scenario id="de92e7d2-4812-47d9-a221-c3220422d8ef"><title>Vandalisme</title><description><p>Ontstaan van een thermal runaway reactie als gevolg van fouten of beschadigingen door vandalisme.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge temperatuur van de energiedrager </li><li>Brand in de Energiedrager </li><li>Explosie in de energiedrager </li><li>Drukopbouw in de energiedrager </li><li>Vrijkomen van gevaarlijke dampen </li></ul></description><explanation><p>Een buiten geplaatst EOS is het meest kwetsbaar. De mate van kwetsbaarheid is afhankelijk van de locatie. Een EOS op een afgeschermd bedrijfsterrein (sloten, hekken) is minder kwetsbaar dan een EOS nabij een (afgelegen) windturbine of een buurtbatterij ten behoeve van een woonwijk.</p></explanation><related><goal idref="0741bf5e-1866-4bce-ae64-bb931292f0c6"/><measure idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/><measure idref="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"/><measure idref="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/></related></scenario></section><section id="314e7c2d-76f0-41d0-96c3-7898b584fb89"><title>Gevolgscenario’s</title><scenario id="2ca37616-5f3b-4be9-be2a-c423f343b9a7"><title>Brand in de energiedrager</title><description><p>Ontstaan van brand in de energiedrager als gevolg van een thermal runaway Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Blootstelling aan hoge temperaturen en verbrandingsproducten </li><li>Escalatie naar andere energiedragermodules (<link idref="79adde75-b0a1-4af0-bf52-749e85aa68f4"/>)</li><li>Escalatie naar omgeving (<link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/>) </li></ul></description><related><goal idref="a5e4dc27-94dc-4a37-8932-04fd4722ab7a"/><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/><measure idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/><measure idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="f2a3d965-563f-4d74-abeb-a4e0cc16665a"><title>Drukopbouw of explosie binnen energiedrager (accu module) </title><description><p>Instantaan falen door een drukopbouw of explosie in de energiedrager-/accupakket als gevolg van een thermal runaway.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge drukopbouw in EOS </li><li>Falen integriteit EOS</li><li>Brand en escalatie naar andere energiedragermodules (<link idref="79adde75-b0a1-4af0-bf52-749e85aa68f4"/>)</li><li>Personen aanwezig in EOS of omgeving geraakt door rondvliegende objecten </li></ul></description><related><goal idref="a5e4dc27-94dc-4a37-8932-04fd4722ab7a"/><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/><measure idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/><measure idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="4fa0cd18-71b2-4b0b-96df-6331dd979b27"><title>Explosie in EOS installatie - ontsteking van vrijkomende gassen</title><description><p>Explosie in EOS installatie - ontsteking van vrijkomende gassen Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Hoge drukopbouw in EOS </li><li>Falen integriteit EOS</li><li>Brand en escalatie naar andere energiedragermodules (<link idref="79adde75-b0a1-4af0-bf52-749e85aa68f4"/>)</li><li>Personen aanwezig in EOS of omgeving geraakt door rondvliegende objecten </li></ul></description><related><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="a5e4dc27-94dc-4a37-8932-04fd4722ab7a"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/><measure idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/><measure idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/><measure idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="75d9da74-c558-4d42-8d06-2c5b633a5a4c"><title>Hoge temperatuur opbouw</title><description><p>Opwarming van de energiedrager tot hoge temperaturen.</p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Warm contact oppervlakte en bij aanraking brandwonden </li><li>Escalatie naar andere energiedragermodules (<link idref="79adde75-b0a1-4af0-bf52-749e85aa68f4"/>) </li></ul></description><explanation><p>Maximum temperaturen bij veel voorkomende typen energiedragers die hierbij kunnen optreden liggen tussen de 450<sup>0</sup>C en 1.000<sup>0</sup>C of hoger afhankelijk van het type energiedrager.</p></explanation><related><goal idref="a5e4dc27-94dc-4a37-8932-04fd4722ab7a"/><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"/><measure idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/><measure idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/><measure idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="79adde75-b0a1-4af0-bf52-749e85aa68f4"><title>Escalatie van brand naar andere energiedragers of accu modules</title><description><p>Escalatie naar energiedragers in het EOS door brand in een energiedrager of accu module.  Potentiële gevolgen: </p><ul><li>blootstelling aan hitte en verbrandingsproducten </li><li>escalatie naar omgeving (<link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/>) </li></ul></description><related><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="c9e4b841-14d6-47ce-8052-ea0bce1b33b3"><title>Drukopbouw binnen het EOS </title><description><p>Falen van de integriteit van het EOS door een drukopbouw als gevolg van vrijkomen (gevaarlijke dampen).</p><p> Potentiele gevolgen: </p><ul><li>rondvliegende projectielen </li><li>escalatie naar omgeving (<link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/>) </li></ul></description><related><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario><scenario id="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"><title>Escalatie naar omgeving</title><description><p>Escalatie van een de gevolgen van het ontstaan van een thermal runaway naar de omgeving van het EOS.  </p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Escalatie brand naar andere gebouwen  of installaties </li></ul></description><related><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><measure idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/><measure idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/><measure idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"/><measure idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/><measure idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/><measure idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/><measure idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/><measure idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/></related></scenario><scenario id="4ab286ee-888c-4bc6-8c6e-70130e204ff8"><title>Vrijkomen van gevaarlijke dampen</title><description><p>Vrijkomen van gevaarlijke dampen zoals o.a. waterstoffluoride, lithiomoxide en zoutzuur als gevolg van een thermal runaway reactie, brand of lekkage </p><p>Potentiële gevolgen: </p><ul><li>Blootstelling van personen aan dampen </li></ul></description><related><goal idref="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"/><goal idref="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"/><measure idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/><measure idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/><measure idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></scenario></section></section><section id="f6d291de-9260-435a-9220-eed7aa0cf5d2"><title>Scenario’s van toepassing op typical 2 - Energieopslagpark</title><p>Alle scenario’s van de basis typical zijn van toepassing op de delta-typical van een Energieopslagpark.</p><p>Er zijn geen aanvullende scenario’s geïdentificeerd.  De scenario’s van de basis typical die afwijkend verlopen zijn hieronder beschreven.</p><section id="471ff146-18fd-4e05-bf67-1c00a0b0b783"><title>Oorzaakscenario’s</title><p>De volgende oorzaakscenario’s van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="87b14c87-fecb-4b38-b551-565c53b1161f"/> - Fouten ontstaan door het laadproces (laden en ontladen). In een EOS-park kunnen meerdere EOS’en van verschillende fabrikanten gekoppeld worden waardoor kans op optreden van dit scenario groter is.</li><li><link idref="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"/> - Mechanische Impact van buitenaf. In een EOS-park is er een grotere kans dat er hijsactiviteiten en verkeer rond een EOS zijn.  Doordat de EOS’en op een park gekoppeld zijn kan de impact, van bijvoorbeeld een vallende wiek van een windturbine, op één EOS leiden tot kortsluitstroom naar de aangesloten EOS’en met een mogelijke verdere escalatie tot gevolg.</li><li><link idref="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"/> - Externe aanstraling (brand). Begroeiing op het EOS-park kan dienen als aanvullende brandoorzaak of kan leiden tot een hogere brandlast rond een EOS.</li><li><link idref="de92e7d2-4812-47d9-a221-c3220422d8ef"/> - Vandalisme. Afwijkend op de basis typical geldt voor een park met meerdere EOS’en dat het park beveiligd moet worden tegen vandalisme en niet (allen) het EOS zelf.</li></ul></section><section id="aa749b3a-27bd-4787-b859-c80e9b2bfbb5"><title>Gevolgscenario’s</title><p>Het volgende gevolgscenario van de basis-typical is van toepassing maar verloopt, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/> - Escalatie naar omgeving. In geval van een EOS-park wordt onder escalatie naar de omgeving ook escalatie naar de andere EOS’en op het park verstaan.  </li></ul></section></section><section id="76979ef2-555e-46a1-9072-90d27519da6e"><title>Scenario’s van toepassing op typical 3 - EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen</title><p>Met uitzondering van het <link idref="04fdfd85-0cae-434d-9d2e-90d4e70cf6c3"/> Interne aanstraling door brand buiten het energiedragercompartiment,  zijn alle scenario’s van de basis typical van toepassing op de delta-typical van een EOS in de open lucht op basis van modulaire energiedragerbehuizingen.  Er zijn geen aanvullende scenario’s geïdentificeerd.  De scenario’s van de basis typical die afwijkend verlopen zijn hieronder beschreven.</p><section id="611e0165-c757-4b36-8cc5-6ed0878a4fdd"><title>Oorzaakscenario’s</title><p>De volgende oorzaakscenario’s van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="87b14c87-fecb-4b38-b551-565c53b1161f"/> - Fouten ontstaan door het laadproces (laden en ontladen). In een EOS kunnen meerdere EOS’en van verschillende fabrikanten gekoppeld worden waardoor kans op optreden van dit scenario groter is.</li><li><link idref="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"/> - Mechanische Impact van buitenaf. In een EOS-park is er een grotere kans dat er hijsactiviteiten en verkeer rond een EOS zijn.  Doordat de EOS’en op een park gekoppeld zijn kan de impact, bijvoorbeeld  van een vallend rotorblad van een windturbine,  op één EOS leiden tot kortsluitstroom naar de aangesloten EOS’en met een mogelijke verdere escalatie tot gevolg.</li><li><link idref="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"/>- Externe aanstraling (brand). Begroeiing op het EOS-park kan dienen als aanvullende brandoorzaak of kan leiden tot een hogere brandlast rond een EOS.</li><li><link idref="de92e7d2-4812-47d9-a221-c3220422d8ef"/> - Vandalisme. Afwijkend op de basis typical geldt voor een park met meerdere EOS’en dat het park beveiligd moet worden tegen vandalisme en niet (allen) het EOS zelf.</li></ul></section><section id="817b8c90-25fe-4044-86ed-ce4b3da7d490"><title>Gevolgscenario’s</title><p>Het volgende gevolgscenario van de basis-typical is van toepassing maar verloopt, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/> - Escalatie naar omgeving.  In geval van een EOS-park wordt onder escalatie naar de omgeving ook escalatie naar de andere EOS’en op het park verstaan.   </li></ul></section></section><section id="d4c8ba24-5086-4869-b8e8-50eb91aef7ac"><title>Scenario’s van toepassing op typical 4 - Mobiel EOS</title><p>Alle scenario’s van de basis typical zijn van toepassing op typical 4.  Er zijn geen aanvullende scenario’s geïdentificeerd.  De scenario’s van de basis typical die afwijkend verlopen zijn hieronder beschreven.</p><section id="e8fffed0-950c-41dc-8f4f-b95b91c2ad85"><title>Oorzaakscenario’s</title><p>De volgende oorzaakscenario’s van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="a5ff55ec-87ed-4bd7-86b3-2822a052d55e"/> - Beschadiging van de energiedrager doordat deze uit ophanging geraakt. Een mobiel EOS wordt regelmatig verplaatst waardoor er meer bewegingen, schokken en vibraties mogelijk zijn die kunnen leiden tot schade aan de energiedragers.</li><li><link idref="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"/> - Mechanische impact van buitenaf. De kans wordt groter geacht dat het systeem staat in bepaalde omgevingen waar potentieel meer impacts van buiten af kunnen komen (festivalterrein, bouwplaats etc.).</li><li><link idref="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"/> - Externe aanstraling (brand). Afhankelijk van de plaatsing van het mobiele EOS kan er een verhoogd risico op een brand in de omgeving zijn.</li><li><link idref="de92e7d2-4812-47d9-a221-c3220422d8ef"/> - Vandalisme. Voor een mobiele EOS is bescherming tegen onbevoegden een extra aandachtspunt. Met name bij plaatsing op bijvoorbeeld een festivalterrein.</li></ul></section><section id="c8fa731d-7596-40ca-802b-891686ca81f5"><title>Gevolgscenario’s</title><p>De volgende gevolgscenario’s van de basis-typical  zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/> - Escalatie naar omgeving. Plaatsing van mobiele EOS-en moet zodanig geschieden dat escalatie naar de omgeving niet of nauwelijks kan plaatsvinden. Dit is met name van toepassing op festivals waar veel personen aanwezig zijn en bouwplaatsen waar onder ander brandbare materialen worden opgeslagen.  </li><li> <link idref="4ab286ee-888c-4bc6-8c6e-70130e204ff8"/> - Vrijkomen van gevaarlijke dampen. Gevaarlijke dampen en gassen zijn voornamelijk een risico op plaatsen waar zich veel personen kunnen bevinden. Bij plaatsing op festivalterreinen moet dan ook rekening gehouden  worden met de overheersende windrichting en voldoende vluchtmogelijkheden. Ook hier moet rekening worden gehouden met zogenoemde kwetsbare objecten.  </li></ul></section></section><section id="d558f8e3-8763-4674-a1b2-390353f35cd3"><title>Scenario’s van toepassing op typical 5 - Inpandig EOS met eigen ruimte</title><p>Alle scenario’s van de basis typical zijn van toepassing op typical 5.  Er zijn geen aanvullende scenario’s geïdentificeerd.  De scenario’s van de basis typical die afwijkend verlopen zijn hieronder beschreven.</p><section id="b5b310fc-5f5b-48ee-91e4-2e93376b951a"><title>Oorzaakscenario’s</title><p>De volgende oorzaakscenario’s van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend:</p><ul><li> <link idref="afa6e5de-eae3-43aa-a145-d2b641abd116"/> - Kortsluiting door water of technische gebreken. Door de inpandige plaatsing betreft dit oorzaken waarbij inpandig contact met water kan ontstaan (bijvoorbeeld lekkage van waterleiding of afvoeren)</li><li><link idref="5619c3c8-571a-4f12-b296-40a86e4d07ff"/> - Blikseminslag. Het risico op blikseminslag is kleiner bij een inpandige situatie, hierdoor zijn er minder maatregelen nodig en hoeft er bijvoorbeeld geen aparte installatie voor blikseminslag te worden aangebracht.</li><li><link idref="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"/> - Mechanische impact van buitenaf. Dit risico is ook een stuk kleiner en betreft voornamelijk het aanrijdgevaar door intern transport.</li><li><link idref="04fdfd85-0cae-434d-9d2e-90d4e70cf6c3"/> - Interne aanstralen door brand buiten energiedragercompartiment. Door inpandige plaatsing betreft dit scenario een brand in de ruimte waar het EOS staat opgesteld.</li><li><link idref="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"/> -  Externe aanstraling (brand). Dit scenario betreft een brand in het pand maar van buiten de ruimte waarin het EOS staat opgesteld.</li></ul></section><section id="6e6b8e99-9173-48fc-97f2-76c689e3d75b"><title>Gevolgscenario’s</title><p>De volgende gevolgscenario's van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend:</p><ul><li><link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/> - Escalatie naar omgeving. Omdat bij inpandige plaatsing eventuele brandwerendheid niet te behalen met afstand moet het brandcompartiment over een WBDBO van tenminste 60 min. beschikken. Dit geldt voor alle scheidingsconstructies en doorvoeringen. Plaatsing van  een EOS hoger dan 12 meter is aan speciale restricties gebonden.</li><li><link idref="4ab286ee-888c-4bc6-8c6e-70130e204ff8"/> - Vrijkomen van gevaarlijke dampen Bij inwendige plaatsing is het van belang dat gassen en dampen afkomstig van een inpandige EOS-ruimte  niet in anderen ruimten kunnen komen anders dan de bouwkundige EOS-ruimte. Deze gassen en dampen moeten via een 60 minuten brandwerende ventilatievoorziening worden afgevoerd naar een "veilig afvoerpunt” op tenminste 1 meter boven de hoogste daklijn </li></ul></section></section><section id="62b74108-d26b-4137-a811-45041527eac9"><title>Scenario’s van toepassing op typical 6 - Inpandig EOS in een open ruimte</title><p>Alle scenario’s van de basis typical zijn van toepassing op typical 6, met uitzondering van <link idref="c9e4b841-14d6-47ce-8052-ea0bce1b33b3"/> Drukopbouw binnen het EOS. Er zijn geen aanvullende scenario’s geïdentificeerd.  De scenario’s van de basis typical die afwijkend verlopen zijn hieronder beschreven </p><section id="9f51f922-c98f-4b4a-bebe-b922f600c65a"><title>Oorzaakscenario’s</title><p>De volgende oorzaakscenario’s van de basis-typical zijn van toepassing maar verlopen, op onderdelen, afwijkend: </p><ul><li><link idref="afa6e5de-eae3-43aa-a145-d2b641abd116"/> - Kortsluiting door water of technische gebreken. Door de inpandige plaatsing betreft dit oorzaken waarbij inpandig contact met water kan ontstaan (bijvoorbeeld lekkage van waterleiding of afvoeren)</li><li><link idref="5619c3c8-571a-4f12-b296-40a86e4d07ff"/> - Blikseminslag. Het risico op blikseminslag is kleiner bij een inpandige situatie, hierdoor zijn er minder maatregelen nodig en hoeft er bijvoorbeeld geen aparte installatie voor blikseminslag te worden aangebracht.</li><li><link idref="c2798ad3-e5e1-4d0a-b383-61b9552e49be"/> - Mechanische impact van buitenaf. Voor een inpandige EOS betreft met name het risico van aanrijdingen met interne transportmiddelen.</li><li><link idref="04fdfd85-0cae-434d-9d2e-90d4e70cf6c3"/> - Interne aanstralen door brand buiten energiedragercompartiment. Door inpandige plaatsing betreft dit scenario een brand in de ruimte waar het EOS staat opgesteld.</li><li><link idref="607dfb68-38fa-455d-8d1e-2085a3c74dec"/> - Externe aanstraling (brand). Dit scenario betreft een brand in het pand maar van buiten de ruimte waarin het EOS staat opgesteld.</li></ul></section><section id="4f046a84-5f1a-44e3-8c30-e1f37d193ddc"><title>Gevolgscenario’s</title><p>Het volgende gevolgscenario van de basis-typical is van toepassing maar verloopt, op onderdelen, afwijkend:</p><ul><li> <link idref="3c318b7d-470a-40ea-81e6-3c62fe3a6511"/> - Escalatie naar omgeving. Separaat geplaatste EOS in een open ruimte moeten aan dezelfde eisen voldoen als in de open lucht geplaatste EOS-en. Het EOS moet vrij staan van muren en met vrij blijven van eventueel in een binnenruimte opgeslagen materialen •	</li><li><link idref="4ab286ee-888c-4bc6-8c6e-70130e204ff8"/> - Vrijkomen van gevaarlijke dampen. Omdat eventueel vrijkomende gassen of dampen zich kunnen ophopen in de ruimte waar  het EOS is geplaatst moet een brandwerend gas/dampafvoersysteem zijn aangebracht </li></ul></section></section></section><section id="e713f51e-351a-465a-a3e0-9765a5030093" normative="true"><title>Richtingaanwijzer wet- en regelgeving</title><section id="55c95878-724b-4292-acfe-989b539ad8f0" normative="true"><title>Inleiding</title><p>Deel B van deze PGS beschrijft de doelen en maatregelen die kunnen worden getroffen om aan de doelen te voldoen en daarmee de veiligheid te waarborgen.</p><p>Elke maatregel beoogt een risico te verminderen. Dit gaat om hoge en middelhoge risico's voor: </p><ul><li><strong>Omgevingsveiligheid</strong>: Het voorkomen van ongewone voorvallen en het beperken van de gevolgen daarvan voor de omgeving met het oog op het waarborgen van de veiligheid voor de omgeving; </li><li><strong>Arbeidsveiligheid</strong>: Het voorkomen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en het beperken van de gevolgen daarvan en het voorkomen van blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen; </li><li><strong>Brandbestrijding en Rampenbestrijding</strong>: Het beperken van de gevolgen van een brand, incident met gevaarlijke stoffen of ramp en het borgen van een doelmatige rampenbestrijding.</li></ul><p>De meeste maatregelen hebben grondslagen in meerdere wetten. Bij elke maatregel staat deze grondslag vermeld. Daarmee wordt duidelijk dat: </p><ul><li>maatregelen die zijn gesteld voor de omgevingsveiligheid, moeten worden nageleefd op grond van de Omgevingswet. In <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> zijn deze maatregelen aangeduid met  <basis>omgevingsveiligheid</basis> (Omgevingsveiligheid) en met <basis>brandpreventie</basis> (Brandpreventie en  mitigatie Omgevingsveiligheid); </li><li>maatregelen die zijn gesteld in het belang van de arbeidsveiligheid en  gezondheid, moeten worden nageleefd op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet. In <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> zijn deze maatregelen aangeduid met <basis>arbeidsveiligheid</basis> (Arbeidsveiligheid); </li><li>maatregelen die zijn gesteld in het belang van brand- of rampenbestrijding, moeten worden nageleefd op grond van de Wet veiligheidsregio's. In <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> zijn deze maatregelen aangeduid met <basis>rampenbestrijding</basis> (Brand- of Rampenbestrijding).</li></ul><p>In deel B staan eerst de doelen in <link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/> en daarna maatregelen in <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/>. De doelen zijn gekoppeld aan scenario's uit <link idref="c1ca9c54-fbe7-4f27-b500-36ece48f18ac"/> en maatregelen zijn gekoppeld aan doelen uit <link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/>.</p></section><section id="5a7eaf80-e65e-46d0-9cf0-e1ba7b220ad6" normative="true"><title>Omgevingsveiligheid</title><p>De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die daar gevolgen voor hebben of kunnen hebben. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat regels voor milieubelastende activiteiten. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid staan in het Bal regels over activiteiten met gevaarlijke stoffen.</p><section id="c7d204fe-f0f3-44a0-b7d7-e84a6543ed77" normative="true"><title>Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)</title><p><em>Het voornemen bestaat om PGS 37-1 aan te wijzen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving. In de aanloop daar naar toe zal in een notitie duidelijk worden beschreven op welke wijze bedrijfsleven en overheden gebruik kunnen maken van PGS 37-1 in de periode totdat PGS 37-1 is aangewezen in het Bal.</em></p><heading>Gelijkwaardige maatregelen </heading><p>De Omgevingswet en het Bal maken het mogelijk om een andere maatregel te treffen dan de voorgeschreven maatregel.  </p><p> Voor de maatregelen in deze PGS-richtlijn is het nodig om vooraf toestemming van het bevoegd gezag te krijgen voor het toepassen van een gelijkwaardige maatregel. Er mag niet met de activiteit worden gestart voordat er toestemming is met een besluit van het bevoegd gezag.</p><p> Meer concreet: waar het Bal voorschrijft dat – met het oog op het waarborgen van de veiligheid – moet worden voldaan aan deze PGS-richtlijn, mag dus ook een andere gelijkwaardige maatregel worden getroffen. Het bevoegd gezag toetst de gelijkwaardigheid aan het oogmerk van de voorgeschreven maatregel. Zoals hiervoor al is aangegeven, wordt dit oogmerk ingevuld met de doelen van deze PGS-richtlijn. Het gaat er dan om dat in dezelfde mate wordt bijgedragen aan het realiseren van het gestelde doel. Bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid spelen de scenario's en de doelen die zijn weergegeven in <link idref="c1ca9c54-fbe7-4f27-b500-36ece48f18ac"/> en <link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/> van deze PGS-richtlijn, daarom een belangrijke rol.</p><p>Naast een beoordeling op gelijkwaardigheid in het kader van omgevingsveiligheid kan voor een bepaalde maatregel ook een beoordeling nodig zijn op gelijkwaardigheid voor arbeidsveiligheid of brand- en rampenbestrijding. Dit is het geval als naast de Omgevingswet (<basis>omgevingsveiligheid</basis> of <basis>brandpreventie</basis>) ook de Arbeidsomstandighedenwetgeving (<basis>arbeidsveiligheid</basis>) of de Wet veiligheidsregio's (<basis>rampenbestrijding</basis>) de wettelijke grondslag is voor de maatregel. <link idref="a3e4b28d-50c1-4f57-beca-c6d0ef4e90bc"/> geeft uitleg over gelijkwaardigheid in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet.</p><heading>Maatwerk in Bal </heading><p>Het Besluit activiteiten leefomgeving biedt ruime mogelijkheden voor maatwerk. Hierdoor is het mogelijk om in specifieke gevallen onnodige belemmeringen voor het uitvoeren van activiteiten weg te nemen. Dit biedt een initiatiefnemer bijvoorbeeld kansen voor innovatieve activiteiten. Maatwerk kan in specifieke gevallen ook nodig zijn voor bescherming van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld als aanvullende maatregelen nodig zijn om significante verontreiniging tegen te gaan of om aan omgevingswaarden te voldoen. Dat mogelijkheid tot maatwerk ruim wordt geboden, betekent niet dat maatwerk breed moet worden toegepast. Uiteraard is maatwerk geen vrijbrief voor het naar eigen inzicht aanpassen van de regels. Zo is maatwerk uitdrukkelijk niet bedoeld om zonder aanleiding af te wijken van de in algemene regels geformuleerde preventieve en technische maatregelen. Maatwerk moet steeds adequaat worden gemotiveerd, en het toepassen van maatwerk is voorzien van rechtsbescherming.</p><table id="fb950df4-c125-47b4-bf06-902dfaae543a"><thead><tr><th colspan="2"><p>Omgevingsveiligheid/Bal:</p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Om aan de eisen m.b.t. omgevingsveiligheid te voldoen treft degene die de activiteit verricht de volgende maatregelen:</p></td><td><p><link idref="2d15500b-5df8-40e0-b57d-28c01dfd2cba"/>, <link idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/>, <link idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/>, <link idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/>, <link idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/>, <link idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/>, <link idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/>, <link idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/>, <link idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/>, <link idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/>, <link idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/>, <link idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/>, <link idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/>, <link idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/>, <link idref="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"/>, <link idref="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"/>, <link idref="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"/>, <link idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/>, <link idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/>, <link idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/>, <link idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/>, <link idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/>, <link idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/>, <link idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/>, <link idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/>, <link idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/>. <link idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/>, <link idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/>,<link idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/>, <link idref="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"/>, <link idref="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"/>, <link idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/>, <link idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/>, <link idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/>, <link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/>, <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/>, <link idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/>, <link idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/>, <link idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/>, <link idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/>, <link idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/>, <link idref="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"/>, <link idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/>, <link idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/>, <link idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/>, <link idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/>, <link idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/>, <link idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/>, <link idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/>, <link idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/>, <link idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/>, <link idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/>, <link idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/>, <link idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/>, <link idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/>, <link idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/>, <link idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/>, <link idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/>, <link idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/>, <link idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/>, <link idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/>, <link idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/>, <link idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/>, <link idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/></p></td></tr></tbody></table></section><section id="a3e4b28d-50c1-4f57-beca-c6d0ef4e90bc" normative="true"><title>Externe veiligheidsafstanden</title><p>Een externe veiligheidsafstand zorgt voor bescherming van gebouwen en locaties waar mensen gedurende een periode verblijven. Het gaat om gebouwen en plekken buiten de begrenzing van de locatie van de activiteit.</p><p>Voor [activiteit deze PGS] zijn de veiligheidsafstanden opgenomen in [paragraaf 4.x] van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p><p>Voor [activiteit deze PGS] zijn de veiligheidsafstanden opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag neemt deze afstanden in acht bij het verlenen van de omgevingsvergunningen en bij het opstellen van omgevingsplannen.</p></section><section id="696e2fcf-c8e6-4dda-b681-0eb827d00239" normative="true"><title>Omgevingsplan</title><p>Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied.  De gemeente kan bijvoorbeeld regels stellen ten aanzien van bluswatervoorzieningen, bereikbaarheid van hulpdiensten en opstelplaatsen voor de brandweer. Activiteiten met gevaarlijke stoffen kunnen van invloed zijn op deze maatregelen en een PGS-richtlijn kan invulling geven aan die maatregelen.</p><p>Het gaat dan om maatregelen die in <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> zijn opgenomen met het belang van de omgevingsveiligheid als oogmerk. Deze zijn herkenbaar aan de markeringen <basis>brandpreventie</basis>.</p></section></section><section id="f0648fd3-3c68-43a7-bd05-97d9d6d6f73d" normative="true"><title>Arbeidsveiligheid</title><p>In de Arbeidsomstandighedenwet staan verplichtingen met het oog op de veiligheid en gezondheid van werknemers. Voor bedrijven waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen, zijn het voorkomen van ongevallen met die stoffen en het beperken van de gevolgen daarvan voor werknemers belangrijke doelen. Een ander belangrijk doel is het voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werknemers.</p><p>In het Arbeidsomstandighedenbesluit, een verdere uitwerking van de doelvoorschriften in de Arbeidsomstandighedenwet, staan nadere regels waaraan zowel werkgever als werknemer zich moet houden om arbeidsrisico's tegen te gaan. De Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit geven in sommige artikelen de minister van SZW de bevoegdheid om nadere regels te stellen. Deze zijn uitgewerkt in de Arbeidsomstandighedenregeling. Deze regeling geeft dus nadere uitleg voor bepaalde onderwerpen uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit maar behoort ook tot de reguliere wetgeving. Een bedrijf kan dus te maken hebben met de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling.</p><p>De overheid geeft via de Arbeidsomstandighedenwet een wettelijk kader met zo min mogelijk regels en administratieve lasten. Werkgevers en werknemers kunnen samen afspraken maken over hoe zij kunnen voldoen aan de voorschriften die de overheid stelt. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in een arbocatalogus. Een arbocatalogus is van kracht voor een bedrijfstak. Deze catalogus beschrijft technieken en manieren, goede praktijken, normen en praktische handleidingen voor veilig en gezond werken.</p><p>Daarnaast spelen de PGS-richtlijnen een belangrijke rol bij het bepalen of werkgevers aan hun wettelijke verplichtingen voldoen. De Inspectie SZW betrekt de PGS-richtlijnen bij het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften en de handhaving daarvan. De werkgever moet maatregelen uit een PGS die zijn aangewezen in de beleidsregel PGS-richtlijnen naleven en de Inspectie SZW moet deze gebruiken bij het toezicht op de naleving. Een vanuit arbeidsomstandigheden gezien gelijkwaardige maatregel kan eveneens worden toegepast indien deze voldoet aan de criteria uit hoofdstuk 8. Eventueel kan de Inspectie SZW maatregelen uit een PGS-richtlijn via een eis tot naleving verplicht stellen. Dit staat in artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet.</p><p>De maatregelen met het oog op arbeidsveiligheid zijn te herkennen aan <basis>arbeidsveiligheid</basis>.</p><heading>Gelijkwaardige maatregelen </heading><p>In hoofdstuk 8 staat beschreven wat de criteria zijn voor gelijkwaardige maatregelen vanuit arbeidsomstandigheden gezien.</p><table id="89cd5dea-e599-4818-8c2c-a722d20ace41"><thead><tr><th colspan="2"><p>Arbeidsveiligheid:</p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Om aan de Arbeidsomstandighedenwet te voldoen voor een PGS-doel wordt in elk geval voldaan aan de volgende maatregelen:</p></td><td><p><link idref="2d15500b-5df8-40e0-b57d-28c01dfd2cba"/>, <link idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/>, <link idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/>, <link idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/>, <link idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/>, <link idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/>, <link idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/>, <link idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/>, <link idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/>, <link idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/>, <link idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/>, <link idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/>, <link idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/>, <link idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/>, <link idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/>, <link idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/>, <link idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/>, <link idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/>, <link idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/>, <link idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/>, <link idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/>, <link idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/>, <link idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/>, <link idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/>, <link idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/>, <link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/>, <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/>, <link idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/>, <link idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/>, <link idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/>, <link idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/>, <link idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/>, <link idref="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"/>, <link idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/>, <link idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/>, <link idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/>, <link idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/>, <link idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/>, <link idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/>, <link idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/>, <link idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/>, <link idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/>, <link idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/>, <link idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/>, <link idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/>, <link idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/>, <link idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/>, <link idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/>, <link idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/>, <link idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/>, <link idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/>, <link idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/>, <link idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/></p></td></tr></tbody></table></section><section id="91052352-7723-40b9-979d-058c3791a294" normative="true"><title>Brand- en rampenbestrijding</title><p>De veiligheidsregio's hebben de taak om gemeenten te adviseren over branden, rampen en crises. Dit staat in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio's (Wvr).</p><p>De brandweer is een onderdeel van de veiligheidsregio. De taken van de brandweer staan in artikel 25 Wvr. Dit zijn: </p><ul><li>het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; </li><li>het beperken van brandgevaar; </li><li>het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen anders dan bij brand.</li></ul><p>Daarnaast dragen de veiligheidsregio's zorg voor: </p><ul><li>de voorbereiding op de bestrijding van branden, rampen en crises; </li><li>het organiseren van de rampenbestrijding; </li><li>het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hiertoe hoort ook het adviseren van het bevoegd gezag Omgevingswet over voorschriften voor brandbestrijding en rampenbestrijding in omgevingsvergunningen.</li></ul><p>Tot slot hebben de veiligheidsregio's een wettelijke taak tot het uitvoeren van inspecties bij Seveso-inrichtingen (artikel 13.17 van het Omgevingsbesluit en artikel 61 van de Wvr) en het opleggen van een bedrijfsbrandweeraanwijzing (artikel 31 van de Wvr).</p><p>Bij het uitvoeren van deze taken gebruiken de veiligheidsregio's PGS-richtlijnen. Brandbestrijding en rampenbestrijding omvat brandveiligheid, maar ook het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke stoffen die een bedreiging vormen voor de omgeving.</p><p>Algemene (brand)veiligheidseisen voor bouwwerken zijn geen onderdeel van PGS-richtlijnen maar volgen uit het Bbl. De maatregelen die zijn gericht op brandpreventie en brandbestrijding op grond van de Omgevingswet, zijn aangeduid met <basis>brandpreventie</basis>.</p><p>De maatregelen die zijn gesteld in het belang van de brandbestrijding en rampenbestrijding op grond van de Wvr, zijn aangeduid met <basis>rampenbestrijding</basis>.</p><table id="f1dde359-12b9-4c53-9b48-43b6a7e2bede"><thead><tr><th><p>Wet veiligheidsregio's</p></th><th/></tr></thead><tbody><tr><td><p>Om aan de Wet veiligheidsregio's te voldoen wordt in elk geval voldaan aan de volgende maatregelen:	</p></td><td><p><link idref="2d15500b-5df8-40e0-b57d-28c01dfd2cba"/>, <link idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/>, <link idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/>, <link idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/>, <link idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/>, <link idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/>, <link idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/>, <link idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/>, <link idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/>, <link idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/>, <link idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/>, <link idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/>, <link idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/>, <link idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/>, <link idref="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"/>, <link idref="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"/>, <link idref="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"/>, <link idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/>, <link idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/>, <link idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/>, <link idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/>, <link idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/>, <link idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/>, <link idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/>, <link idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/>, <link idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/>, <link idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/>, <link idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/>, <link idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/>, <link idref="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"/>, <link idref="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"/>, <link idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/>, <link idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/>, <link idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/>, <link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/>, <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/>, <link idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/>, <link idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/>, <link idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/>, <link idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/>, <link idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/>, <link idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/>, <link idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/>, <link idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/>, <link idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/>, <link idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/>, <link idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/>, <link idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/>, <link idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/>, <link idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/>, <link idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/>, <link idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/>, <link idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/>, <link idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/>, <link idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/>, <link idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/>, <link idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/>, <link idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/>, <link idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/></p></td></tr></tbody></table></section></section><section id="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2" normative="true"><title>Doelen</title><section id="4673111a-1d1f-4da8-9da5-3a67cb5533d5" normative="true"><title>Inleiding</title><p>In dit hoofdstuk zijn de doelen beschreven die relevant zijn voor het veilig opslaan van elektriciteit in lithium-houdende energieopslagsystemen. Met deze doelen is beoogd het risico zo veel mogelijk te beperken.</p><p>Bij elk doel staat met welke maatregelen aan het doel kan worden voldaan. Hierbij is het onderwerp van de maatregel vermeld. De volledige maatregel is beschreven in <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/>.</p><p>Elk doel heeft een uniek nummer. Bij de maatregelen in <link idref="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3"/> staat steeds vermeld aan welke doelen de maatregel invulling geeft.</p></section><section id="54bdd731-83ac-4afe-ab02-ea4aaf628f5c" normative="true"><title>Doelen </title><goal id="c9165bf3-cfa0-445d-89c3-37b0ebc92499"><title>Zeker stellen dat zowel het EOS als de energiedrager voldoen aan de minimale veiligheidseisen</title><explanation><p>Hoewel deze PGS niet van toepassing is op de bouw / constructie van een EOS moet zeker gesteld worden dat voor ingebruikname het EOS voldoet aan alle essentiële veiligheidseisen.  Dit betreft de energiedragers zelf, het EOS als geheel, de montage in het EOS maar bijvoorbeeld ook de traceerbaarheid in het geval van fabricagefouten.</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/><measure idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/><measure idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/><measure idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/><measure idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/></related></goal><goal id="81424bf1-62d6-4cc9-bbd1-0c1ab24bc9e8"><title>Zeker stellen dat het EOS in goede staat blijft verkeren tijdens gebruik</title><explanation><p>Door gebruik kunnen er beschadigingen en fouten ontstaan in de energiedrager. Er moet dus gezorgd worden dat de integriteit en het functioneren van het EOS gewaarborgd blijft tijdens zijn levensduur.</p></explanation><bases/><related><measure idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/><measure idref="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"/><measure idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/><measure idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/><measure idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/><measure idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/><measure idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/></related></goal><goal id="6471f0c5-ac9a-4972-9479-c7ed88c4b499"><title>Zeker stellen dat de energiedragers in het EOS niet blootgesteld worden aan weersinvloeden die kunnen leiden tot een thermal runaway</title><explanation><p>Het EOS is tegen weersinvloeden beschermd. Dit geldt voor diverse weersinvloeden zoals inregenen, statische belasting van sneeuw, hoge en lage temperatuur. Maar afhankelijk van plaatsing van het EOS (bijvoorbeeld buitendijks) betreft het ook bescherming tegen  hoog water of (bij plaatsing inpandig) bescherming tegen invloeden vanuit de ruimte waarin het EOS staat opgesteld.</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/><measure idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/><measure idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/><measure idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/></related></goal><goal id="4c6329da-438c-4f33-9f71-baf0e0f1974c"><title>Voorkomen dat het EOS beschadigd raakt door een impact van buitenaf </title><explanation><p>Een EOS moet beveiligd worden tegen een impact van buitenaf ter voorkoming/beperking van schade aan de energiedragers. Dit betreft zowel horizontale (bijv. voertuigen) als verticale impact (bijv. vallende objecten).</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/><measure idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/><measure idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/><measure idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/><measure idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/></related></goal><goal id="0741bf5e-1866-4bce-ae64-bb931292f0c6"><title>De toegang tot het EOS moet beveiligd zijn tegen toegang door onbevoegden</title><explanation><p>Bescherming tegen moedwillige beschadiging of ontvreemding van de EOS, inclusief de daarin opgestelde apparatuur (zoals energiedragers, koelinstallatie en beveiligingen), en van de externe stroomkabels. Het EOS moet ook zijn beveiligd tegen andere handelingen (opzettelijk en niet opzettelijk) die de veiligheid van het EOS in de gebruiksfase kunnen compromitteren.</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/><measure idref="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"/><measure idref="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/></related></goal><goal id="ac2038ba-33c9-4cb9-a9bb-c16e69111980"><title>Voorkomen dat energiedragers blootgesteld worden aan overspanningspieken.</title><explanation><p>Het EOS moet zodanig beveiligd worden dat voorkomen wordt dat de energiedragers blootgesteld kunnen worden aan een overspanningspiek.</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/><measure idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/></related></goal><goal id="048d53e7-f8b6-4437-97e3-af86490a9517"><title>Zeker stellen dat een EOS afgeschakeld of veilig gesteld kan worden bij storingen of calamiteiten</title><explanation><p>Een EOS moet kunnen worden veiliggesteld ter voorkoming van een runaway alswel na een thermal runaway in (één van)  de energiedragers ter voorkoming van verdere escalatie.</p></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/><measure idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/><measure idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/></related></goal><goal id="887d425a-f371-4b1e-a1de-4808444dcc8f"><title>Zeker stellen dat een calamiteit in of buiten het EOS niet escaleert</title><explanation><p>Dit doel is van toepassing op de verschillende escalatiescenario’s die zijn te onderscheiden: </p><ul><li>Vanuit een cel naar de energiedrager, naar andere energiedragers, naar de EOS en dan naar de omgeving; </li><li>Tussen de compartimenten van het EOS; </li><li>Vanuit de omgeving naar het EOS  </li></ul></explanation><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/><measure idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/><measure idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/><measure idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/><measure idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/><measure idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/><measure idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/><measure idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/><measure idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/><measure idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/><measure idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/><measure idref="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"/><measure idref="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"/><measure idref="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"/><measure idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/><measure idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/><measure idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/><measure idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/></related></goal><goal id="74b72093-d2cf-4b13-ad46-fcf69ef67c9b"><title>Beheersing van het laadproces zodat een thermal runaway als gevolg van het overladen of diepontladen van energiedragers wordt voorkomen</title><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/><measure idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/><measure idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/><measure idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/></related></goal><goal id="c1d37c86-5698-445f-880d-986e5887960d"><title>Zeker stellen dat adequaat wordt gehandeld bij calamiteiten en in noodsituaties.</title><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/><measure idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/><measure idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/><measure idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/><measure idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/><measure idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/><measure idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/><measure idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/><measure idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></related></goal><goal id="a5e4dc27-94dc-4a37-8932-04fd4722ab7a"><title>Het EOS moet beschikken over voorzieningen om propagatie van een thermal runaway te voorkomen en de gevolgen te beperken</title><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><related><measure idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/></related></goal></section></section><section id="90bf3715-5399-4091-b893-0dac1cd2c2e3" normative="true"><title>Maatregelen</title><section id="d97f2a11-c7f1-40e5-8083-a68f13b04027" normative="true"><title>Inleiding bij de maatregelen</title><p>Dit hoofdstuk bevat maatregelen. Het bevat de verschillende preventieve en repressieve maatregelen die invulling geven aan de doelen zoals opgenomen in hoofdstuk 6. Dit kunnen bouwkundige, (installatie)technische en organisatorische maatregelen zijn. Als deze maatregelen zijn getroffen, wordt in elk geval aan de gestelde doelen voldaan.</p><p>Elke maatregel heeft een nummer en een onderwerp. Dit nummer en onderwerp komen overeen met de aanduiding van de maatregel bij de doelen in <link idref="0bf4d19f-7534-4657-91fb-f661d89286c2"/>.</p><p>Bij elke maatregel is met de letters <basis>omgevingsveiligheid</basis>, <basis>brandpreventie</basis>, <basis>arbeidsveiligheid</basis> en <basis>rampenbestrijding</basis> aangegeven wat de wettelijke basis is.</p><p><basis>omgevingsveiligheid</basis>	Maatregel gericht op omgevingsveiligheid met een grondslag in de Omgevingswet </p><p><basis>brandpreventie</basis>	Maatregel gericht op brandpreventie en brandbestrijding met een grondslag in de Omgevingswet (adviesrol Veiligheidsregio/brandweer) </p><p><basis>arbeidsveiligheid</basis>	Maatregel gericht op arbeidsveiligheid met een grondslag in de Arbeidsomstandighedenwet </p><p><basis>rampenbestrijding</basis> 	Maatregel gericht op brand- of rampenbestrijding met een grondslag in de Wet veiligheidsregio's  </p><p>Maatregelen die vergelijkbaar zijn met direct geldende eisen uit andere wetgeving, zijn herkenbaar aan een oranje kader. Deze maatregelen hebben de letters 'MW' voor het nummer. Onder deze maatregelen staat een referentie naar de wettelijke bepaling bij de desbetreffende maatregel.</p></section><section id="9f0ead45-df02-455c-85ad-93c2b0be3fd3" normative="true"><title>Basisveiligheid</title><measure id="2d15500b-5df8-40e0-b57d-28c01dfd2cba" immediate="true"><title>   Zorgplicht basisveiligheid</title><description><p>Er is een basisveiligheidsniveau aanwezig dat bestaat uit: </p><ul><li>beschermende maatregelen die volgens wet- en regelgeving standaard bij de activiteiten nodig zijn; </li><li>maatregelen die volgens bewezen en geaccepteerde goede praktijken niet weg te denken zijn. Dit zijn maatregelen voor ontwerp, constructie, in bedrijf nemen, gebruik, onderhoud of modificatie, inspectie en uit bedrijf nemen; </li><li>good housekeeping. Dit is een begrip dat staat voor de algemene zorg bij, netheid en orde van een activiteit of een bedrijfsonderdeel. Good housekeeping is een belangrijke factor bij het voorkomen van gevaarlijke situaties. Er wordt vanuit gegaan dat een bedrijf deze zaken op orde heeft, zoals ook is beschreven in de zorgplichtartikelen van de Omgevingswet en de Arbeidsomstandighedenwet; </li><li>maatregelen goed vakmanschap. Dit staat voor vaardigheden van werknemers om kwalitatief goed werk te leveren, en daarbij veilig en gezond te werken.</li></ul></description><explanation><p>De scenario’s in deze PGS zijn gebaseerd op deze basisveiligheid. Deze maatregelen zijn een eerste ‘line of defense’ om te voorkomen dat relatief kleine incidenten zich ontwikkelen tot grote incidenten.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="1c973994-77fb-4a2a-9555-e6d7bd2cd680" normative="true"><title>Ontwerp en constructie</title><section id="916f90a1-850c-43d7-a9ea-a42e57ce01d7" normative="true"><title>Constructie en installatie</title><measure id="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"><title>Normering EOS en energiedrager</title><description><p>Het EOS, inclusief de energiedragers, moet tenminste voldoen aan de minimale veiligheidseisen zoals:     </p><ul><li>overstroombeveiliging;</li><li>kortsluitbeveiliging;</li><li>overtemperatuurbeveiliging;</li><li>overspanningsbeveiliging;</li><li>onbalansbeveiling;</li><li>drukontlasting energiedragers. </li></ul><p>EOS'en die voldoen aan de IEC 62933-5-2 (EOS als geheel) en de NEN-EN-IEC 62619 (energiedragers) voldoen aan deze minimale veiligheidseisen.</p><p>De EOS moet, waar van toepassing, tevens ontworpen worden conform de NEN-1010 of gelijkwaardig. Hierbij moet extra aandacht besteed worden aan de kortsluitstroomberekeningen en beveiligingen van de batterijbus.</p></description><explanation><p>Energiedragers hebben hoge kortsluitstromen. Bij het parallel aansluiten van energiedragers zal de maximale kortstuitstroom verhoogd worden. De gebruikte beveiligingen moeten geschikt zijn voor kortsluitstromen die maximaal op kunnen treden. Dit moet goed onderbouwd worden met berekeningen en/of simulaties.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"><title>Ingangscontrole bij ontvangst energiedragers</title><description><p>Bij ontvangst van de energiedragers voor het EOS wordt een visuele controle gedaan van de ompakking en verpakking op de volgende punten: </p><ul><li>beschadigingen van de omverpakking (container); </li><li>beschadigingen van de verpakking; </li><li>of product / de verpakking in contact is geweest met water.</li></ul><p> Indien de energiedragers eerst worden opgeslagen moet de opslag voldoen aan de eisen gesteld in de <a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS37.html">PGS37-2. </a>  </p><p>Bij verwijdering van (beschadigde) energiedragers moet de opslag hiervan eveneens voldoen aan de eisen gesteld in de <a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS37.html">PGS 37-2</a>.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"><title>Traceerbaarheid</title><description><p>De energiedrager die ingebouwd wordt in het EOS moet zodanig geïdentificeerd zijn (bijvoorbeeld voorzien zijn van een serienummer, productienummer of productiedatum)  dat in geval van het terugroepen van een defecte energiedrager   terugroepactie (recall) ondernomen kan worden</p></description><explanation><p>De installatieverantwoordelijke van het EOS registreert welke energiedrager in welk EOS is ingebouwd, en waar het EOS geplaatst is.     </p><p>In geval van een mobiele (niet-stationair) geplaatste EOS betreft het  de locatie van het EOS.   </p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"><title>Montage energiedrager conform eisen van de producent</title><description><p>Energiedragers moeten voorzien zijn van instructies en montagevoorschriften van de producent met betrekking tot: </p><ul><li>ontwerp EOS </li><li>stellingen/rekken voor plaatsing energiedragers </li><li>aansluitingen, elektrisch en qua besturing </li><li>montage klimatologisch </li></ul><p>Montage en aansluiting van de energiedragers moet plaatsvinden conform de instructies en montagevoorschriften.  Voor mobiele EOS’en moeten de energiedragers binnen in het EOS veilig worden aangebracht (bijv. middels plaatsing in rekken, kasten enz.), op zodanige wijze dat kortsluiting, onbedoeld in werking treden van het EOS   en aanzienlijke beweging ten opzichte van de laadeenheid tijdens schokken en belastingen die normalerwijze tijdens het vervoer worden ondervonden, wordt voorkomen.</p><p>De fabrikant moet hiervoor risicoanalyse (minimaal normbepaling, berekeningen en simulaties) uitvoeren om de bestendigheid van het EOS met betrekking tot de tril- en schokomstandigheden van, door de fabrikant gespecificeerde, transportmodaliteiten aan te tonen.</p><p>Bovenstaande moet worden geborgd door een kwaliteitsmanagementsysteem dat voldoet aan de eisen van de NEN-EN-ISO 9001 of hieraan gelijkwaardig is.   </p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"><title>Procedure omgang met mogelijk beschadigde energiedragers</title><description><p>De gebruiker van het EOS moet beschikken over een procedure, beschikbaar gesteld door de leverancier, voor de omgang met mogelijk beschadigde energiedragers.</p><p>In de procedure worden zaken behandeld zoals melden, isoleren, identificeren, opslag (conform <a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS37.html">PGS 37-2</a>), veilig afvoeren etc.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"><title>IP-classificatie</title><description><p>Bij nieuwbouw moet de IP-classificatie en de constructie van het EOS minimaal IP54 bedragen. </p><p>Voor bestaande EOS'en moeten eventueel aanwezige ventilatieroosters voldoen aan de IP54 eis.</p></description><explanation><p>Ingress  protection (IP) classificatie geeft de beschermingsgraad van behuizingen of andere objecten aan tegen binnendringen van water, stof etc. Zodat de kritische onderdelen van de energiedrager niet in aanraking kunnen komen met water/vocht.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"><title>Plaatsing EOS</title><description><p>Een nieuwe EOS is zodanig ontworpen en geplaatst dat het beschermd is tegen externe invloeden, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden. Externe invloeden zijn bijvoorbeeld optrekkend vocht, instromend water, etc..</p><p>De installatieverantwoordelijke houdt bij het laten ontwerpen en plaatsen van een EOS rekening met de mogelijke gevolgen van externe invloeden.</p></description><explanation><p>Bij plaatsing buitendijks is het EOS beschermd tegen mogelijk instromend water. Hierbij gaat het om plaatsing in de uiterwaarden van een rivier of in een zeehaven waarbij de kades kunnen overstromen in geval van springtij. Deze bescherming bijvoorbeeld worden bereikt door plaatsing van het EOS op een terp of een bouwkundige verhoging.  Daarbij wordt rekening gehouden met de hoogste waterstand zoals deze in de afgelopen 20 jaar is gemeten.</p><p>De bescherming kan ook worden bereikt door de bouw van een EOS in een waterdichte behuizing waarbij toegang van bovenaf plaatsvindt. Het EOS is dan tegen de zijwaartse druk van het water bestand.</p><p>Een EOS kan ook onder water komen te staan als gevolg van een calamiteit (dijkdoorbraak). Dit geldt niet alleen ter plaatse van de zeewering maar ook langs de rivieren. De noodzaak om hiermee rekening te houden is sterk afhankelijk van de kans op een dergelijke calamiteit en de noodzakelijke dan wel gewenste bedrijfszekerheid.</p><p>Een EOS in een kelder of op de begane grond van een gebouw is zodanig ontworpen dat bij een hevige regenbui de bouwkundige ruimte niet (gedeeltelijk) vol kan lopen.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"><title>Klimaatbeheersing</title><description><p>Zeker gesteld moet worden dat in het EOS:</p><ul><li>overmatige vochtvorming voorkomt en fat vrijkomend vocht op doelmatige wijze afgevoerd wordt;</li><li> de temperatuur in het energiedragercompartiment binnen de operationele specificaties blijft van de fabrikant.</li></ul><p>Het EMS moet het klimaat in het EOS monitoren (directe link met klimaatbeheersing of met eigen sensoren).</p><p> Indien isolatie van het EOS wordt toegepast als onderdeel van de temperatuurbeheersing moet deze voldoen aan  brandklasse A of B conform  EN13501-1 of gelijkwaardig   </p></description><explanation><p>Klimaatbeheersing binnen het EOS is noodzakelijk. Dit kan bereikt worden met een klimaatbeheerssingssysteem, waarbij lucht- of vloeistofkoeling toegepast mag worden, of een combinatie daarvan. Naast de koeling en de verwarming van de unit moet  gezorgd worden voor een functionele ontvochtiging, deze kan zowel mechanisch als elektrisch zijn.   </p><p>Condensatie op plekken waar het een veiligheidsrisico kan geven (bijvoorbeeld BMS printplaten) moet voorkomen worden.   </p><p>Gelijkwaardige  maatregelen die voorkomen dat eventuele condensatie de veiligheid van het EOS in gevaar kan brengen, zijn ook acceptabel.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"><title>Koppelen EOS'en met energiedragers van verschillende soort</title><description><p>Bij het koppelen van EOS'en met energiedragers van verschillende soort moet een passende omvormer gebruikt worden tussen gemeenschappelijke bus (AC of DC) en de verschillende soorten energiedragers. </p><p> De combinatie van BMS en omvormers moet aantoonbaar overbelasting voorkomen (vermogensreductie en indien nodig afschakelen).  </p><p>De omvormer moet ervoor zorgen dat de laad- en ontlaadkarakteristieken van de verschillende soorten energiedragers  gerespecteerd worden.</p></description><explanation><p>Verschillende soorten betreft niet alleen de chemie, maar ook andere typen binnen een chemie of energiedragers met een verschillende conditie (state of health).</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure></section><section id="88f2d481-09e3-4cef-9828-c5dbe041545c" normative="true"><title>Overige maatregelen over ontwerp en constructie </title><measure id="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"><title>Brandwerendheid - WBDBO</title><description><p>De brandwerendheid (WBDBO), bepaald volgens NEN 6069 of berekend volgens NEN 6068, tussen de EOS en de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten moet ten minste 60 minuten bedragen in beide richtingen. </p></description><explanation><p>WBDBO gaat over een gebouw of scheidingsconstructie. De brandwerendheid van scheidingsconstructies bepaalt de weerstand tegen branddoorslag. WBDBO kan worden bereikt door de constructie, met een brandwerende scheiding (brandmuur) of met afstanden of een combinatie daarvan. Bij brandoverslag moet een berekening volgens NEN 6068 worden uitgevoerd.</p><p>Brandwerendheid kan, met uitzondering van inpandige EOS’en, ook gerealiseerd worden door afstanden, zie <link idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/>.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"><title>Brandwerendheid - doorvoeringen</title><description><p>Doorvoeringen van kabels, leidingen en kanalen door een brandwerende scheidingsconstructie hieraan geen afbreuk doen. Afdichtingen voor doorvoeringen moeten voldoen aan de  NEN-EN 1366-3.</p><p>Een ventilatiekanaal door een brandwerende scheidingsconstructie is voorzien van een brandklep. Indien dit niet mogelijk is, moet het ventilatiekanaal voldoen aan de  NEN-EN 1366-1:2014+A1.</p><p>Afdichtingen voor doorvoeringen worden tenminste jaarlijks gecontroleerd en zo nodig hersteld.   </p></description><explanation><p>Bij een scheidingsconstructie met een WBDBO moeten de doorvoeringen aan beide zijden van de scheidingsconstructie zodanig zijn afgewerkt dat de vereiste WBDBO is gewaarborgd.  </p><p>In het ventilatiekanaal bestemd voor de afvoer van giftige gassen vanuit het EOS mag geen brandklep zijn aangebracht. Bij een gemeten CO-concentratie boven de alarmeringsdrempel moet de afzuiginstallatie werken conform de in deze richtlijn gestelde eisen. Het betreft een specifiek voor dit doel aangebracht ventilatiesysteem (gescheiden van de overige mechanische ventilatiesystemen).  Aan de vertikale brandwerendheid mag echter geen afbreuk worden gedaan. Zo nodig wordt het kanaal 60 minuten brandwerend uitgevoerd.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"><title>Brandwerendheid – WBDBO gestapelde EOS’en</title><description><p>Bij een EOS-park met EOS’en op meerdere niveaus is direct op elkaar stapelen (koud stapelen) van de EOS-en niet toegestaan. Het EOS moet geplaatst zijn op een bouwkundige constructie met een WBDO van tenminste 60 minuten. Tussen de niveaus moet er een tussenruimte van tenminste 30 centimeter zijn.    </p><p>Tussen de niveaus moet een brandwerende scheiding met een WBDBO van tenminste 60 minuten aanwezig zijn.  </p><p>Deze brandwerende scheiding mag ook onderdeel zijn van de vloer of het plafond van de desbetreffende EOS’en.</p><p>Als alternatief mag een externe sprinkler-installatie toegepast worden die de ruimte tussen de niveaus koelt in geval van thermal runaway of een sprinkler-installatie in elke EOS.</p></description><explanation><p>De tussenruimte van 30 cm tussen de niveaus is ten behoeve van het kunnen koelen van een EOS in het geval van een calamiteit.</p><p>Bij het toepassen van een sprinkler-installatie blijft de brandwerend van de draagconstructie onverkort van kracht.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"><title>Overkapping EOS</title><description><p>Een overkapping bestaat uit onbrandbaar materiaal. Tussen de onderzijde van de overkapping en de bovenzijde van het EOS (maatgevend onderdeel van het modulair systeem) moet er een tussenruimte van tenminste 3 meter zijn. De afstand tussen de bovenzijde van het EOS en de overkapping moet zodanig zijn gekozen dat de worplengte van een waterstraal die bedoeld is om te koelen de betrokken EOS ook daadwerkelijk kan bereiken.</p><p>De draagconstructie van de overkapping heeft een brandwerendheid van 60 minuten. De draagconstructie is tegen aanrijding beschermd.</p><p>Een overkapping met een oppervlak van meer dan 1.000 m<sup>2</sup> is gecompartimenteerd. Elk compartiment beslaat maximaal een oppervlak van 1.000 m<sup>2</sup>. De overkappingen (buitenranden) liggen, met het oog op het voorkomen van brandoverslag en bereikbaarheid in geval van brandbestrijding, tenminste 5 m uit elkaar. De stroken tussen de overkappingen (verticale projectie) zijn vrij van energiedragerbehuizingen en andere obstakels.</p><p>Indien PV-panelen op de overkapping zijn geplaatst moeten de PV-panelen en de bijbehorende elektrotechnische installatie voldoen aan de NEN 7250, de aansluitvoorwaarden en de vereisten van de verzekeringsbranche.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1</em>: Een overkapping mag een brandweeroptreden niet negatief beïnvloeden en voldoet constructief aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De draagconstructie is berekend op optredende wind-, hemelwater- en sneeuwbelastingen.</p><p><em>Toelichting 2: </em>Bij het ontwerpen van een overkapping moet rekening worden gehouden met het kunnen vervangen van een batterijbehuizing nadat de overkapping is geplaatst. Indien een energiedragerbehuizing, vanwege omvang en/of gewicht, niet met een vorkheftruck verwijderd en geplaatst kan worden, moet de vrije hoogte zodanig zijn bemeten dat deze handelingen met een kraan kunnen worden uitgevoerd.</p><p><em>Toelichting 3: </em>Een EOS in de open lucht op basis van modulaire batterijbehuizingen kan een groot areaal beslaan. Dit geldt ook voor een groot energieopslagpark. In het kader van grond schaarste en de energietransitie ligt meervoudig ruimtegebruik voor de hand. Het overkappen van het terrein bestemd voor een EOS bestaande uit een groot aantal modulaire behuizingen biedt ruimte voor het grootschalig toepassen van PV-panelen.</p><p>De overkapping en de aangebrachte PV-panelen kunnen ook in brand raken en daarmee risicoverhogend voor het EOS zijn. De maatregel is er op gericht om de kans op een thermal runaway als gevolg van externe factoren niet te doen toenemen.</p><p>Voor de PV-installatie moet een Programma van Eisen zonnestroominstallaties (PvE z) opstellen. Dit PvE z moet voor aanleg worden beoordeeld en jaarlijks worden geïnspecteerd door een SCIOS Scope 12 gecertificeerde inspectie-instelling.</p></explanation><references/><bases><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"><title>Brandwerendheid – aanvullende eis inpandige EOS</title><description><p>Wanneer inpandige EOS geplaatste wordt op een hoogte groter dan 12 m geldt een brandwerendheid (WBDBO) van 120 minuten tussen (de ruimte van) het EOS staat opgesteld en de rest van het gebouw,  waarbij aanvullende eisen van de plaatselijke brandweer in acht genomen moeten worden.</p></description><explanation><p>Deze 12 m is gebaseerd op ca. 5 woonlagen (4 verdiepingen = 4x 3m).</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"><title>Brandwerendheid energiedragercompartiment</title><description><p>Voor een inpandige EOS is compartimentering van het energiedragercompartiment met de rest van het EOS vereist vanaf een vermogen van 1MW.   </p><p>De brandwerendheid (WBDBO), bepaald volgens NEN 6069 of berekend volgens NEN 6068, van de scheiding van het energiedragercompartiment met de rest van het EOS moet ten minste 30 minuten bedragen in beide richtingen.   </p><p>Deuren, ventilatieopeningen, leidingdoorvoeren of rolluiken in deze constructie mogen geen afbreuk doen aan de vereiste WBDBO.  </p><p>Wanneer het betreffende compartiment is voorzien van een voor lithium-houdende energiedragers geschikt onafhankelijk werkend gecertificeerd blussysteem is deze WBDBO-eis niet van toepassing.</p></description><explanation><p>WBDBO gaat over een gebouw of scheidingsconstructie. De brandwerendheid van scheidingsconstructies bepaalt de weerstand tegen branddoorslag. WBDBO kan worden bereikt met brandwerende constructies of met afstanden of een combinatie daarvan. Bij brandoverslag moet een berekening volgens NEN 6068 worden uitgevoerd.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/></categories></measure><measure id="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"><title>Brandwerendheid energiedragercompartiment – hybride EOS</title><description><p>Het compartiment binnen het hybride EOS waar de elektrische energiedragers zijn geplaatst moet tenminste 30 minuten brandwerend zijn afgeschermd van het compartiment waar eventuele brandstof voor het hybride systeem is opgeslagen.</p><p>Brandstofleidingen mogen niet door het energiedragercompartiment lopen.</p><p>Daarnaast moet de brandwerende scheiding voorkomen dat bij een eventuele lekkage van brandstof deze zich naar het compartiment kan verplaatsen waar de elektrische energiedragers zijn geplaatst.</p></description><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"><title>Compartimentering EOS  </title><description><p>Wanneer een EOS gecompartimenteerd is, dan moet de scheiding tussen het energiedrager compartiment en de rest van het EOS bestaan uit onbrandbaar materiaal, klasse A of B uit de NEN-EN 13501-1 of gelijkwaardig. </p><p>Deze maatregel is niet van toepassing op bestaande EOS'en.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"><title>Verbod op leidingen door EOS ruimte</title><description><p>Hemelwater-, drinkwater- en rioolleidingen zijn in de ruimte, waarin het EOS is geplaatst, niet toegestaan. Droge blus- en sprinklerleidingen zijn hiervan uitgezonderd.  Procesleidingen, zoals leidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen of stoom, zijn in de ruimte waarin het EOS is geplaatst niet toegestaan.</p><p>Deze maatregel is niet van toepassing op bestaande installaties.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1:  </em>Doel van deze maatregel is het voorkomen van een thermal runaway als gevolg van kortsluiting door intredend vocht of vloeistoffen als gevolg van een lekkage of leidingbreuk.  Schrobputten zijn wel toegestaan mits voorzien van een zwanenhals en een afsluitbare afvoer.</p><p><em>Toelichting 2: </em> Deze maatregel is niet van toepassing op de leidingen die onderdeel zijn van de waterkoeling (“liquid cooling”) van het EOS zelf.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/></categories></measure><measure id="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"><title>Integriteit EOS</title><description><p>De bouwkundige/constructieve integriteit van het EOS moet na een explosie gewaarborgd blijven.  In de buitenwand of het dak van de EOS-ruimte is een explosievlak aangebracht.  Het explosievlak heeft dusdanige afmetingen dat een optredende drukgolf, als gevolg van een explosie in de opstellingsruimte van het EOS, naar buiten kan treden zonder dat daarbij schade aan de constructie optreedt.</p><p>De verhouding tussen de netto en bruto inhoud van de opstellingsruimte van het EOS moet tenminste een factor 2 bedragen.</p><p>In bestaande situaties kan hiervan afgeweken worden na overleg met het bevoegd gezag. Dit kan bijvoorbeeld acceptabel zijn wanneer er geen kwetsbare objecten in de buurt zijn of indien het explosierisico door het type toegepaste energiedrager beperkt is.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1: </em>Doel van deze maatregel is dat de voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de beheersing van thermal runaway, zoals bijvoorbeeld het vol zetten van het EOS met water middels de Storz-aansluiting (<link idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/>), beschikbaar blijven en dat wegschietende objecten als gevolg van een explosie beperkt worden.</p><p><em>Toelichting 2</em>: In die situaties waarbij een Storz-koppeling is vereist, mag de drukontlastingsvoorziening  niet in de buitenwand zijn aangebracht (alleen explosieluik in het dak). Indien dit niet mogelijk is, moet het EOS zodanig zijn uitgerust dat een Storz-koppeling niet noodzakelijk is.   </p><p><em>Toelichting 3:</em> Met het oog op het adequaat kunnen afvoeren van een optredende drukgolf in geval van een calamiteit alsmede ten behoeve van een doelmatige ventilatie van de opstellingsruimte en koeling van de energiedragers moet er voldoende vrije ruimte rond het EOS beschikbaar zijn. Bij het berekenen van de netto ruimte moet naast het EOS ook andere installaties (omvormer, regelkasten) beschouwd worden.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/></categories></measure><measure id="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"><title>Ventilatiesysteem</title><description><p>Het betreedbare deel van het EOS is voorzien van een mechanisch ventilatiesysteem dat is berekend op een ventilatievoud van minimaal 6 keer de bruto inhoud van het EOS per uur.</p><p>De ventilatie is zodanig uitgevoerd dat onder normale bedrijfsomstandigheden de lucht in de hele ruimte continu, minimaal 2 keer de bruto inhoud per uur wordt ververst.</p><p>Als alternatief voor de continue ventilatie is het ook mogelijk om het EOS voor betreding op de maximale capaciteit te ventileren in combinatie met een interlock die betreding voorkomt totdat het CO-niveau onder de 20 ppm is. Na vrijgave van de toegang tot het EOS blijft het   mechanisch ventilatiesysteem in werking. De lucht in de hele ruimte wordt op dat moment minimaal 2 keer per uur ververst. Het mechanisch ventilatiesysteem mag pas worden uitgeschakeld nadat het personeel de ruimte heeft verlaten en de toegang wederom is vergrendeld.</p><p>De afvoer van de ventilatie moet zo hoog mogelijk in het EOS zijn aangebracht.</p><p>De uitmonding van het mechanisch ventilatiesysteem moet zich op tenminste 5 m van raam- en aanzuigopeningen bevinden van omliggende objecten.</p></description><explanation><p>Het EOS is voorzien van een luchttoevoerrooster. Het continu in werking hebben van het mechanisch ventilatiesysteem heeft tot gevolg dat ook luchtverontreinigende deeltjes van buiten en zeezout (kuststreek) naar binnen treden. Deze deeltjes hebben een negatieve invloed op de prestaties van het EOS en kunnen zelfs schade hieraan toebrengen. Het toepassen van filters vraagt om een veel grotere bruto doorsnede van het luchttoevoerrooster. Dit is niet altijd gewenst.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"><title>Ventilatiesysteem – inpandig EOS</title><description><p>In aanvulling op <link idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/> gelden voor een inpandig EOS de volgende eisen: </p><ul><li>het ventilatiesysteem moet zodanig te zijn uitgevoerd dat dampen en gassen niet in andere ruimten kunnen toetreden; </li><li>afvoer moet geschieden naar de buitenlucht op minimaal 2 meter boven de hoogste daklijn van het betreffende gebouw; </li><li>het ventilatiesysteem moet gescheiden zijn aangelegd van het reguliere ventilatiesysteem van het gebouw.</li></ul></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"><title>Noodventilatie</title><description><p>Bij CO- of rookdetectie in het energiedragercompartiment moet de ventilatie op maximaal vermogen het energiedragercompartiment van verse lucht voorzien.</p><p>Indien een brandblussysteem aanwezig is in het EOS moet de regeling van de noodventilatie hierop afgestemd worden. Indien een blussysteem in werking treedt moet de ventilatie uitgeschakeld zijn.</p><p>Bij de toegang tot het EOS moet een voorziening aanwezig te zijn voor de brandweer om de regeling van de noodventilatie te overbruggen.</p><p>In bestaande situaties kan hiervan afgeweken worden na overleg met het bevoegd gezag. Dit kan bijvoorbeeld acceptabel zijn wanneer er geen kwetsbare objecten in de buurt zijn of indien het explosierisico door het type toegepaste energiedrager beperkt is.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"><title>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging</title><description><p>Een buiten opgesteld EOS is, in relatie tot de toegelaten snelheden van voertuigen en verkeersintensiteit nabij de opslaglocatie, zodanig geplaatst, dat er geen gevaar bestaat voor aanrijding. Indien een dergelijke plaats niet aanwezig is, is een voldoende afschermende constructie aangebracht.  </p><p>Aan deze eis is in ieder geval voldaan indien de constructie bestaat uit een beveiliging tegen aanrijding in de vorm van een doelmatige vangrailconstructie volgens de richtlijnen van Rijkswaterstaat.</p></description><explanation><p>De mate van bescherming is afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. De bescherming tegen aanrijding is mede afhankelijk van de opstelplaats van het EOS.  </p><p>Indien de opstelplaats niet op korte afstand van interne transportroutes ligt (personenvoertuigen, vrachtwagens en transportmiddelen), kan een aanvullende fysieke bescherming tegen mechanische impact achterwege blijven.  </p><p>Wanneer dit niet het geval is, moet het EOS in de aanrijdingsrichting zijn afgeschermd, bijvoorbeeld met een deugdelijke vangrail of met beton gevulde stalen buizen.  Deze voorzieningen moeten zodanig met de bodem zijn verankerd dat bij een mechanische impact de beschermende voorziening niet losraakt.</p><p>Bij plaatsing van een mobiel EOS in de openbare ruimte (plein, stoep) nabij een doorgaande weg , kan gekozen worden voor een locatie voorbij een verkeersdrempel of achter bestaande paaltjes of opstaande randen (bijvoorbeeld bestemd om parkeren op de stoep tegen te gaan).</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"><title>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging - mobiel EOS</title><description><p>Op het moment dat een mobiel EOS wordt geplaatst op een locatie waarbij voertuigen in de buurt kunnen komen van een EOS moeten doeltreffende maatregelen genomen  worden met betrekking tot aanrijdgevaar.</p><p>Bij voertuigen die met een maximumsnelheid van 15 km/h op locatie kunnen en mogen rijden zonder scherpe uitstekende delen die een wand van een EOS kunnen doorboren als bijvoorbeeld vorkheftruck lepels, dan zijn geen extra maatregelen noodzakelijk.  In het geval van hogere snelheden en/of uitstekende delen zullen aanrijdbeveiligingen, die zorgdragen dat het EOS niet beschadigd kan raken, verplicht zijn.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"><title>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging – inpandig EOS</title><description><p>Een inpandig EOS in een open ruimte mag niet grenzen aan een zone die is bestemd voor (interne) transportmiddelen.  Indien een dergelijke plaats niet aanwezig is, is een inpandig EOS in een open ruimte tegen aanrijden beveiligd. De fysieke aanrijdbeveiliging is doelmatig en voorzien van een veiligheidskleur.</p></description><explanation><p>De mate van bescherming is afhankelijk van plaatselijke omstandigheden. De bescherming tegen aanrijding is mede afhankelijk van de opstelplaats van het EOS.  </p><p>Buiten de aangewezen interne transportroutes kan sprake zijn van intern transport waarbij gebruik wordt gemaakt van mechanisch aangedreven werktuigen. Dit is bijvoorbeeld het geval als het EOS onderdeel is van een oplaadsysteem voor elektrisch aangedreven werktuigen. In dat geval zou het interne transportmiddel mogelijk in de directe nabijheid van het EOS moeten worden gestald en moet het EOS tegen aanrijding  zijn beschermd.</p><p>Een aanrijdbeveiliging door middel van een drempel op de vloer is veelal het meest doelmatig. Beschermpalen bieden onvoldoende bescherming tegen lepels van vorkheftrucks.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><measure id="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"><title>Locatiekeuze - vluchtweg verblijfsgebouw</title><description><p>Het EOS bevindt zich op tenminste 3 m van vluchtmogelijkheden vanuit een gebouw naar de open lucht. Deze afstand bedraagt 10 m wanneer de vloer van de bovenste verdieping van het gebouw op meer dan 12 m vanaf maaiveld is gelegen en de capaciteit van het EOS meer dan 1 MWh bedraagt.</p></description><explanation><p>Een op maaiveldniveau gelegen EOS ten dienste van een gebouw kan in, tegen of nabij het gebouw zijn gesitueerd. In geval van een brand in een EOS komen giftige stoffen vrij. Het is dan van belang dat mensen die in het gebouw verblijven veilig naar buiten kunnen vluchten zonder door een (nagenoeg) onverdunde rookwolk te moeten treden.</p><p>De capaciteit van verticale vluchtwegen in hoogbouw is afgestemd op het aantal personen op de verdiepingen. Vanwege de grotere toestroom van personen bij brand is een grotere afstand tot de vluchtdeuren naar de buitenlucht gewenst. Dit geldt overigens alleen voor een grote EOS. Een EOS die voor noodstroom kan worden ingezet heeft zelden een capaciteit groter dan 1 MWh. Omwille van behoud van flexibiliteit in de indeling van het gebouw is deze verscherpte eis niet van toepassing.</p><p>Deze eisen gelden dus niet voor een EOS op een hoger gelegen verdieping ten opzichte van het trappenhuis. Aan een inpandig EOS zijn strenge bouwkundige eisen gesteld, met inbegrip van de afvoer van rookgassen in geval van brand. Een verticale vluchtweg bevindt zich in een eigen brandcompartiment.</p><p>De afstand van 3 m is ontleend aan de International Fire Code (IFC).</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/></categories></measure><measure id="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"><title>Locatiekeuze - bedrijfsterrein</title><description><p>Een buiten opgesteld EOS op een bedrijfsterrein is buiten de reikwijdte van (mobiele) kranen en andere hijswerktuigen geplaatst.</p><p>Indien dit niet mogelijk is, moet het EOS zijn voorzien van een fysieke afscherming tegen vallende objecten.</p></description><explanation><p>Op een open terrein van een bedrijf kunnen activiteiten plaatsvinden die een risico vormen voor het EOS, anders dan aanrijding. Er is niet gekozen voor valbeveiliging zoals bij een propaantank op een bouwplaats maar voor een intrinsiek veilige oplossing omdat sprake is van een vaste opstelplaats.  Met een bedrijfsterrein wordt mede de kade in een haven bedoeld.    Hijskranen op een bouwlocatie vallen buiten de reikwijdte van deze richtlijn.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"><title>Locatiekeuze – windturbine</title><description><p>Een buiten opgesteld EOS binnen de 10<sup>-6</sup> per jaar plaatsgebonden risicocontour van een windturbine is voldoende bestand tegen ijsafval en ijsafslag.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"><title>Beveiliging tegen onbevoegden </title><description><p>Een EOS is afdoende afgeschermd voor onbevoegden.    </p><p>De afscherming kan bestaan uit de constructie van het EOS zelf (EOS in een container), een fysieke afscherming  of permanent (camera)toezicht.  </p><p>De fysieke afscherming kan bestaan uit muren (gebouwen), hekken of sloten van voldoende breedte.  Als afscherming voldoet in ieder geval een vast en ten minste 1,8 m hoog hekwerk van onbrandbaar materiaal met ten minste twee, tegenover gelegen, toegangsdeuren.</p></description><explanation><p>Deze maatregel geldt ook voor een mobiel EOS. Op een evenemententerrein is buiten de openingstijden onvoldoende toezicht, ook met 24/7 bewaking. In de openbare ruimte kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven (toegankelijkheid stoep voor kinderwagens en mindervaliden bij plaatsing mobiel EOS onvoldoende gewaarborgd), een fysieke afscherming van een mobiel EOS achterwege blijven. Dit moet in overleg met het bevoegd gezag plaats vinden. Daarbij wordt eerst een alternatieve locatie verkend.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure><measure id="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"><title>Fysieke afscherming – meerdere EOS’en</title><description><p>Wanneer sprake is van de opstelling van meer dan twee EOS'en, in de directe nabijheid van elkaar, is een fysieke afscheiding, zoals bedoeld in <link idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/>, rondom het energiepark altijd vereist.  </p><p>Aanvullend kan sprake zijn van cameratoezicht.</p></description><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"><title>Eisen aan camerasysteem  </title><description><p>Een camerasysteem moet buiten normaal bereik van derden blijven. In geval van vandalisme moet de camera binnen 48 uur zijn hersteld of vervangen.</p></description><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure></section></section><section id="619883c3-209a-4137-910e-487f677c60f3" normative="true"><title>Gebruik van het EOS</title><section id="4a4ccfc2-9e42-4a3d-840a-c05bf9cf7545" normative="true"><title>Algemeen</title><measure id="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"><title>Ingebruiknamekeuring</title><description><p>Een nieuwe EOS mag pas in gebruik worden genomen nadat een ingebruiknamekeuring heeft plaatsgevonden waarbij het correct functioneren van alle systemen en beveiligingen zoals beschreven in deze PGS is gecontroleerd.</p><p>In geval van een EOS park moet ook het samenstel van de EOS’en gecontroleerd worden voor ingebruikname.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1: </em>Uitgangspunt is dat voor het EOS in gebruik wordt genomen hij aantoonbaar voldoet aan de eisen  Eventuele restpunten mogen geen invloed hebben op het veilig functioneren van het EOS.</p><p><em>Toelichting 2:</em> Voor een mobiel EOS betreft dit de initiële keuring voor de eerste ingebruikname.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="49cf0c27-41f5-4664-a45b-3dd17abf8c9f" normative="true"><title>Bewaken en monitoren</title><measure id="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"><title>CO- en H2-detectie   </title><description><p>Het EOS is voorzien van een permanent stationair detectiesysteem met bijbehorende acties voor opvolging zoals beschreven in<link idref="5fd25e4d-cd99-4fdc-b46d-6320d1bca158"/>. Dit is bij voorkeur een systeem voor voor detectie van koolmonoxide met kruisgevoeligheid voor waterstof met een doormelding zoals bedoeld in <link idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/>.</p><p>De detectie moet representatief zijn voor het energiedragercompartiment (container) of de opstellingsruimte (EOS in een aparte ruimte). Voor het bepalen van het daartoe benodigd aantal detectoren en de locatie van de detectoren zijn de richtlijnen van de fabrikant van de detectieapparatuur leidend.  Het meetbereik van het detectiesysteem moet passend zijn voor detectie van de in <link idref="5fd25e4d-cd99-4fdc-b46d-6320d1bca158"/> genoemde niveaus en een meetbereik hebben van 0 tot 200 ppm CO. Het toegepaste detectieprincipe is geschikt voor de omstandigheden waaraan de detector wordt blootgesteld (temperaturen, vochtigheid en dergelijke).</p><p>Het systeem moet worden beoordeeld op bedrijfszekerheid waaruit kan volgen dat de sensoren dubbel uitgevoerd moeten worden.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1:</em> Detectie op zowel koolmonoxide als waterstof zorgt voor een betrouwbare vroegtijdige ontdekking van een eventuele thermal runaway-reactie. Bij een thermal runaway komt in een vroeg stadium waterstof vrij en komen altijd aanzienlijke hoeveelheden koolmonoxide vrij. Er zijn CO-detectoren op de markt beschikbaar die kruisgevoelig zijn voor waterstof.</p><p>Op basis van het meetbereik van de CO-sensor en de geringe afmetingen van een energiedragercompartiment dan wel de opstellingsruimte van het EOS  zal veelal één CO-sensor volstaan. Omwille van bedrijfszekerheid moeten echter minimaal twee CO-sensoren zijn aangebracht.  </p><p><em>Toelichting 2:</em> Indien het EOS niet voorzien is van de genoemde detectie van koolmonoxide detectiesysteem dan moet worden aangetoond dat met het gebruikte detectiesysteem “venting” en thermal runaway situaties vroegtijdig worden gedetecteerd.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure><table id="5fd25e4d-cd99-4fdc-b46d-6320d1bca158"><caption>Detectieniveaus en (vervolg)acties</caption><thead><tr><th><p>Detectieniveau</p></th><th><p>Nr.</p></th><th><p>Actie</p></th></tr></thead><tbody><tr><td>10 ppm</td><td><p>A1</p></td><td>Automatisch melding en opvolging door installatieverantwoordelijke.</td></tr><tr><td><p>20 ppm</p></td><td><p>A2</p></td><td><p>A1 + Zichtbaar signaal bij toegang tot het EOS.</p></td></tr><tr><td><p>120 ppm</p></td><td><p>A3</p></td><td>A1 +A2 + Automatische doormelding naar hulpdiensten</td></tr></tbody></table><measure id="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"><title>Monitoring EOS</title><description><p>Een EOS moet beschikken over een systeem voor het continu monitoren op (indien vereist): </p><ul><li>functioneren (systeemalarmen, signalen van overladen of diepontladen); </li><li>abnormale temperatuurstijgingen; </li><li>temperatuurniveaus; </li><li>brand (<link idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/>)       .</li></ul><p>Tijdige opvolging, zoals bedoeld in <link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/> en <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/>, van signalen van een (mogelijke) thermal runaway of een brand of explosie moet zeker gesteld worden.  </p></description><explanation><p>Wijze van monitoren en opvolging is afhankelijk van de specifieke situatie en kan bijvoorbeeld door de eigenaar (gebruiker), door de leverancier of middels een Particuliere Alarmcentrale (PAC) gedaan worden.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"><title>Preventief afschakelen op basis van alarmeringen</title><description><p>De installatieverantwoordelijke van het EOS moet van afstand kunnen ingrijpen bij signalen van systeemalarmeringen die kunnen leiden tot het falen van het EOS .</p><p>De installatieverantwoordelijke moet op basis van de signalen (foutmeldingen, temperatuursensoren, rook- en brandmelding, etc.) de melding verifiëren. Indien er brand of explosie bevestigd wordt, moeten direct de hulpdiensten gealarmeerd worden.</p><p>De installatieverantwoordelijke moet op afstand een noodstop  kunnen activeren. De    monitoring van het EOS moet na het activeren van de noodstop blijven werken.</p><p>De BMS en/of het EMS van het EOS mag, op het moment dat de installatieverantwoordelijke heeft ingegrepen, de afschakeling niet buiten werking stellen of anderszins regelen.</p><p>Wanneer de installatieverantwoordelijk niet tijdig reageert, moet het EOS in staat zijn om autonoom te kunnen afschakelen door een beslissing vanuit het BMS en/of het EMS.  De installatieverantwoordelijke van het EOS mag de BMS en/of het EMS, op het moment dat deze hebben ingegrepen, niet buiten werking stellen of de elektronische aansturing anderszins regelen.</p><p>Zowel het BMS en/of EMS als de system controller moeten bij signalering van te hoge temperatuur het systeem spanningsloos kunnen maken, om in ieder geval elektriciteit als mogelijke energie bron van de brand/temperatuur verhoging zoveel mogelijk weg te halen. Bij het spanningsloos maken van het systeem moet zowel de AC voeding als de DC voeding van de energiedragers worden afgeschakeld.</p><p>Ter plaatse moet zichtbaar zijn dat het systeem daadwerkelijk is afgeschakeld. Hiertoe moet het EOS voorzien zijn van een status-indicatie aan de buitenkant van het EOS volgens  conform de NEN-EN-IEC-60204-1.</p><p>Voor bestaande EOS'en kan deze maatregel ingevuld middels een noodstopvoorziening die op afstand kan worden geactiveerd.</p></description><explanation><p>Doel van deze maatregelen is dat een EOS afgeschakeld wordt voordat een thermal runaway reactie optreedt. Hiermee wordt een zogenoemde “Process Shutdown” bedoeld.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"><title>Afschakelen op basis van detectie</title><description><p>Het EOS moet  autonoom afschakelen bij rook-, brand- en explosiedetectie door een beslissing vanuit de het Batterij Management Systeem (BMS) en/of het Energie Management Systesm (EMS).  Het ingrijpen van één van deze systemen mag niet herroepen  worden door het andere systeem. Beide systemen moeten gegarandeerd fysiek het laadproces kunnen afschakelen. De externe monitoring moet na het activeren van de noodstop blijven functioneren.</p><p>Bij het afschakelen moet de installatieverantwoordelijke een signaal ontvangen.</p><p>De installatieverantwoordelijke van het systeem mag de BMS en/of het EMS, het moment dat deze hebben ingegrepen, niet buiten werking stellen of de elektronische aansturing anderszins regelen.  </p><p>Ter plaatse moet zichtbaar zijn dat het systeem daadwerkelijk is afgeschakeld. Hiertoe moet het EOS voorzien te zijn van een status-indicatie aan de buitenkant van het EOS volgens <link idref="525125ba-13d8-472b-a0ee-a7967aa76272"/>.</p><p>Voor bestaande EOS'en kan de status-indicatie beperkt blijven tot een rode lamp bij een noodstop.</p></description><explanation><p>Doel van deze maatregel is dat in geval van een thermal runaway het EOS wordt afgeschakeld en zonodig de nooddiensten worden gealarmeerd. Hiermee wordt een zogenoemde noodstop bedoeld.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><table id="525125ba-13d8-472b-a0ee-a7967aa76272"><caption>Status-indicatie EOS conform de EN-IEC-60204</caption><thead><tr><th><p>Kleur</p></th><th><p>Betekenis</p></th><th><p>Verklaring</p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Rood</p></td><td><p>Noodsituatie</p></td><td><p>Gevaarlijke situatie.</p></td></tr><tr><td><p>Geel</p></td><td><p>Abnormaal</p></td><td><p>Abnormale situatie. Situatie kan kritiek worden.</p></td></tr><tr><td><p>Groen</p></td><td><p>Normaal</p></td><td><p>Normale situatie.</p></td></tr></tbody></table><measure id="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"><title>Noodstopvoorziening</title><description><p>Het EOS moet beschikken over een noodstopvoorziening voor het handmatig uitschakelen van het EOS met dezelfde functionaliteit als de automatische afschakeling zoals bedoeld in <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/>  indien dit volgt uit de risico-analyse.  </p><p>In geval van een EOS-park is het toegestaan dat dit op sub-niveau is. Het uitschakelbereik van de noodstop is in deze situatie het gedeelte van het totale systeem dat qua veiligheid en elektrische beveiligingen van elkaar afhankelijk is. In de praktijk is dit het samenstel van energiedragers, omvormers, trafo en besturingssystemen of een sub-station met onderliggende systemen.</p></description><explanation><p>Voor de uitvoering van de noodstopvoorziening kan gebruik worden gemaakt van de NEN-EN-ISO 13850 Veiligheid van machines – noodstopfunctie – Ontwerpbeginselen.     </p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"><title>Afschakelen module</title><description><p>De afschakeling van het EOS zoals bedoeld in <link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/> en <link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/> moet zo dicht mogelijk bij de module plaatsvinden.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"><title>Verwijderen energiedrager na thermal runaway of brand</title><description><p>Zodra er een thermal runaway of brand heeft plaatsgevonden in een module (die niet tot propagatie heeft geleid) moet deze module zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen 24 uur verwijderd worden.</p><p>De verwijderde module moet conform de bijzondere bepaling 376 uit het ADR/VLG afgevoerd worden.  Voor inschakeling van het EOS moet deze getest worden conform de voorschriften van de fabrikant zodat zeker gesteld is dat deze weer veilig is voor gebruik.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="fa6564e9-0d35-484e-9fee-97eabfd9b054" normative="true"><title>Overige aspecten voor het gebruik van het EOS</title><measure id="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"><title>Toegang tot het EOS</title><description><p>Zeker is gesteld dat alleen bevoegden toegang hebben tot het EOS. De toegang tot het EOS (bijvoorbeeld een toegangsdeur of een luik in de zijkant) kan alleen worden geopend door een daartoe bevoegd persoon (installatieverantwoordelijke, onderhoudsmonteur).    </p><p>Buiten de reguliere controle-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden is elke toegang tot het EOS gesloten en vergrendeld.  De vergrendeling bestaat uit een cilinderslot voorzien van het veiligheidskeurmerk SKG** of hoger. Een containerslot is voorzien van het SCM keurmerk met een hangslot CEN klasse 4 of hoger.</p><p>Een alternatieve vergrendeling is toegestaan mits aantoonbaar gelijkwaardig.</p><p>Bij het gebruik van een sleutel wordt deze op een voor onbevoegden onbereikbare plaats bewaard.</p></description><explanation><p>Een hangslot is leverbaar met het veiligheidskeurmerk SKG** of hoger. Wanneer het EOS bij een bedrijf is geplaatst, kan de sleutel bij de technische dienst of de bewaking in beheer worden gegeven. Het gebruik van een sleutelbuis nabij het EOS stelt de Brandweer in staat om toegang te krijgen.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section></section><section id="e1113933-4c89-4642-84b4-43028c087478" normative="true"><title>Onderhoud, keuring, documentatie en training</title><section id="9a0d8913-61ac-4923-81e4-7d59d6511bec" normative="true"><title>Onderhouden en repareren</title><measure id="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"><title>Vervanging energiedrager</title><description><p>Voorafgaand aan vervanging moet een nieuw te plaatsen energiedrager in het EOS op uitwendige beschadigingen en defecten zijn gecontroleerd.  </p><p>Een afgekeurde energiedrager wordt beschouwd als defect en wordt dienovereenkomstig opgeslagen.</p></description><explanation><p>De vereiste handelingen zijn vergelijkbaar met de ingangscontrole bij de opslag van Lithium-houdende energiedragers zoals beschreven in <a href="https://publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS37.html">PGS37-2</a>. Indien de energiedrager is afgekeurd, wordt deze als zijnde defect opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"><title>Actuele handleiding</title><description><p>In of bij het EOS is een actuele handleiding aanwezig waarin de technische installatie is beschreven.  Het voorblad van de handleiding vermeldt de contactgegevens van de leverancier.</p></description><explanation><p>Gelet op de verscheidenheid van de installaties in het EOS (energiedragers, beveiligingen, stroomkabels en klimaatinstallatie) zullen monteurs van verschillende bedrijven het onderhoud en de noodzakelijke reparaties verrichten. Het is daarom van belang dat ter plaatse op eenvoudige wijze contact met de leverancier van het EOS kan worden gemaakt.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"><title>Ventilatiesysteem - controle en onderhoud</title><description><p>De installatieverantwoordelijke van het EOS laat, indien aanwezig, periodiek het mechanisch (nood)ventilatiesysteem  op de goede werking controleren en onderhouden door een ter zake deskundige.    </p><p>De registratie van de controle en het onderhoud worden opgenomen in het logboek.  </p><p>De controles vinden plaats overeenkomstig de termijn voorgeschreven door de fabrikant </p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure></section><section id="41dfb4ab-18b7-42b4-b2da-37d9b254ae30" normative="true"><title>Keuren en inspecteren</title><measure id="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"><title>Periodieke Controle</title><description><p>Een EOS moet periodiek, minimaal jaarlijks gecontroleerd worden.  Tijdens deze periodieke controle moeten tenminste de volgende onderwerpen, mits van toepassing, aan bod komen: </p><ul><li>inspectie aan de energiedragers en elektrische installatie (visueel + werking controleren) </li><li>visuele inspectie van de container (filters, uitwendige beschadigingen, drukontlastvoorziening, etc) </li><li>inspectie en service van de  klimaatinstallatie en verwarming </li><li>inspectie en service van de brandblusinstallatie </li><li>inspectie en service van de omvormers en transformatoren  </li></ul></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"><title>Controle mobiele EOS na plaatsing</title><description><p>Na plaatsing van een mobiel EOS moet deze gecontroleerd worden op minimaal de volgende punten:</p><ul><li>(mechanische) schade door transport, zowel het EOS zelf als de energiedragers</li><li>Aanwezigheid juiste elektrische aansluiting(en) t.b.v. het doel waarvoor het EOS is geplaatst   </li></ul><p>Het EOS mag pas in gebruik worden genomen wanneer eventuele tekortkomingen zijn opgelost.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure></section><section id="fb22b9fc-b613-42e8-ad80-07aafcd0572a" normative="true"><title>Registratie en documentatie</title><measure id="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"><title>Algemene documentatie-eisen – Registratiesysteem</title><description><p>Van elk EOS moet een registratiesysteem worden bijgehouden dat moet voldoen aan artikel 3.4 van het Arbobesluit.</p><p>Bij elke installatie moet een reparatie- en onderhoudslogboek aanwezig zijn waarin ook aanpassingen worden bijgehouden.  </p><p>Een off-site kopie van dit reparatie- en onderhoudslogboek moet bij de installatieverantwoordelijke bijgehouden worden.</p><p>Van alle onderstaande documenten moet de laatste revisie bij het EOS beschikbaar zijn: </p><al><li>ontwerptekeningen/schema’s; </li><li>gebruikershandleiding;</li><li>informatieblad systeem;</li><li>logboek;</li><li>onderhoudsprotocol;</li><li>ingebruiknamekeuring <link idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/> </li><li>periodieke controles <link idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/></li></al><p>De documentatie moet altijd actueel zijn en bij het EOS beschikbaar zijn.  Het registratiesysteem kan in hard copy of in een elektronische vorm worden opgeslagen.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"><title>Algemene documentatie-eisen – Bewaartermijn</title><description><p>Het registratiesysteem van het EOS blijft ten minste bewaard: </p><ul><li>zolang het EOS niet definitief is verwijderd; </li><li>zolang de gevolgen van een eventueel incident tijdens de gebruiks- of verwijderingsfase van het EOS niet volledig zijn afgehandeld.</li></ul></description><explanation><p>Het afhandelen van de gevolgen kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van het incident. Tevens kunnen andere (juridische) aspecten nog een rol spelen bij de afhandeling, zoals aansprakelijkheid.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="064f53f7-b8b9-45af-aee0-e40868ebc5a0" normative="true"><title>Opleiden en trainen</title><measure id="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"><title>Competentie-eisen conform NEN 3140</title><description><p>Personeel dat werkzaamheden verricht aan de installatie moet voldoende deskundig zijn en tenminste gekwalificeerd zijn als Vakbekwaam Persoon (VP), Een VP beschikt over een voltooide elektrotechnische opleiding op WEB-niveau 3 (Wet educatie en beroepsonderwijs).  Door middel van een aanwijzingsbeleid moet zeker gesteld worden dat medewerkers alleen taken uitvoeren waarvoor zij gekwalificeerd zijn.</p></description><explanation><p><em>Toelichting 1: </em>In geval van hoogspanning is tevens de NEN 3840 van toepassing.</p><p><em>Toelichting 2: </em>Training en kwalificatie is zodanig dat medewerkers bekend zijn met gevaren en voorzorgsmaatregelen, en op de juiste manier kunnen omgaan met de apparatuur, inclusief uitleg van waarschuwings- markeringen, instructies gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.  Training vindt plaats voor het werk aan het EOS start, wanneer apparatuur voor het eerst wordt gebruikt of wordt veranderd en wanneer nieuwe technologie wordt geïntroduceerd.  Aanvullend kan er gewerkt worden met een aanwijzingsbeleid zodat zeker gesteld kan worden dat de betreffende medewerker capabel is om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.     </p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"><title>Instructie personeel</title><description><p>Alle personen die werkzaamheden verrichten in een EOS moeten op de hoogte zijn van de gevaarsaspecten van lithium-houdende energiedragers en de te nemen maatregelen bij onregelmatigheden.</p><p>Deze personen moeten tevens op de hoogte zijn van het interne noodplan.  </p></description><explanation><p>De instructie mag ook gegeven worden door een interne deskundige die hiervoor is opgeleid en kennis heeft van de gevaren en risico’s van lithium-houdende energiedragers.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section></section><section id="79927163-5e5b-41f4-a269-8f7e51ccb425" normative="true"><title>Veiligheid</title><section id="86b64da8-cc7e-402f-b643-1d3316e2cdd2" normative="true"><title>Algemeen</title><measure id="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"><title>Bliksembeveiliging en beveiliging elektrotechnische installaties</title><description><p>De vereiste bliksembeveiliging en bescherming van elektrotechnische installaties in het EOS volgt uit de beveiligingsklasse bepaalt op basis van de NEN-EN-IEC 62305-2.</p><p>Indien bliksembeveiliging en de bescherming van de elektrotechnische installaties in het EOS is vereist dan moeten deze voldoen aan respectievelijk aan de NEN-EN-IEC 62305-3 en de NEN-EN-IEC 62305-4.</p><p>Het ontwerpen, vervangen en installeren van de aarding en bliksemafleiding vindt plaats door een deskundige die een verklaring afgeeft waaruit blijkt dat de installatie voldoet aan voornoemde normen.       </p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"><title>Onderdelen bliksembeveiligingssysteem</title><description><p>De onderdelen van een bliksembeveiligingssysteem voldoen aan de NEN-EN-IEC 62561 serie voor zover het betreffende deel van toepassing is.</p></description><explanation><p>De NEN-EN-IEC 62561 serie bestaat uit 7 delen.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="64b55a6f-e527-48a2-b501-0a509e6b7228" normative="true"><title>Interne veiligheidsafstanden</title><p>Een interne veiligheidsafstand zorgt voor bescherming van gebouwen en plekken waar mensen kunnen verblijven. Het gaat om gebouwen en plekken binnen de begrenzing van de locatie van de activiteit. Een interne veiligheidsafstand kan ook voorkomen dat een incident leidt tot een domino-effect buiten deze begrenzing. </p><heading>Vaste afstanden</heading><measure id="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"><title>Veiligheidsafstanden</title><description><p>In afwijking op <link idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/> kan brandwerendheid ook worden behaald door middel van afstand: </p><ul><li>indien de afstand van de EOS tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten, ten minste 5 m bedraagt, moet de brandwerendheid ten minste 30 min bedragen;</li><li>indien de afstand van de EOS tot de inrichtingsgrens, een ander bouwwerk dat tot de inrichting behoort, of andere brandbare objecten  , ten minste 10 m   bedraagt is ten aanzien van de brandwerendheid geen eis van toepassing.</li></ul><p> Binnen deze afstanden vinden geen opslag van brandbare stoffen dan wel brandgevaarlijke activiteiten (m.u.v. onderhoudswerkzaamheden) plaats die een brand kunnen veroorzaken of waarlangs een brand zich kan voortplanten naar het EOS.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases></measure><measure id="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"><title>Onderlinge veiligheidsafstanden - klein EOS park</title><description><p>Voor een klein EOS park, maximaal 6 EOS’en, gelden de volgende eisen: </p><ul><li>De kortste onderlinge afstand tussen zijdelings opgestelde EOS'en is tenminste 1,0 m.</li><li>Indien een niet brandwerende (ventilatie)opening in de zijwand(en) van de containers is aangebracht, is deze afstand tenminste 2,5 m voor zover aan beide zijden van de ruimte tussen deze containers openingen aanwezig zijn.</li><li>De kortste onderlinge afstand tussen EOS'en die in elkaars verlengde zijn opgesteld, is tenminste 2,5 m.</li></ul></description><explanation><p><em>Toelichting 1: </em>De minimale zijdelingse afstand tussen containers stelt de hulpdiensten in staat om een waterscherm aan te brengen wanneer in een EOS brand is ontstaan.  Vanwege de aanwezigheid van deuren aan de kopse kant van de containers is het wenselijk om een grotere afstand in lengterichting aan te houden.  Een uitwendig gemonteerde koelinstallatie aan de kopse zijde van een container telt bij de afstandsbepaling niet mee.  De afstand van 2,5 m geldt vanaf de buitenwand van de container tot de buitenwand van de eerstvolgende container.</p><p><em>Toelichting 2:</em> In verband met bereikbaarheid moet de ruimte tussen de EOS vlak en geheel vrij te zijn van begroeiing, obstakels en andere materialen </p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"><title>Onderlinge veiligheidsafstanden - groot EOS park</title><description><p>Voor een groot EOS park, meer dan 6 EOS’en, gelden de volgende eisen: </p><ul><li>De kortste afstand tussen zijdelings opgestelde EOS'en is tenminste 2.5 m.</li><li>De kortste afstand tussen EOS'en die in elkaars verlengde zijn opgesteld, is tenminste 4 m.</li></ul></description><explanation><p><em>Toelichting 1: </em>De uitwendige afmetingen van een 40’ container zijn 12.192 mm (lengte), 2.438 mm (breedte) en 2.591 mm (hoogte). Er moet dus een vrije ruimte van tenminste een 40’ container aangehouden worden.</p><p>Voor grotere containers gelden dezelfde afstandseisen. De grotere afstand in lengterichting maakt het mogelijk om met een voertuig van een hulpdienst (brandweer, ambulance) over het EOS park te rijden.</p><p><em>Toelichting 2: </em>In verband met bereikbaarheid moet de ruimte tussen de EOS vlak en geheel vrij te zijn van begroeiing, obstakels en andere materialen.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"><title>Veiligheidsafstanden - tussen EOS-parken</title><description><p>De kortste afstand tussen EOS parken bedraagt tenminste 5 m.</p></description><explanation><p>Deze maatregel heeft tot doel het opknippen van grote EOS parken in kleinere tegen elkaar geplaatste parken te voorkomen. De afstand wordt gemeten vanaf het hekwerk.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"><title>Onderlinge veiligheidsafstanden - inpandige EOS'en</title><description><p>Bij plaatsing van meerdere EOS'en in dezelfde open ruimte moeten deze op voldoende afstand van elkaar staan, zodat bij een inwendige brand in één van de energieopslagsystemen er geen brandoverslag kan plaatsvinden.</p></description><explanation><p>Inpandige EOS'en mogen in elkaars directe nabijheid zijn geplaatst indien de omkasting van elk van de energieopslagsystemen, rekening houdend met aanwezige ventilatie-openingen, voldoende brandwerend is uitgevoerd teneinde brandoverslag te voorkomen.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure></section><section id="4c8b70ef-0fc9-4a27-b6f3-c1855817f94a" normative="true"><title>Brandveiligheid</title><measure id="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"><title>Bluswateraansluiting</title><description><p>Het EOS is bij voorkeur beveiligd tegen brandpropagatie (fire propagation), minimaal op module niveau, bijvoorbeeld op basis van UL9540A.</p><p>Indien het EOS niet beschikt over brandpropagatie certificering moet het EOS voorzien zijn van een bluswateraansluiting. De bluswateraansluiting moet voldoen aan de eisen van de brandweer (Storz-koppeling nok81 of een andere vorm van bluswatertoevoer zoals overeengkomen met de regionale brandweer). Bij aanwezigheid van een bluswateraansluiting moet het energiedragercompartiment of het EOS als geheel:</p><ul><li>bestand zijn tegen de hydrostatische druk van de maximaal te kunnen bereiken waterhoogte;</li><li>zodanig waterdicht zijn dat er voldoende water voor beheersing van een thermal runaway toegevoerd kan worden.</li></ul><p>Indien een energiedragercompartiment onder water gezet kan worden, is een voorziening aanwezig om tijdens of na afloop het compartiment actief te kunnen koelen of te laten leeglopen, bijvoorbeeld d.m.v. een kogelkraan.</p><p>De bluswateraansluiting is aan de binnenzijde voorzien van een terugslagklep zodat wordt voorkomen dat vuur of rook in geval van brand via de bluswateraansluiting naar buiten kan komen.</p><p>Bij een inpandig EOS is een bluswateraansluiting alleen mogelijk bij plaatsing op de begane grond of in de kelder. Bij plaatsing op een andere verdieping is dus brandpropagatie certificering noodzakelijk. </p><p>Een brandblusinstallatie mag ook zodanig worden uitgevoerd dat deze brandpropagatie zoals bedoeld in de eerste alinea kan voorkomen. Dit moet door de leverancier van het systeem kunnen worden aangetoond d.m.v. certificatie. In dit geval gelden niet de eisen met betrekking tot  bestand zijn tegen de hydrostatische druk en waterdichtheid.</p></description><explanation><p>Doel is dat er in geval van een thermal runaway snel een beheersbare situatie ontstaat. Uitgangspunt hierbij is dat het EOS beveiligd is tegen propagatie tussen modules of binnen een module. De bluswater-aansluiting is bedoeld om de brandweer handelingsperspectief te geven indien dit niet het geval is.</p><p>Bij toepassing van de bluswateraansluiting kan deze worden ingezet om een vergelijkbare werking als een sprinklerkop te verkrijgen om op die manier het energiedragercompartiment drastisch te kunnen koelen in geval van een incident. Alleen bij daarvoor geschikte systemen kan de brandweer er ook voor kiezen om het systeem vol te zetten met water.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="3e3588de-4320-4f84-8e7d-11d1aa7d1f96"/><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/><category idref="95aeda06-1ab8-432b-ac30-5fc3ed15a974"/></categories></measure></section><section id="b26cdede-ac89-402b-9fbd-406a726a79ea" normative="true"><title>Noodplan, incidenten en calamiteiten</title><p>Binnen deze PGS wordt veel verwezen naar (inter)nationale normering. Internationale standaardisering van informatie bij incidenten met een EOS ten behoeve van de hulpdiensten is gewenst. Uit oogpunt van uniformiteit verdient het sterk aanbeveling om aan te sluiten bij de systematiek zoals vastgelegd in de ISO 17840-normenreeks voor gemotoriseerd wegverkeer.</p><measure id="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"><title>Bereikbaarheid van het EOS</title><description><p>Het EOS moet altijd bereikbaar zijn voor hulpverlenende diensten. </p><p>De hulpdiensten moeten te allen tijden toegang te kunnen krijgen tot het terrein.</p><p>De hulpdiensten moeten toegang kunnen krijgen tot het EOS. Dit moet duidelijk beschreven zijn in het noodplan (<link idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/>).</p><p>Het (tijdelijk) plaatsen van objecten mag de toegang tot het EOS voor de brandweer niet hinderen. Bij het plaatsen van objecten die zelf een verhoogd risico hebben moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden.</p></description><explanation><p>De toegangsweg moet geschikt zijn voor een blusvoertuig (breedte en asdruk).</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"><title>Bereikbaarheid – inpandig EOS</title><description><p>De opstellingsruimte van een op maaiveld gelegen EOS is direct aan een buitengevel gesitueerd. Bij een kelderopstelling grenst het EOS direct aan een grondkerende wand met een directe toegang van buiten. Bij een kelderopstelling is de totale capaciteit van de lithiumhoudende energiedragers maximaal 1 MW.</p><p> Bij een kelderopstelling is de toegang aan de buitenzijde begrensd door een plateau van tenminste 2 m<sup>2</sup>. De trap naar de opstellingsruimte van het EOS is tenminste 1 m breed.</p><p>De trap vormt constructief één geheel met de rest van het gebouw (tegen zettingsverschillen om de toegang tot het inpandige EOS te waarborgen).</p><p> Er zijn maatregelen getroffen om ter hoogte van de toegangsdeur van het EOS hemelwater doelmatig af te voeren.</p></description><explanation><p>De voorkeurslocatie van een inpandig EOS is, met het oog op de bereikbaarheid, de begane grond of eventueel een kelder. Voor een EOS op een hoger gelegen verdieping gelden aanvullende eisen.</p><p> Soms bestaat de grondkerende constructie uit een damwand. Bij het aanbrengen van de damwand is rekening gehouden met de constructie van de trap. Het plateau zorgt er voor dat de toegangsdeur naar buiten kan draaien en er voldoende bewegingsruimte is om energiedragers doelmatig en veilig naar buiten af te voeren.</p><p>Indien het inregenen en naar binnenstromen van hemelwater redelijkerwijs niet mogelijk is, zijn maatregelen om hemelwater af te voeren niet noodzakelijk. Voorbeelden zijn de ligging van het EOS aan een overdekte straat (tunnelconstructie) of een volledige afscherming van de trapconstructie bij een kelderopstelling.</p><p>Bij een kelderopstelling verdient het aanbeveling om een verhoging bij de toegang op maaiveld aan te brengen die het naar binnenstromen van hemelwater tijdens een hevige regenbui voorkomt.</p><p>Deze maatregel is van toepassing op nieuwe EOS'en.</p></explanation><references/><bases><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="36dc7865-0ec0-4a41-b82a-2fac601dd5cc"/></categories></measure><measure id="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"><title>Toegankelijkheid EOS-park</title><description><p>In verband met de bereikbaarheid van de EOS’en op een EOS-park moet het EOS-park via ten minste twee op voldoende uit elkaar gelegen ingangen toegankelijk zijn.</p><p>De externe toegangen moeten in open toestand onder toezicht staan.</p></description><explanation><p>Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan worden afgeweken na toestemming van het bevoegd gezag.</p><p>Toezicht op toegangen in open toestand kan ook cameratoezicht zijn.</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="5b985a9f-78f4-4a1a-b79e-a5795803189b"/><category idref="8428dfa3-7b05-4afe-9f31-4d7f476beabf"/></categories></measure><measure id="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"><title>Noodplan</title><description><p>Een actueel noodplan (zie <link idref="410d6ff0-a35a-4012-a0f2-7b473e798c2b"/> voor een voorbeeld) hoe te handelen bij incidenten is aanwezig. Onder incident wordt in ieder geval het optreden van een thermal runaway en een lekkage van elektrolyt verstaan.</p><p> Het noodplan is gericht op het beperken en beheersen van calamiteiten, ongevallen en bescherming van werknemers en de leefomgeving.  Dit noodplan moet voorhanden zijn bij de installatieverantwoordelijke van het EOS en de hulpdiensten.</p><p>Dit noodplan bevat ten minste: </p><ul><li>Contactinformatie van betrokken partijen </li><li>Een beschrijving van de monitoring </li><li>Hoe de alarmering geregeld is (24/7) </li><li>Hoe er op de alarmering gereageerd moet worden </li><li>Scenariobeschrijvingen bij brandmelding </li><li>Plattegrond waarop bluswatervoorzieningen aangegeven zijn </li><li>Informatie over de toegang tot het terrein van het EOS (<link idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/>) </li><li>Tekeningen en codering van het EOS </li><li>Technische informatie van het EOS (vermogen, capaciteit, etc.) </li><li>Wat te doen na een incident (opruimen eventuele lekkages elektrolyt, opruimen bluswater, etc.) </li></ul></description><explanation><p>In geval van bemande locaties is het de bedoeling om het noodplan af te stemmen op het interne noodplan (bedrijfshulpverlening, ontruiming, opleiding werknemers, etc.).</p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis><basis>rampenbestrijding</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"><title>Noodplan - beproeven</title><description><p>Het noodplan wordt ten minste elke drie jaar beoordeeld en beproefd en zo nodig bijgewerkt. Als het noodplan wordt bijgewerkt, wordt rekening gehouden met: </p><ul><li>de veranderingen van technische en organisatorische aard bij de hulpverleningsdiensten;  </li><li>de veranderingen in het veiligheidsinzicht die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de risico’s van ongevallen.</li></ul></description><explanation><p>Onder beproeven wordt verstaan het testen van het noodplan op basis van incidentscenario’s. Dit kan bestaan uit het testen in de praktijk, administratief testen (desktop oefening) of een combinatie. Doel is om vast te stellen of het noodplan effectief is.</p><p>Voor de driejaarlijkse beoordeling en beproeving is aangesloten bij het Arbeidsomstandighedenbesluit. Dit bepaalt dat het noodplan ten minste eenmaal per drie jaar moet worden beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. </p><p>Meer informatie staat in <link idref="20b87870-6696-404d-a36c-0b621f3f7a05"/> </p></explanation><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>brandpreventie</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure></section><section id="33fdfb93-d26a-437f-909a-c1000eafca4d" normative="true"><title>Pictogrammen en aanwijzingen </title><measure id="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"><title>Pictogrammen EOS </title><description><p>Aan de buitenzijde van een EOS moeten veiligheidstekens zijn aangebracht.  In ieder geval betreft dit het open vuur en rookverbod, zoals vastgelegd in de norm NEN-EN-ISO 7010 onder nummer P003.  Aanvullend moeten de volgende waarschuwingspictogrammen zijn aangebracht: </p><ul><li>Elektrocutiegevaar, NEN-EN-ISO 7010 nummer W012 </li><li>Waarschuwing opladen batterijen, NEN-EN-ISO 7010 nummer W026 </li><li>Waarschuwing vallend ijs, NEN-EN-ISO 7010 nummer W039 De waarschuwing voor vallend ijs geldt alleen bij een buiten geplaatste EOS in de directe nabijheid van een windturbine.</li></ul><p>De veiligheidstekens moeten altijd, op een goed zichtbare plaats, aan de buitenkant van het EOS zijn aangebracht.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="bf368d38-3ec7-45de-981f-2d110ba29074"/></categories></measure><measure id="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"><title>Pictogrammen Hybride EOS </title><description><p>Er moet duidelijk zichtbaar zijn dat het een hybride EOS betreft, waarbij met etiketten aan de buitenzijde wordt aangegeven waar het elektrische en het brandstofcompartiment zich bevindt.</p></description><references/><bases><basis>arbeidsveiligheid</basis><basis>omgevingsveiligheid</basis></bases><categories><category idref="1a88b521-f585-4a4b-bfab-cb2deeeb32b2"/></categories></measure></section></section></section><section id="b6141467-ed15-4103-8681-09473bd70e8b"><title>Gelijkwaardige maatregelen</title><heading>Criteria voor het toepassen van gelijkwaardige maatregelen</heading><p>Een gelijkwaardige maatregel is een alternatief voor een in een PGS-richtlijn beschreven maatregel. Als een bedrijf voor een in deel B genoemde maatregel een alternatief wil toepassen, dan is het van belang vooraf de volgende aspecten na te gaan: </p><ul><li>Is een alternatief toegestaan? </li><li>Voldoet het alternatief aan de criteria waaraan het wordt getoetst? </li><li>Welke formele stappen zijn nodig om een alternatief toe te kunnen passen? Ook is het van belang alle gegevens goed te documenteren, omdat het bevoegd gezag of de toezichthouder moet kunnen beoordelen of de alternatieve maatregel gelijkwaardig is. Deze aspecten zijn hieronder nader toegelicht.</li></ul><heading>Mag een alternatieve maatregel worden toegepast?</heading><p>Dat hangt af van de wettelijke grondslag van de maatregel. Dit is per maatregel aangeduid met: </p><ul><li><basis>omgevingsveiligheid</basis>  (Omgevingsveiligheid); </li><li><basis>brandpreventie</basis>  (Brandpreventie omgevingsveiligheid); </li><li><basis>arbeidsveiligheid</basis>  (Arbeidsveiligheid); </li><li><basis>rampenbestrijding</basis>  (Brand- of rampenbestrijding).</li></ul><heading>De wettelijke grondslag is Arbeidsveiligheid</heading><p>Deze maatregel is beschreven vanuit de doelen van de Arbeidsomstandighedenwet. Een andere dan de beschreven maatregel is mogelijk zolang de wetgeving dit toelaat. De mogelijkheid tot het treffen van (alternatieve) gelijkwaardige maatregelen geldt alleen voor de maatregelen die een nadere uitwerking vormen van de doelvoorschriften in de arbeidsomstandighedenwetgeving. Die mogelijkheid is er in elk geval niet voor middelvoorschriften uit de arbeidsomstandighedenwetgeving en verplichtingen uit verordeningen, warenwetbesluiten en productrichtlijnen, zoals bijvoorbeeld: </p><ul><li>het verbod op het werken met bepaalde stoffen; </li><li>maatregelen in paragraaf 2a ‘Explosieve atmosferen’ van het Arbobesluit; </li><li>maatregelen/verplichtingen uit de Verordening persoonlijke beschermingsmiddelen, de Warenwetbesluiten drukapparatuur 2016, explosieveilig materieel 2016, Warenwetbesluit machines, enz.</li></ul><p>In de PGS-reeks/deze PGS worden de <basis>arbeidsveiligheid</basis>-maatregelen waarvan niet kan worden afgeweken geplaatst in een oranje blok met oranje tekst (DWW-maatregel).</p><p>Gelijkwaardigheid wil zeggen dat de alternatieve maatregel de gezondheid en veiligheid van de werknemers op minimaal hetzelfde niveau beschermt. Zie hiervoor ook onderstaand kader met criteria voor toetsing van de gelijkwaardigheid. De verantwoordelijkheid voor het onderbouwd aantonen van de gelijkwaardigheid van alternatieve maatregelen ligt bij het bedrijf. Dat vereist een zorgvuldige documentatie. Voorafgaande toestemming is niet nodig. Pas bij toezicht of ongevalsonderzoek wordt er door de Inspectie SZW getoetst.  </p><heading>Criteria arbeidsveiligheid voor toepassen gelijkwaardige maatregelen</heading><p>Bij de toetsing hanteert de Inspectie SZW een aantal criteria:  </p><ul><li>Vanuit arbeidsomstandigheden gezien is een alternatieve maatregel gelijkwaardig aan de PGS-maatregel als deze voldoet aan: 1)	de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, ook wel de stand der techniek genoemd; 2)	een onveranderde trede in de arbeidshygiënische strategie; 3)	het uitgangspunt dat organisatorische maatregelen geen alternatief zijn voor technische maatregelen.</li><li>Een alternatieve maatregel is gelijkwaardig als de gezondheid en veiligheid van de werknemers minimaal op hetzelfde niveau beschermd zijn. Het is aan de werkgever om te bepalen welke maatregelen die moet treffen om de werknemers te beschermen. </li><li>Gelijkwaardige maatregelen zijn een nadere uitwerking van de doelvoorschriften in de wetgeving. Voor middelvoorschriften en productrichtlijnen is het gelijkwaardigheidsprincipe niet van kracht. De beoordeling van gelijkwaardigheid van maatregelen ten behoeve van de gezondheid en veiligheid van werknemers is een taak en verantwoordelijkheid die alleen bij de Inspectie SZW ligt. </li><li>De Inspectie SZW beoordeelt de gelijkwaardigheid van maatregelen ten behoeve van de gezondheid en veiligheid van werknemers bij inspecties en ongevalsonderzoek in het kader van de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet.</li></ul><heading>De wettelijke grondslag is  O (Omgevingsveiligheid) of BO (Brandpreventie omgevingsveiligheid)</heading><p>Deze maatregel is beschreven vanuit de doelen van de Omgevingswet. Een andere dan de beschreven maatregel is altijd mogelijk, mits deze alternatieve maatregel gelijkwaardig is. Bij de beoordeling geldt als criterium of er met het alternatief hetzelfde resultaat wordt bereikt. Dat resultaat is gekoppeld aan het doel uit deze PGS-richtlijn waarvoor de maatregel is beschreven. Het bedrijf moet de gelijkwaardigheid goed onderbouwd kunnen aantonen. Het bevoegd gezag heeft bij de toetsing een zekere beoordelingsvrijheid.</p><p>Wel moet door het bedrijf de juiste procedure worden gevolgd. Dat betekent dat bij een vergunningplichtige activiteit de gelijkwaardigheid bij het bevoegd gezag vooraf moet worden aangetoond. Het resultaat van de beoordeling wordt vastgelegd in een beschikking. Bij een niet-vergunningplichtige activiteit moet het gebruiken van een gelijkwaardig alternatief vier weken vooraf worden gemeld bij het bevoegd gezag. Er volgt geen beoordeling vooraf, die komt pas bij het toezicht aan de orde. Het bedrijf moet op elk moment de gelijkwaardigheid goed onderbouwd kunnen aantonen met documentatie.</p><heading>Wettelijke grondslag is zowel A  (Arbeidsveiligheid) als  O (Omgevingsveiligheid) / BO (Brandpreventie omgevingsveiligheid)</heading><p>Als de wettelijke grondslag voor een maatregel zowel  A  (Arbeidsveiligheid) als  O (Omgevingsveiligheid) /  BO  (Brandpreventie omgevingsveiligheid) is, dan gelden alle genoemde criteria en formele eisen. Elk bevoegd gezag beoordeelt alleen op grond van de doelen die voor haar wetgevingsgebied gelden.</p><p>Het documenteren van de gelijkwaardigheid van een alternatieve maatregel Het goed onderbouwen en documenteren van de gelijkwaardigheid van een alternatieve maatregel is van belang. De wijze waarop een bedrijf dat kan doen, is afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de aard van de maatregel. Aandachtspunten zijn in elk geval de volgende vragen: </p><ul><li>Voor welke maatregel uit de PGS is de voorgestelde maatregel een alternatief? </li><li>Op welke scenario’s en doelen heeft de alternatieve maatregel betrekking? </li><li>Kan worden aangetoond dat de alternatieve maatregel in dezelfde mate de doelen uit deze PGS- richtlijn bereikt en het optreden van scenario’s voorkomt of beperkt? </li><li>Wat is de mogelijke samenhang en het effect daarvan tussen de alternatieve maatregel en andere maatregelen uit deze PGS-richtlijn? </li><li>Is er een zorgvuldige onderbouwing dat aan de criteria voor de arbeidsveiligheid (zie kader) is voldaan? </li><li>Zijn alle onderzoeksrapporten, bevindingen, installatiegegevens, enz. die betrekking hebben op de gelijkwaardige alternatieve maatregel, goed gedocumenteerd? </li></ul></section><appendix id="bf2d30a1-c994-4529-9f76-795d22f93346" normative="true"><title>Afkortingen en begrippen</title><p>Deze bijlage bevat een lijst met afkortingen en begrippen die in deze PGS voorkomen. Deze PGS sluit zo veel mogelijk aan bij de begrippen uit het Besluit activiteiten leefomgeving en andere relevante wetten en regels. In de praktijk kunnen ook andere termen voorkomen. Daarom is in deze bijlage bij een aantal begrippen ook een alternatieve omschrijving gegeven, zodat duidelijk is wat met een bepaald begrip is bedoeld.</p><table id="593869da-0c12-4167-ba0e-32d2b51c3b96"><caption>Afkortingen en begrippen</caption><thead><tr><th><p><strong>Begrip of afkorting</strong></p></th><th><p><strong>Betekenis</strong></p></th><th><p><strong>Alternatieve omschrijving</strong></p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Arbeidshygiënische strategie</p></td><td><p>Zie artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 4.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit</p></td><td/></tr><tr><td><p>Accupakket</p></td><td>Een accupakket is een samenstelling van meerdere accu's bestaande uit meerder accucellen. </td><td/></tr><tr><td><p>Bal</p></td><td><p>Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td/></tr><tr><td><p>Batterij</p></td><td>Elke bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer niet-oplaadbare of oplaadbare batterijcellen of groepen daarvan </td><td>Accu</td></tr><tr><td>Batterijcel</td><td>De functionele basiseenheid in een batterij die wordt gevormd door elektroden,elektrolyt, een behuizing, aansluitingen en, indien van toepassing, separatoren, en die de actieve materialen bevat waarvan de reactie elektrische energie opwekt</td><td>Accucel</td></tr><tr><td>Batterij Management Systeem (BMS)</td><td>Een elektronisch apparaat dat de elektrische en thermische functies van de batterij regelt of beheert, dat de gegevens over de parameters voor het bepalen van de conditie en de verwachte levensduur van de batterijen beheert en opslaat en dat communiceert met het voertuig of het apparaat waarin de batterij is ingebouwd</td><td/></tr><tr><td>Batterijsysteem voor stationaire energieopslag</td><td>Een oplaadbare industriële batterij met interne opslag die speciaal is ontworpen om elektrische energie op te slaan en aan het elektriciteitsnet te leveren, ongeacht de plaats waar deze batterij wordt gebruikt of de persoon door wie zij wordt gebruikt</td><td><p>EOS</p></td></tr><tr><td>Bbl</td><td><p>Besluit bouwwerken leefomgeving</p></td><td/></tr><tr><td>BBT</td><td><p>Beste beschikbare technieken Dit zijn de meest doeltreffende methoden die technisch en economisch haalbaar zijn om emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu van een bedrijf te voorkomen of te beperken.  </p></td><td/></tr><tr><td><p>Begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht</p></td><td><p>Uit het Besluit activiteiten leefomgeving Dit is in de meeste gevallen de erfgrens van het terrein van het bedrijf. Maar kan ook beperkt zijn tot de grens van de plaats op het bedrijfsterrein waar de gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.</p></td><td><p>Erfgrens Erfafscheiding Erfscheiding Perceelgrens Kavelgrens </p></td></tr><tr><td><p>Bevoegd gezag</p></td><td><p>Bestuursorgaan dat bevoegd is om toezicht te houden, een vergunning te verlenen of een ander besluit te nemen Meestal is dit de gemeente of provincie.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Bkl</p></td><td><p><strong>B</strong>esluit <strong>k</strong>waliteit <strong>l</strong>eefomgeving</p></td><td/></tr><tr><td><p>BOb</p></td><td><p><strong>B</strong>estuurlijk <strong>O</strong>mgevings<strong>b</strong>eraad VTH</p></td><td/></tr><tr><td>Brandbare objecten</td><td>Onder brandgevaarlijke objecten worden bijvoorbeeld verstaan woningen, brandbare opslagen en brandbare gebouwen. Bij objecten met een vuurbelasting kleiner dan 8 kg vurenhout-equivalent per m<sup>2</sup> gelden geen afstandseisen.</td><td/></tr><tr><td><p>Brandblusmiddel</p></td><td><p>Brandblusser of brandslanghaspel</p></td><td/></tr><tr><td><p>Brandblusser</p></td><td/><td><p>Blustoestel Brandblustoestel Poederblusser Blusser Handblusser </p></td></tr><tr><td><p>Brandwerendheid</p></td><td><p>Brandwerendheid gaat over wanden of deuren of andere delen van een constructie. Het geeft aan hoe lang een deel van een constructie een brand kan tegenhouden. De brandwerendheid wordt uitgedrukt in aantal minuten. NEN 6069 beschrijft hoe de brandwerendheid wordt bepaald.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Buitenlucht</p></td><td><p>Plaats in de open lucht met natuurlijke ventilatie Zonder mechanische hulpmiddelen is de luchtsnelheid op die plaats meestal hoger dan 2 m/s en vrijwel nooit lager dan 0,5 m/s. Op die plaats zijn geen hinderende obstakels aanwezig.</p><p>Een situatie met één wand en een dak geldt als buitenlucht.</p></td><td><p>Buitenluchtsituatie</p></td></tr><tr><td><p>Conformiteitsverklaring</p></td><td><p>Verklaring van een fabrikant waarin staat dat het apparaat of de installatie is gemaakt volgens code uit het ontwerp Een onafhankelijke partij (Nobo) heeft toezicht uitgevoerd op de productie.</p></td><td/></tr><tr><td>Conditie</td><td>Een maatstaf voor de algemene toestand van een oplaadbare batterij en het vermogen ervan om de gespecificeerde prestaties te leveren in vergelijking met de oorspronkelijke toestand</td><td/></tr><tr><td><p>Degene die de activiteit verricht</p></td><td><p>Uit het Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td><p>installatieverantwoordelijke Exploitant Operator </p></td></tr><tr><td><p>EMS</p></td><td><p>Energie Management Systeem (Energy Management System).</p></td><td/></tr><tr><td><p>Energiedrager</p></td><td>Met de energiedrager wordt de daadwerkelijke batterijcel bedoeld, daar waar de energie wordt opgeslagen. Bij een parallel schakeling van cellen geldt deze parallel schakeling ook als energiedrager, omdat deze schakeling zicht gedraagt als één cel. Een energiedrager in een EOS wordt doorgaans toegepast in de vorm van een module. Dit is een serie schakeling van cellen verpakt in een behuizing voorzien van temperatuur sensoren en meetdraden waarop een lokaal (slave) BMS gekoppeld is of kan worden.</td><td>Primaire- of secundaire elektrochemische cel, Batterij</td></tr><tr><td><p>EN</p></td><td><p><strong>E</strong>uropese <strong>N</strong>orm Een Europese norm is geldig voor alle Europese lidstaten. Voor de Nederlandse markt dragen Europese normen de codering NEN-EN. In Duitsland is dat DIN-EN. Er zijn drie organisaties die Europese normen vaststellen: </p><ul><li>Het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) gaat over alle sectoren behalve elektrotechnologie en telecommunicatie.</li><li>Het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC) gaat over elektrotechniek.</li><li>Het Europees Normalisatie-instituut voor de Telecommunicatie (ETSI) gaat over telecommunicatie.</li></ul></td><td/></tr><tr><td><p>Enererfiedragercompartiment</p></td><td><p>Ruimte waar de Li-ion energiedragers zich bevinden.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Explosieve atmosfeer</p></td><td><p>Mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet-verbrande mengsel</p></td><td/></tr><tr><td>Fabrikant</td><td><p>Een natuurlijke of rechtspersoon die een batterij produceert of een batterij laat ontwerpen of produceren en deze onder zijn eigen naam of handelsmerk verhandelt</p></td><td/></tr><tr><td><p>Gebouwdeel</p></td><td>Een op zichzelf staand gebouw gekoppeld aan een ander gebouw door middel van een loopbrug of een deel van een hoofdgebouw die over een eigen ingang beschikt, niet zijnde een noodtrappenhuis.</td><td/></tr><tr><td><p>Grenswaarde</p></td><td><p>Maximaal toegestane concentratie </p></td><td/></tr><tr><td><p>HAZOP</p></td><td><p><strong>HAZ</strong>ard and <strong>OP</strong>erability De HAZOP-methode is een standaard methode voor het identificeren en evalueren van procesafwijkingen en het identificeren van gevaren en ongewenste situaties.</p></td><td><p>Storingsanalyse</p></td></tr><tr><td><p>Hulpverleningsdiensten</p></td><td><p>Politie, ambulance, brandweer en andere organisaties van de overheid die hulp verlenen</p></td><td><p>Hulpdiensten</p></td></tr><tr><td>IEC</td><td><p><strong>I</strong>nternational <strong>E</strong>lectrotechnical <strong>C</strong>ommission Internationale commissie voor het ontwikkelen en publiceren van normen voor elektrische componenten en apparatuur.</p></td><td/></tr><tr><td><p>In afwezigheid van personeel</p></td><td><p>Uit het Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td><p>Onbemand </p><p>Zonder direct toezicht </p><p>Zonder aanwezigheid van personeel </p></td></tr><tr><td>Inherent veilig</td><td><p>Systemen waarvan door certificatie / beproeving aantoonbaar is dat zij een minimaal  risico op een thermal runaway hebben.</p><p>Voor deze systemen geldt dat voordat een thermal runaway optreedt de temperatuur hoger moet zijn en dat de temperatuur als gevolg van een thermal runway lager ligt.</p><p>Een voorbeeld hiervan zijn Lithium ijzer fosfaat energiedragers.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Installatieverantwoordelijke (IV’er)</p></td><td><p>Uit NEN-EN 50110.</p><p>Iemand die (schriftelijk) is aangewezen als direct verantwoordelijk persoon voor de bedrijfsvoering van de elektrische installatie. Voor zover noodzakelijk mogen delen van deze verantwoordelijkheid worden overgedragen aan anderen  </p></td><td/></tr><tr><td><p>Intern noodplan</p></td><td><p>Een intern noodplan beschrijft maatregelen om bij incidenten en calamiteiten passend te reageren met als doel ongewenste gebeurtenissen en schadelijke gevolgen daarvan te voorkomen of te beperken. Het gaat om organisatorische en technische maatregelen binnen het bedrijf.</p></td><td><p>Noodplan </p><p>Calamiteitenplan </p></td></tr><tr><td><p>Interne veiligheidsafstand</p></td><td><p>Minimumafstand die nodig is tussen een installatie of opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen en andere objecten binnen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht of met de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht zelf</p></td><td/></tr><tr><td><p>ISO</p></td><td><p><strong>I</strong>nternational <strong>O</strong>rganization for <strong>S</strong>tandardization Internationale Organisatie voor Standaardisatie ISO stelt normen vast. Het is een samenwerkingsverband van nationale standaardisatieorganisaties in een groot aantal landen.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Laadniveau</p></td><td>De beschikbare capaciteit in een batterij, uitgedrukt als percentage van de nominale capaciteit</td><td>State of Charge</td></tr><tr><td><p>Milieubelastende activiteit</p></td><td><p>In de Omgevingswet omschreven als een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben Het Besluit activiteiten leefomgeving wijst milieubelastende activiteiten aan. De activiteiten met gevaarlijke stoffen uit deze PGS zijn aangewezen als milieubelastende activiteit.  </p></td><td/></tr><tr><td><p>NEN</p></td><td><p>NEN staat voor <strong>NE</strong>derlandse <strong>N</strong>orm. NEN staat ook voor het Koninklijk <strong>NE</strong>derlands <strong>N</strong>ormalisatie-instituut. Dat instituut geeft NEN-normen uit.</p></td><td/></tr><tr><td><p>NEN-EN</p></td><td><p>Europese norm (EN) die door het Koninklijk <strong>N</strong>ederlands <strong>N</strong>ormalisatie-instituut (NEN) is aanvaard en uitgegeven</p></td><td/></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC</p></td><td><p>Door IEC vastgestelde internationale norm De norm is als Europese Norm aanvaard. De norm is ook door het Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) aanvaard en uitgegeven.</p></td><td/></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO</p></td><td><p>Door ISO vastgestelde internationale norm De norm is als Europese Norm aanvaard. De norm is ook door het Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) aanvaard en uitgegeven.</p></td><td/></tr><tr><td><p>NEN-ISO</p></td><td><p>Door ISO vastgestelde internationale norm De norm is door het Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) aanvaard en uitgegeven.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Noodstopvoorziening</p></td><td><p>Voorziening die een apparaat, voertuig of installatie uitschakelt of stilzet of in een veilige toestand brengt Deze is bedoeld om bij een incident of calamiteit verdere escalatie te voorkomen.</p></td><td><p>Noodstop  </p></td></tr><tr><td><p>NPR</p></td><td><p><strong>N</strong>ederlandse <strong>Pr</strong>aktijkrichtlijn Het Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) geeft NPR-publicaties uit. Een NPR is een informatieve praktische uitwerking van de bepalingen in een norm. Bijvoorbeeld toelichtingen op normen, constructieve mogelijkheden, werkmethoden en fabricagegegevens.</p></td><td/></tr><tr><td><p>NTA</p></td><td><p><strong>N</strong>ederlandse <strong>T</strong>echnische <strong>A</strong>fspraak Dit is een openbare afspraak tussen twee of meer belanghebbende partijen. Er is geen openbare commentaarronde en het is niet nodig dat er tussen partijen overeenstemming bestaat. Een NTA kan snel tot stand komen.  </p></td><td/></tr><tr><td><p>NVWA</p></td><td><p><strong>N</strong>ederlandse <strong>V</strong>oedsel- en <strong>W</strong>aren<strong>a</strong>utoriteit De NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel en consumentenproducten, de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en handhaaft de natuurwetgeving.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Omvormer</p></td><td><p>Een omvormer is een elektronisch apparaat dat de invoerspanning van een bepaalde spanning naar een andere spanning kan omvormen. Een omvormer kan een gelijkspanning naar een wisselspanning omvormen, of een wisselspanning naar een wisselspanning met een andere frequentie.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Onbrandbaar</p></td><td><p>Onbrandbaar bouwmateriaal of onbrandbare stoffen, materialen of producten Het gaat bij onbrandbare bouwmaterialen om onbrandbaarheid volgens NEN 6064.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Opvangvoorziening</p></td><td/><td><p>Opvangbak </p><p>Lekbak </p></td></tr><tr><td><p>QRA</p></td><td><p><strong>Q</strong>uantitative <strong>R</strong>isk <strong>A</strong>ssessment/Analysis Kwantitatieve risicoanalyse QRA is een rekenmethode om de externe risico’s van het gebruiken, vervoeren en opslaan van gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken. Voor het bepalen van de risico’s voor de externe veiligheid worden in een QRA zowel de kansen op als de effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen in de berekening opgenomen.</p></td><td><p>Kwantitatieve risicoanalyse </p></td></tr><tr><td><p>REACH</p></td><td><p><strong>R</strong>egistratie, <strong>E</strong>valuatie, <strong>A</strong>utorisatie en restrictie van <strong>CH</strong>emische stoffen  </p><p>REACH is een Europese verordening over de productie van en handel in chemische stoffen. Het beschrijft waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden. Deze verordening geldt voor alle landen van de Europese Unie.</p></td><td/></tr><tr><td><p>SAFETI-NL</p></td><td><p>Programma voor QRA-berekeningen Het rekenprogramma SAFETI-NL berekent de risico’s voor de veiligheid van de leefomgeving van bedrijven en transportleidingen met gevaarlijke stoffen.  Meer informatie over SAFETI staat op de website van het RIVM.</p></td><td/></tr><tr><td><p>Seveso-inrichting</p></td><td><p>Een of meer Seveso-installaties op een locatie die volledig wordt beheerd door diegene die de Seveso-inrichting exploiteert, met inbegrip van de gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur of activiteiten, zie Bal</p></td><td/></tr><tr><td><p>Seveso-installatie</p></td><td><p>Technische eenheid waarin een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 3, lid 10, van de Seveso-richtlijn wordt gemaakt, gebruikt, verwerkt of opgeslagen, met inbegrip van de uitrusting, leidingen, machines, gereedschappen, private spoorwegemplacementen, laadkades, aanlegsteigers, pieren, depots en andere constructies die nodig zijn voor de werking daarvan, zie Bal</p></td><td/></tr><tr><td>SIL</td><td><p><strong>S</strong>afety <strong>I</strong>ntegrity <strong>L</strong>evel SIL is een indicator voor het kwantificeren van risicoverlaging van systemen of processen van een installatie. De vereiste SIL-klasse hangt af van het oorspronkelijke risico dat intrinsiek verbonden is met de systemen of processen van de installatie. Zie NEN-EN-IEC 61508 of NEN-EN-IEC 61511.</p></td><td/></tr><tr><td><p>State of Health</p></td><td><p>Actuele energiedragercapaciteit als percentage van de initiële energiedragercapaciteit, waarbij de fabrikant aangeeft welke State of Health nog veilig is.</p></td><td/></tr><tr><td><p>SWIFT</p></td><td><p><strong>S</strong>tructured <strong>W</strong>hat <strong>If T</strong>echnique Methode voor het uitvoeren van een risicoanalyse </p></td><td/></tr><tr><td><p>Ten hoogste</p></td><td><p>Uit het Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td><p>Maximaal</p></td></tr><tr><td><p>Ten minste</p></td><td><p>Uit het Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td><p>Minstens  </p><p>Minimaal </p></td></tr><tr><td><p>UPD</p></td><td><p><strong>U</strong>itgangs<strong>p</strong>unten<strong>d</strong>ocument Het uitgangspuntendocument van een brandbeveiligingsinstallatie bevat alle bouwkundige, organisatorische en installatietechnische eisen voor de te beveiligen ruimten en locaties.</p></td><td/></tr><tr><td>VIB</td><td><p><strong>V</strong>eiligheids<strong>i</strong>nformatie<strong>b</strong>lad Een veiligheidsinformatieblad is een gestructureerd document met informatie over de risico's van een gevaarlijke stof of preparaat en aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan. Het bevat alle eigenschappen van het product: van de gevaren en de chemische samenstelling tot informatie over beschermingsmiddelen, veilig gebruik, transport en afvoer.</p></td><td><p>Msds </p><p>Sds </p><p>Safety data sheet </p></td></tr><tr><td><p>VNG</p></td><td><p>Vereniging Nederlandse Gemeenten</p></td><td/></tr><tr><td><p>VNO-NCW</p></td><td><p>Vereniging VNO-NCW is een organisatie van werkgevers. VNO-NCW is ontstaan uit een fusie van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW). </p></td><td/></tr><tr><td><p>Voldoet aan / Volgens / Zoals dat staat in</p></td><td/><td><p>Overeenkomstig</p></td></tr><tr><td><p>VTH</p></td><td><p><strong>V</strong>ergunningverlening, <strong>T</strong>oezicht en <strong>H</strong>andhaving</p></td><td/></tr><tr><td><p>Wabo</p></td><td><p><strong>W</strong>et <strong>a</strong>lgemene <strong>b</strong>epalingen <strong>o</strong>mgevingsrecht</p></td><td/></tr><tr><td><p>Warmtestraling</p></td><td/><td><p>Stralingsbelasting Warmtestralings-belasting Warmtebelasting </p></td></tr><tr><td><p>WBDA 2016</p></td><td><p><strong>W</strong>arenwet<strong>b</strong>esluit <strong>d</strong>rukapparatuur 2016</p></td><td/></tr><tr><td>WBDBO</td><td><p><strong>W</strong>eerstand tegen <strong>B</strong>rand<strong>d</strong>oorslag en <strong>B</strong>randoverslag WBDBO gaat over een gebouw of scheidingsconstructie.</p><p> WBDBO is een eis voor de tijd die het gebouw of de scheidingsconstructie weerstand kan bieden tegen het doorslaan of overslaan van een brand. Dit kan gaan om van binnen naar buiten, en om van buiten naar binnen. </p><p>De brandwerendheid van scheidingsconstructies bepaalt de weerstand tegen branddoorslag. WBDBO kan worden bereikt met brandwerende constructies of met afstanden, of met een combinatie daarvan. Bij brandoverslag moet een berekening volgens NEN 6068 worden uitgevoerd.</p></td><td/></tr><tr><td>Wvr</td><td><p><strong>W</strong>et <strong>v</strong>eiligheids<strong>r</strong>egio's</p></td><td/></tr></tbody></table></appendix><appendix id="adc788e1-66fd-45f0-b222-fbf95e0e55ce" normative="true"><title>Normen en bronnen</title><section id="7d3d4930-d5da-4253-b607-349d891b6285" normative="true"><title>Normatieve documenten en normen</title><p>Deze bijlage bevat normen en andere documenten die zijn genoemd in de maatregelen. Voor zover een norm (zoals NEN of ISO) of een ander normdocument of een andere specificatie waarnaar in een voorschrift in deze richtlijn wordt verwezen, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de uitgegeven publicatie inclusief wijzigings- of correctiebladen zoals die op het moment van de publicatie van deze richtlijn luidde.</p><table id="d2d63de9-fb08-4a12-8daf-c4f8bb39f271"><caption>Normatieve documenten en normen</caption><thead><tr><th><p><strong>Norm met versie</strong></p></th><th><strong>Titel</strong></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>NEN 1010:2015</p></td><td><p><em>Elektrische installaties voor laagspanning – Nederlandse implementatie van de HD-IEC 60364-reeks</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN 1363-1:2012</p></td><td><p><em>Bepaling van de brandwerendheid – Deel 1: Algemene eisen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 2559:2001+C1:2004+A4:2017</p></td><td><p><em>Onderhoud van draagbare blustoestellen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 3011:2015</p></td><td><p><em>Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 3140:2015+A3:2019</p></td><td><p><em>Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 5056:2011</p></td><td><p><em>Niet-verrijdbare stalen opslagsystemen – Verstelbare palletstellingsystemen – Technische grondslagen voor het ontwerp – Afwijkingen van en aanvullingen op NEN EN 15512:2009</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6060:2015+A1:2018</p></td><td><p><em>Brandveiligheid van grote brandcompartimenten</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6063:2008</p></td><td><p><em>Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6064:1991</p></td><td><p><em>Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6068:2016</p></td><td><p><em>Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6069:2021 Ontw.</p></td><td><p><em>Beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN 6079:2016</p></td><td><p><em>Brandveiligheid van grote brandcompartimenten – Risicobenadering</em></p></td></tr><tr><td>NEN-EN 2:1994+A1:2004</td><td><p><em>Brandklassen</em></p></td></tr><tr><td>NEN-EN 3-7:2004+A1:2007</td><td><p><em>Draagbare blustoestellen – Deel 7: Eigenschappen, prestatie-eisen en beproevingsmethoden</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN 50402:2017</p></td><td><p><em>Elektrisch materieel voor de detectie en meting van brandbare of giftige gassen, dampen of zuurstof – Eisen aan de functionele veiligheid van vastbevestigde gasdetectiesystemen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 60079-10-1: 2021</p></td><td><p><em>Explosieve atmosferen – Deel 10-1: Classificatie van gebieden – Explosieve gasatmosferen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 60079-14:2014+C1:2016</p></td><td><p><em>Explosieve atmosferen – Deel 14: Ontwerp, keuze en opstelling van elektrische installaties</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 60079-29-2: 2015</p></td><td><p><em>Explosieve atmosferen – Deel 29-2: Gas detectoren – Selectie, installatie, gebruik en onderhoud van detectoren van brandbare gassen en zuurstof</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 60947-5-5:1998+A2:2017</p></td><td><p><em>Laagspanningsschakelaars – Deel 5-5: Stuurstroomkringen en schakelelementen – Elektrische noodstopinrichting met mechanische vergrendelingsfunctie</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 61508:2010</p></td><td><p><em>Functionele veiligheid van elektrische/elektronische/programmeerbare elektronische systemen verbandhoudend met veiligheid</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 61511:2003</p></td><td><p><em>Functionele veiligheid – Veiligheidssystemen voor de procesindustrie</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 62305-1:2011</p></td><td><p><em>Bliksembeveiliging – Deel 1: Algemene principes</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 62305-2:2012</p></td><td><p><em>Bliksembeveiliging – Deel 2: Risicomanagement</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 62305-3:2011</p></td><td><p><em>Bliksembeveiliging – Deel 3: Fysieke schade aan objecten en letsel aan mens en dier</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 62305-4:2011+C11:2016</p></td><td><p><em>Bliksembeveiliging – Deel 4: Elektrische en elektronische systemen in objecten</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-IEC 62933-5-2:2020</p></td><td><p><em>Elektrische energie-opslag (EES) -systemen - Deel 5-2: Veiligheidseisen voor in het grid geïntegreerde EES systemen - Elektrochemische gebaseerde systemen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO 13850:2015</p></td><td><p><em>Veiligheid van machines – Noodstopfunctie – Ontwerpbeginselen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO 14001:2015</p></td><td><p><em>Milieumanagementsystemen – Eisen met richtlijnen voor gebruik</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO 4126-1:2013+A2:2019</p></td><td><p><em>Veiligheidsvoorzieningen voor bescherming tegen ontoelaatbare overdruk – Deel 1: Veiligheidskleppen</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO 7010:2012 met aanvullingen</p></td><td><p><em>Grafische symbolen – Veiligheidskleuren en -tekens – Geregistreerde veiligheidstekens</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012</p></td><td><p><em>Conformiteitsbeoordeling – Eisen voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren</em></p></td></tr><tr><td><p>NEN-EN-ISO 17840 reeks:1999</p></td><td><p>Wegvoertuigen - informatie voor hulpverleners</p></td></tr><tr><td><p>NPR 1014:2009</p></td><td><p><em>Bliksembeveiliging – Leidraad bij de NEN-EN-IEC 62305- reeks</em></p></td></tr><tr><td><p>NPR 2578:2013</p></td><td><p><em>Beheer en onderhoud van LPG-, propaan- en butaaninstallaties</em></p></td></tr><tr><td><p>NPR 7910-1:2020+C1:2021</p></td><td><p><em>Gevarenzone-indeling met betrekking tot explosiegevaar – Deel 1: Gasexplosiegevaar, gebaseerd op NEN EN IEC 60079-10-1:2009</em></p></td></tr><tr><td><p>NPR-CLC-IEC/TR 60079-32 1:2015</p></td><td><p><em>Explosieve atmosferen – Deel 32-1: Richtlijnen voor elektrostatische risico's</em></p></td></tr><tr><td><p>NTA 8620:2016 </p></td><td><p><em>Specificatie van een veiligheidsmanagement-systeem voor risico's van zware ongevallen</em></p></td></tr><tr><td><p>UL9540A:2019 edition 4</p></td><td><p><em>Standard for Test Method for Evaluating Thermal Runaway Fire Propagation in Battery Energy Storage Systems</em></p></td></tr></tbody></table></section><section id="a9f9470a-f79c-4f94-a0f4-546754debc61"><title>Informatieve documenten en bronnen</title><table id="5d0f0963-65e5-48e6-a406-64f04384820d"><caption>Informatieve documenten en bronnen</caption><thead><tr><th><p><strong>Nummer</strong></p></th><th><strong>Titel</strong></th><th><strong>Vindplaats</strong></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>[ 1 ]</p></td><td><p>Arbeidsomstandighedenwet</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010346">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 2 ]</p></td><td><p>Arbeidsomstandighedenbesluit</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 3 ]</p></td><td><p>Arbeidsomstandighedenregeling</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008587">wetten.overheid.nl</a></p></td></tr><tr><td><p>[ 4 ]</p></td><td><p>Warenwetbesluit drukapparatuur 2016</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0038083">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 5 ]</p></td><td><p>Warenwetregeling drukapparatuur 2016</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0038317">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 6 ]</p></td><td><p>Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm 2016</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037646">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 7 ]</p></td><td><p>Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037644">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 8 ]</p></td><td><p>Warenwetbesluit machines</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005577">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 9 ]</p></td><td><p>Wet veiligheidsregio's</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 10 ]</p></td><td><p>Besluit veiligheidsregio's</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027844">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 11 ]</p></td><td><p>Omgevingswet</p></td><td><p><a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-156.html">overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 12 ]</p></td><td><p>Omgevingsbesluit</p></td><td><p><a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-290.html">overheid.nl</a> </p></td></tr><tr><td><p>[ 13 ]</p></td><td><p>Besluit activiteiten leefomgeving</p></td><td><p><a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-291.html">overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 14 ]</p></td><td><p>Besluit bouwwerken leefomgeving</p></td><td><p><a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-291.html">overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 15 ]</p></td><td><p>Besluit kwaliteit leefomgeving</p></td><td><p><a href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-292.html">overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 16 ]</p></td><td><p>Wet vervoer gevaarlijke stoffen</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 17 ]</p></td><td><p>Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen</p></td><td><p><a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010054">wetten.overheid.nl </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 18 ]</p></td><td><p><em>Handreiking Generieke Risicobenadering PGS Nieuwe stijl, </em>Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, versie 1.1 (maart 2017)</p></td><td><p><a href="http://www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/handreikingen.html">Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 19 ]</p></td><td><p><em>Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid</em>, Brandweer Nederland, november 2012</p></td><td><p><a href="https://www.brandweer.nl/media/1359/121116_hr_bluswatervoorziening.pdf">Brandweer Nederland </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 20 ]</p></td><td><p><em>Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen (VBB-systemen) – Handreiking voor het opstellen van een Uitgangspunten Document (UPD),</em> Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen: UPD 2017 versie 1.0 (juni 2017)</p></td><td><p><a href="http://www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS15.html">Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 21 ]</p></td><td><p>PGS 14: <em>Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen – Handreiking bij de toepassing van opslag van gevaarlijke stoffen volgens PGS 15,</em> Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 14 – versie 1.0 (oktober 2017)</p></td><td><p><a href="http://www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS14.html">Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 22 ]</p></td><td><p>PGS 15: <em>Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen</em>, Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, PGS 15: 2016 versie 1.0 (september 2016) </p></td><td><p><a href="http://www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl/publicaties/PGS15.html">Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen </a></p></td></tr><tr><td><p>[ 23 ]</p></td><td><p>Beoordelingsrichtlijn BRL- K901/03 2011-10-15 voor het Kiwa procescertificaat voor ‘Regeling Erkenning Installateurs tanks en leidingen voor drukhoudende opslag van LPG, propaan, butaan, DME en aardgas (REIP)’ </p></td><td><p><a href="https://www.kiwa.com/nl/nl/service/reip-regeling-erkenning-installateurs-tanks-drukhoudende-opslag-lpg-propaan-k901">KIWA</a> </p></td></tr><tr><td><p>[ 24 ]</p></td><td><p>ISO 45001:2018, <em>Managementsystemen voor gezond en veilig werken – Eisen met richtlijnen voor gebruik </em>ISO 45001 vervangt de OHSAS 18001-norm. In 2021 is de vervanging definitief.</p></td><td><p><a href="https://www.nen.nl/">NEN</a> </p></td></tr><tr><td><p>[ 25 ]</p></td><td><p>Verordening persoonlijke beschermingsmiddelen Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen </p></td><td><p>Normat<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32016R0425">Europese Unie </a></p></td></tr></tbody></table></section></appendix><appendix id="27ebd129-798f-4cfe-abf1-dba02f4e7685"><title>Relevante wet- en regelgeving</title><p>Een groot deel van de regels voor gevaarlijke stoffen staat in nationale wetgeving, al dan niet gebaseerd op Europese richtlijnen, of volgt rechtstreeks uit Europese verordeningen.</p><p>Op de <a href="http://www.wetten.overheid.nl/">website van de Rijksoverheid </a>staat de meest actuele versie van de nationale wet- en regelgeving. Op de <a href="https://eur-lex.europa.eu/homepage.html">website van de Europese Unie</a> staat de meest actuele versie van Europese regelgeving.</p><section id="6993fd78-c438-4171-b467-c49010b98838"><title>Omgevingswet</title><p>De Omgevingswet bevat regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en regelt daarmee het benutten en beschermen van de leefomgeving. Onder de Omgevingswet hangen vier algemene maatregelen van bestuur en een ministeriële regeling met de regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. De algemene maatregelen van bestuur zijn het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Omgevingsbesluit. De ministeriële regeling is de Omgevingsregeling.</p><p>Algemene informatie over de Omgevingswet staat op<a href="https://www.omgevingswetportaal.nl/"> het omgevingswetportaal. </a>Daar staat ook <a href="https://www.omgevingswetportaal.nl/wet-en-regelgeving/amvbs-omgevingswet">meer informatie over de vier besluiten.</a></p><heading>Omgevingsbesluit</heading><p>Het Omgevingsbesluit richt zich tot burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de Omgevingswet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming, en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage.</p><heading>Besluit activiteiten leefomgeving</heading><p>Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. Het Bal verwijst voor verschillende activiteiten naar de PGS-richtlijnen.</p><heading>Besluit bouwwerken leefomgeving</heading><p>In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Daaronder vallen bouwen, verbouwen, gebruiken, in stand houden en slopen van bouwwerken. Het gaat om regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid.</p><p>Een belangrijke doelstelling van het Bbl is het kunnen beheersen van een brand zodat mensen veilig kunnen vluchten en de brand zich niet uitbreidt naar andere gebouwen. Nieuwe gebouwen moeten zijn ingedeeld in brandcompartimenten.</p><p>In het Bbl staan regels voor de aanwezigheid en beschikbaarheid van voorzieningen voor incidentbestrijding, zoals bluswatervoorzieningen op eigen terrein, de bereikbaarheid van bouwwerken voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van opstelplaatsen voor brandweervoertuigen.</p><heading>Besluit kwaliteit leefomgeving</heading><p>In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen.</p><p>In het Bkl staan instructieregels voor het omgevingsplan over bijvoorbeeld rampenbestrijding en externe veiligheid. Voor veel voorkomende en meer uniforme activiteiten bevat het Bkl vaste risicoafstanden. Ook staan in het Bkl beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen met het oogmerk van bescherming van de fysieke leefomgeving tegen externe veiligheidsrisico’s.</p><heading>Omgevingsregeling</heading><p>In de Omgevingsregeling zijn onder andere de gegevens en bescheiden benoemd die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden verstrekt, zijn technische uitvoeringsvoorschriften gegeven voor milieubelastende activiteiten en zijn de rekenmethoden aangegeven die moeten worden toegepast bij het berekenen van het plaatsgebonden risico en de afstanden van de aandachtsgebieden. Ook zijn in de Omgevingsregeling de versies aangegeven van de normdocumenten waarnaar in de besluiten en in de Omgevingsregeling wordt verwezen.</p><heading>Seveso</heading><p>De Seveso III-richtlijn (<a href="http://data.europa.eu/eli/dir/2012/18/oj">2012/18/EG</a>) is op grond van de Omgevingswet, de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet veiligheidsregio’s voor een groot deel geïmplementeerd in het Besluit activiteiten leefomgeving. <link idref="f6d291de-9260-435a-9220-eed7aa0cf5d2"/> van dat besluit bevat eisen voor bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen (voorheen Brzo-bedrijven). Deze eisen hebben zowel betrekking op de technische kant van veiligheid, als op aspecten voor de bedrijfsvoering, zoals veiligheidsbeleid, procedures en communicatie.</p></section><section id="e3f0373b-365f-4203-bcd9-cc7ec528738c"><title>Chemische stoffen</title><heading>CLP</heading><p>CLP is een Europese verordening (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=celex%3A32008R1272">1272/2008/EG</a>) over indeling en etikettering van chemische stoffen. CLP staat voor <strong>C</strong>lassification, <strong>L</strong>abelling and <strong>P</strong>ackaging (indeling, etikettering en verpakking). Om veilig om te gaan met chemische stoffen moeten deze worden voorzien van etiketten volgens een gestandaardiseerd systeem. Op deze etiketten staat naast de werking ook welke beschermmaatregelen nodig zijn.</p><p>Meer informatie staat op de <a href="https://www.chemischestoffengoedgeregeld.nl/">website Chemische stoffen goed geregeld! </a></p><heading>REACH</heading><p>REACH is een Europese verordening (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02006R1907-20140410">EC 1907/2006</a>) over de productie van en handel in chemische stoffen. Reach staat voor <strong>R</strong>egistratie, <strong>E</strong>valuatie,<strong> A</strong>utorisatie en restrictie van <strong>CH</strong>emische stoffen. De leverancier moet zorgen voor een veiligheidsinformatieblad bij elke chemische stof. De eindgebruiker moet zich houden aan de maatregelen in dit veiligheidsinformatieblad.</p><p>Meer informatie staat op de <a href="https://www.chemischestoffengoedgeregeld.nl/">website Chemische stoffen goed geregeld! </a></p></section><section id="f50b500d-483f-4700-80d5-8af9ffe599dc"><title>Arbeidsomstandighedenwetgeving</title><heading>Arbeidsomstandighedenwet</heading><p>De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat rechten en plichten voor zowel werkgever als werknemer op het gebied van arbeidsomstandigheden. De Arbowet bevat met name doelvoorschriften. Het Arbeidsomstandighedenbesluit geeft een uitwerking van de Arbowet. De Arbeidsomstandighedenregeling geeft op haar beurt een uitwerking van regels in het Arbobesluit.</p><p>Meer informatie staat op<a href="https://www.arboportaal.nl/"> het Arboportaal.</a></p><heading>Arbeidsomstandighedenbesluit</heading><p>In het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) staan regels over bijvoorbeeld arbozorg, organisatie van het werk, inrichting van arbeidsplaatsen, gevaarlijke stoffen en persoonlijke beschermingsmiddelen.  </p><p>De Europese richtlijn die betrekking heeft op arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0092">1999/92/EU</a>), is geïmplementeerd in het Arbobesluit. Deze richtlijn wordt ook ATEX 153 genoemd.</p><heading>Arbeidsomstandighedenregeling</heading><p>In de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling) staan bijvoorbeeld regels over de taken van de arbodienst en nadere eisen voor onder andere veiligheid van tankschepen en gevaarlijke stoffen, beeldschermarbeid, arbeid onder overdruk, arbeidsmiddelen, veiligheids- en gezondheidssignalering.</p><heading>Verordening persoonlijk beschermingsmiddelen</heading><p>Deze Europese verordening bevat eisen voor het ontwerp en de productie van persoonlijke beschermingsmiddelen (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32016R0425">2016/425</a>). De verordening heeft tot doel om de gezondheid en de veiligheid van gebruikers te waarborgen en om het mogelijk te maken dat deze beschermingsmiddelen binnen de hele Europese Unie worden verkocht en gebruikt.</p></section><section id="38938808-f498-4ba0-a45a-8e83e2c6e977"><title>Warenwet</title><heading>Warenwet</heading><p>De Warenwet bevat regels met het oog op productveiligheid om de gezondheid en veiligheid van de gebruiker van dat product te beschermen. Dit kan een werknemer of een consument zijn. In de onderliggende Warenwetbesluiten staan regels voor de fabrikant, leverancier en andere marktpartijen. Die regels zorgen ervoor dat een product voldoet aan essentiële gezondheids- en veiligheidseisen uit Europese richtlijnen.</p><heading>Warenwetbesluit drukapparatuur 2016</heading><p>In het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 (WBDA 2016) staan eisen voor drukapparatuur. In het WBDA 2016 is de Europese richtlijn voor drukapparatuur (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32014L0068">2014/68/EU</a>) geïmplementeerd. In de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 staat onder andere wanneer keuring moet plaatsvinden.</p><heading>Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016</heading><p>In het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 staan regels over het op de markt brengen van onder andere apparaten en beveiligingssystemen bestemd voor plaatsen met explosieve atmosferen. In dit besluit is de Productrichtlijn explosieve atmosferen (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32014L0034">2014/34/EU</a>) geïmplementeerd. Deze richtlijn wordt ook ATEX 114 genoemd.</p><heading>Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm</heading><p>In het Warenwetbesluit drukvaten van eenvoudige vorm staan regels over het op de markt brengen van drukvaten van eenvoudige vorm. In dit besluit is de Europese richtlijn (<a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=celex:32014L0029">2014/29/EU</a>) voor drukvaten van eenvoudige vorm geïmplementeerd.</p><heading>Warenwetbesluit machines</heading><p>In het Warenwetbesluit machines staan regels over machines, waaronder veiligheid, keuring en certificering. In de Warenwetregeling machines staan nadere eisen.</p></section><section id="4d358d27-0880-47b9-a350-5e5dfa5bcf0c"><title>Wet veiligheidsregio's</title><heading>Wet veiligheidsregio’s</heading><p>De Wet veiligheidsregio’s beoogt een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie te bereiken van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en crisisbeheersing. Dit gebeurt onder één regionale bestuurlijke regie. Op grond van deze wet kan het bestuur van een veiligheidsregio bepalen dat een bedrijf een bedrijfsbrandweer moet hebben.</p><p>Meer informatie staat op de <a href="https://www.nctv.nl/organisatie/veiligheidsregios/index.aspx">website van het ministerie van Justitie en Veiligheid.</a></p><heading>Besluit veiligheidsregio's</heading><p>In het Besluit veiligheidsregio’s staat een beschrijving van de procedure die het bestuur van de veiligheidsregio moet volgen om te bepalen of een bedrijf een bedrijfsbrandweer moet hebben. Ook is in dit besluit geregeld welke eisen aan een bedrijfsbrandweeraanwijzing kunnen worden verbonden.</p></section><section id="02837a3f-16d3-45d0-a9fb-83c8d2510cff"><title>Vervoer</title><p>Het vervoer van gevaarlijke stoffen valt onder diverse internationale verdragen, overeenkomsten en richtlijnen. De internationale regels zijn onder andere geïmplementeerd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.</p><heading>Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de ADR</heading><p>De regels die gelden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen staan in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Het gaat onder meer om regels over: </p><ul><li>vervoermiddelen (zoals tankwagens, schepen, reservoirwagens); </li><li>chauffeurs (opleiding en training); </li><li>vervoersdocumenten; </li><li>verpakkingen en etikettering; </li><li>laden en lossen.</li></ul><p>Voor de activiteiten in de PGS-richtlijnen zijn de regels voor vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg het meest relevant. De Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen bevat specifieke voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Als bijlage bij deze regeling zijn de internationale regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen opgenomen, afkomstig uit de ADR.</p><p>De ADR is een Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. De Europese Richtlijn <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31994L0055">94/55/EG</a> schrijft voor dat de lidstaten de ADR in eigen wetgeving implementeren.</p><p>De ADR stelt niet alleen regels voor het vervoer over de weg, maar ook voor het laden en lossen van gevaarlijke goederen.</p><p>Meer informatie staat op <a href="https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/goederenvervoer/vervoer-gevaarlijke-stoffen">de website van de Rijksoverheid. Daar staat ook informatie over de ADR.</a></p></section></appendix><appendix id="20b87870-6696-404d-a36c-0b621f3f7a05"><title>Arbeidsomstandighedenwetgeving</title><p>De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat rechten en plichten voor werkgevers en werknemers op het gebied van arbeidsomstandigheden. De Arbowet bevat met name doelvoorschriften. Het Arbeidsomstandighedenbesluit geeft een uitwerking van de Arbowet. De Arbeidsomstandighedenregeling geeft weer een uitwerking van regels in het Arbobesluit. In de Verordening persoonlijke beschermingsmiddelen staan eisen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.</p><p>Meer informatie staat op <a href="https://www.arboportaal.nl/">het Arboportaal.</a></p><heading>Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&amp;E)</heading><p>Elk bedrijf met personeel moet (laten) onderzoeken of het werk gevaar kan opleveren of schade kan veroorzaken aan de gezondheid van de werknemers. Dit onderzoek heet een RI&amp;E. Dit staat in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. De RI&amp;E moet schriftelijk worden vastgelegd. Hoofdstuk 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat aanvullende verplichtingen voor de RI&amp;E voor gevaarlijke stoffen.</p><heading>Aanvullende Risico-inventarisatie en -evaluatie-regeling (ARIE-regeling)</heading><p>Bedrijven waar een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen in installaties aanwezig is of kan worden gevormd (ongeacht beoogde handelingen), moeten een ARIE uitvoeren. De ARIE is gericht op het voorkomen van zware ongevallen. Een bedrijf moet op basis van de ARIE maatregelen treffen. De<a href="http://jci1.3:c:BWBR0008498&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2"> ARIE-regeling </a>staat in het Arbeidsomstandighedenbesluit.</p><heading>Voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen</heading><p>In de Arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving is meer informatie te vinden over het voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werknemers. Dit is de minimalisatieplicht van de werkgever. Voor het nemen van beschermende maatregelen geldt een vastgestelde volgorde, de arbeidshygiënische strategie. Deze strategie beschrijft dat maatregelen op het niveau van de bron als eerste overwogen moeten worden, daarna collectieve maatregelen en pas als laatste individuele maatregelen als persoonlijke beschermingsmiddelen.</p><p>Meer informatie staat op <a href="https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbeidshygienische-strategie">het Arboportaal.</a></p><heading>Gevarenzone-indeling</heading><p>De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht een beleid te voeren dat erop gericht is de werknemers te beschermen tegen explosiegevaar. Het Arbeidsomstandighedenbesluit (paragraaf 2a) bevat de bepalingen van de Europese richtlijn <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0092">1999/92/EG </a>(ook wel bekend als ATEX 153). Hierin staan de verplichtingen rondom explosiegevaar. De risico’s voor de werknemer moeten schriftelijk worden vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument. Dit document bevat in elk geval:</p><ul><li>een nadere risicoanalyse; </li><li>een gevarenzone-indeling; </li><li>passende technische en organisatorische maatregelen; </li><li>voorlichting van de werknemers.</li></ul><p>Voor de gevarenzones verwijst artikel 3.5d, lid 5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit naar bijlage I van <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31999L0092">1999/92/EG.</a> Gevarenzones moeten zijn gemarkeerd. Dit staat in artikel 3.5d, lid 6 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.</p><heading>Explosieveilig materiaal en materieel</heading><p>De eisen voor explosieveilig materiaal en materieel staan in artikel 3.5 onder e van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hier wordt verwezen naar het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016. In het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 staan regels over het op de markt brengen van onder andere apparaten en beveiligingssystemen bestemd voor plaatsen met explosieve atmosferen. In dit besluit is de Productrichtlijn explosieve atmosferen (2014/34/EU) geïmplementeerd. Deze richtlijn wordt ook ATEX 114 genoemd.</p><p>Elektrische en elektronische apparatuur in een gezoneerd gebied moeten explosieveilig zijn uitgevoerd. Deze apparatuur is voorzien van een EG-conformiteitsverklaring en een voorschrift waaruit blijkt dat het toegepaste materieel geschikt is voor toepassing in ruimten waar explosiegevaar kan heersen.</p><p>Elektrisch materieel dat aan de normen voor explosieveiligheid voldoet, is herkenbaar aan het ‘Ex’-teken in een regelmatige zeshoek. Mocht dit niet zichtbaar zijn, dan moet in het logboek een document aanwezig zijn waarin de leverancier verklaart dat het elektrisch materieel voldoet aan de gebruikelijke normen voor explosieveiligheid. Het gaat dan om een zogenoemde EG-verklaring van overeenstemming die vergezeld gaat van een CE-markering.</p><p>Bekabeling wordt gezien als een vaste elektrische verbinding, vrij van vonkvorming en is daarmee vrijgesteld van explosieveiligheidscriteria.</p><heading>Intern noodplan</heading><p>Een intern noodplan is een draaiboek waarin systematisch staat aangegeven wat de organisatie moet doen bij een incident of calamiteit. Een goed voorbereide hulpverlening draagt bij aan het zo veel mogelijk beperken van de gevolgen ervan voor mensen en omgeving. Elke werkgever van een bedrijf met bepaalde hoeveelheden gevaarlijke stoffen moet zorgen dat er een intern noodplan is. Dat staat <a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2&amp;artikel=2.5c">in artikel 2.5c van het Arbeidsomstandighedenbesluit</a>. In <a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008498&amp;hoofdstuk=2&amp;afdeling=2&amp;artikel=2.4">artikel 2.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit </a>staan de grenzen voor de hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Boven die grenzen vallen bedrijven onder de ARIE-regeling en is een intern noodplan verplicht.</p><p>Een intern noodplan bevat in elk geval de onderwerpen die staan in <a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008587&amp;bijlage=II">bijlage II van de Arbeidsomstandighedenregeling.</a></p><p>Meer informatie over interne noodplannen staat op <a href="https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/bedrijfsnoodplan">het Arboportaal.</a></p><heading>Borden en pictogrammen</heading><p>De werkgever is verplicht borden te gebruiken op plaatsen en bij installaties die gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen opleveren. De eisen voor borden en pictogrammen staan in de artikelen <a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008587&amp;hoofdstuk=8&amp;artikel=8.9">8.9, 8.10 en 8.11 van de Arbeidsomstandighedenregeling</a>. Hier staan onder andere eisen over de uitvoering, de begrijpelijkheid en de plaatsing van borden. Veiligheidsborden moeten in één oogopslag duidelijk maken welk gevaar dreigt, wat verboden is of juist verplicht.</p><p>Om misverstanden te voorkomen gelden er normen voor het ontwerp, het beeld (pictogram), de tekst en het kleurgebruik. In <a href="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008587&amp;bijlage=XVIII">bijlage XVIII van de Arbeidsomstandighedenregeling </a>staat welke borden in welke situatie moeten worden gebruikt.</p><p>In de CLP-verordening staan pictogrammen voor de aanduiding van gevaarseigenschappen van chemische stoffen.</p></appendix><appendix id="410d6ff0-a35a-4012-a0f2-7b473e798c2b" normative="true"><title>Voorbeeld noodplan</title><figure id="caeaf531-84cb-4780-8b35-0ed93a30440b"><caption>Voorblad noodplan (voorbeeld)</caption><img src="e4d8cdd0-9b8d-47e2-826c-234225f7f312"/></figure><p><strong>Contactgegevens</strong></p><table id="87a893ca-bdb5-465e-b693-f9905d0c5efc"><caption>Contactgegevens IV-er</caption><thead><tr><th colspan="2"><p><strong>Installatieverantwoordelijke EOS / Netbeheerder</strong></p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Bedrijfsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Straat en huisnummer</p></td><td/></tr><tr><td><p>Postcode en plaatsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Afdeling</p></td><td/></tr><tr><td><p>Bereikbaarheid overdag</p></td><td/></tr><tr><td><p>Mobiel # contactpersoon</p></td><td/></tr><tr><td><p>Mobiel # sleutelbeheerder</p></td><td/></tr></tbody></table><table id="61fa58b8-8880-4a34-a7ba-1ccfaff4baf3"><caption>Contactgegevens fabrikant EOS</caption><thead><tr><th colspan="2"><p><strong>Fabrikant EOS</strong></p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Bedrijfsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Straat en huisnummer</p></td><td/></tr><tr><td><p>Postcode en plaatsnaam</p></td><td/></tr><tr><td>Afdeling</td><td/></tr><tr><td><p>Mobiel # contactpersoon</p></td><td/></tr></tbody></table><table id="d4876132-9924-4363-94e1-c556476183ba"><caption>Contactgegevens onderhoudsbedrijf EOS</caption><thead><tr><th colspan="2"><p><strong>Onderhoudsbedrijf EOS</strong></p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Bedrijfsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Straat en huisnummer</p></td><td/></tr><tr><td><p>Postcode en plaatsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Afdeling</p></td><td/></tr><tr><td><p>Mobiel # contactpersoon</p></td><td/></tr></tbody></table><table id="e3a03274-6f55-40d3-9d40-64a4f050d944"><caption>Contactgegevens onderhoudsbedrijf klimaatinstallatie</caption><thead><tr><th colspan="2"><p><strong>Onderhoudsbedrijf klimaatinstallatie</strong></p></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Bedrijfsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Straat en huisnummer</p></td><td/></tr><tr><td><p>Postcode en plaatsnaam</p></td><td/></tr><tr><td><p>Afdeling</p></td><td/></tr><tr><td><p>Mobiel # contactpersoon</p></td><td/></tr></tbody></table><heading>Algemeen</heading><p>Het EOS is ontworpen om volledig zelfstandig te functioneren. Enkel getrainde en gekwalificeerde personen mogen het EOS betreden. Hoe te handelen in geval van een calamiteit is onderdeel van hun training.</p><p> De goede werking van het EOS wordt op afstand continu gemonitord. Temperatuurbewaking zorgt ervoor dat een onvoorziene stijging van de temperatuur in het EOS direct wordt gesignaleerd en gemeld. Adequaat handelen van de installatie-verantwoordelijke zorgt ervoor dat de kans op een thermal runaway reactie tot een minimum wordt beperkt. Indien dit onverhoopt toch plaatsvindt, of in geval van een externe brand, treedt het noodplan in werking. De toegang tot het EOS vereist het gebruik van een sleutel. Deze is beschikbaar bij de installatieverantwoordelijke of in de sleutelbuis bij de ingang tot het EOS. In geval van meerdere EOS'en zijn deze aan alle buitenzijden duidelijk zichtbaar genummerd.</p><p>Aanwezige compartimenten binnen een EOS (energiedragers, inverters, transformatoren) zijn aangeduid met respectievelijk de letters B, I en T. Deze markering aan de langszijde van het EOS is duidelijk zichtbaar. Bij het combineren van nummering en belletering moet een koppelteken zijn aangebracht (bijvoorbeeld 1-B, 1-I en 1-T).</p><p> Alarmering</p><p>Dit protocol geldt voor alle EOS'en, ongeacht de locatie waar het EOS is geplaatst.</p><p><strong> Brandalarm </strong></p><p>In geval van brandsignalering wordt automatisch de installatieverantwoordelijke van het EOS via het monitoringssysteem gewaarschuwd. De installatieverantwoordelijke (kan ook een PAC zijn) controleert via het monitoringssysteem of de brandmelding bevestigd wordt door andere waarnemingen: foutmeldingen, temperatuur (temperatuursensoren) etc. Indien dit het geval is, wordt het protocol voor “brand” gevolgd. De hulpdiensten worden gewaarschuwd (112). </p><p>Zodra de brandweer op locatie is, treden partijen (brandweer, installatieverantwoordelijke, fabrikant) in overleg (al dan niet telefonisch) om de ernst van de situatie in te schatten en passende maatregelen te treffen. Daarbij wordt de volgende fasering aangehouden: </p><ul><li>Urgent: onmiddellijk elektriciteit afschakelen via netbeheerder (door installatieverantwoordelijke of brandweer) </li><li>Minder urgent: gecontroleerd handmatig elektriciteit afschakelen via de noodstop aan de buitenzijde van het EOS (door installatieverantwoordelijke of brandweer) </li><li>Waakzaamheid: situatie verder bewaken, elektriciteit nog niet afschakelen (wachten op installatieverantwoordelijke of fabrikant) <em>Noot: Zowel het BMS als de system controller moeten bij signalering van te hoge temperatuur het systeem spanningsloos kunnen maken, om in ieder geval elektriciteit als mogelijke energiebron van de brand zoveel mogelijk weg te halen. Bij het spanningsloos maken van het systeem moet zowel de AC voeding als de DC voeding van de energiedragers worden afgeschakeld. </em></li></ul><p><strong>Bedrijfslocatie</strong> </p><p>Wanneer het EOS op een bedrijfslocatie is geplaatst, moet eenieder werkzaam op deze locatie die een bijzonder voorval opmerkt (brand, vrijkomen gaswolk) dit onmiddellijk doorgeven aan de alarmlijn (112) en vervolgens de beveiliging hiervan in kennis te stellen. Indien de betreffende bedrijfsvestiging niet over een beveiliging beschikt, wordt een medewerker van de BHV dan wel de direct leidinggevende geïnformeerd. Deze zorgt voor de opschaling volgens het calamiteitenplan. </p><p><em>Noot: Tot bedrijfslocaties worden ook kantoren en andere instellingen gerekend waar mensen werkzaam zijn.</em> </p><p><strong>Onderhoud</strong> </p><p>Indien zich een ongewoon voorval (brand, vrijkomen van een gaswolk) voordoet tijdens het verrichten van onderhouds-, inspectie- of reparatiewerkzaamheden, brengt het aanwezige personeel binnen het hekwerk zich onmiddellijk in veiligheid. Het ongewoon voorval wordt vervolgens onmiddellijk aan de alarmlijn (112) gemeld. Vervolgens wordt de installatieverantwoordelijke van het voorval in kennis gesteld.   </p><heading>Procedure ongewoon voorval</heading><p>Dit noodplan maakt deel uit van het calamiteitenplan van de bedrijfsvestiging. In geval van ontruiming worden de aanwijzingen strikt gevolgd. De verantwoordelijke voor het uitvoeren van het calamiteitenplan schakelt de installatieverantwoordelijke van het EOS in.</p><heading>Aanpassing calamiteitenplan (indien van toepassing)</heading><p>Dit noodplan maakt deel uit van het calamiteitenplan. Voorafgaand aan plaatsing van het EOS wordt beoordeeld of het calamiteitenplan nog voldoet. Daarbij moet bijzondere aandacht worden besteed aan de verzamelplaats van het personeel in geval van ontruiming. De verzamelplaats moet op een veilige afstand van de EOS zijn gelegen, rekening houdend met het (eventueel) vrijkomen van giftige stoffen.</p><p>Een verzamelpunt wordt gemarkeerd met het hieronder afgebeelde bord, volgens de norm NEN-EN-ISO 7010. Het bord heeft als referentienummer ISO 7010-E007. Het verzamelpunt dient dan wel op eigen terrein ingericht te kunnen worden. Wanneer het verzamelpunt in de openbare ruimte is voorzien, geldt dit bord niet.</p><p> Het symbool is niet voor iedereen bekend. Aanbevolen wordt om het bord te voorzien van een onderbord met een nadere toelichting. Dit moet ook in het noodplan worden toegelicht. Het bord is op ooghoogte geplaatst en moet, vanaf de plek waar het gebouw wordt verlaten, duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn.    </p><figure id="8d97a6dd-e6da-4673-8d9b-1af19b9a99b3"><caption>Symbool verzamelpunt</caption><img src="d9396d26-53e1-422a-8821-637781994feb"/></figure></appendix><appendix id="e76a3e2c-6da8-4899-a1e5-a4c92a73603b"><title>Vrijkomende pyrolyseproducten (onder andere) bij li-ion thermal runaway reactie</title><p>Genoemde waarden zijn gemiddelden en afhankelijk van type energiedrager dat is betrokken (uit verschillende studies tot 2020). N.b. Als elementen (zoals Fluoride) voorkomen in verschillende verbindingen, moet je niet uitgaan van de maximale waarde.</p><figure id="7661c94a-b13d-42a8-bec8-50838b220662"><caption>Vrijkomende pyrolyseproducten</caption><img src="c3f48e43-48f8-4a86-a5eb-7231bbe4455a"/></figure><p>Bovengenoemde stoffen kunnen in vochtige condities reageren tot: </p><ul><li>Waterstoffluoride 	-&gt;  Fluorwaterstofzuur </li><li>Lithiumoxide 	 -&gt; Lithiumhydroxide </li><li>Zwaarmetaaloxides -&gt; Zwaarmetaalhydroxides </li><li>Waterstofchloride	-&gt;  Zoutzuur </li><li>Zwaveldioxide 	-&gt; Zwavel(ig)zuur </li><li>Fosfortrioxide	-&gt; Fosforzuur </li></ul><p>Ook andere verbindingen en reacties zijn mogelijk.</p></appendix><appendix id="8050d555-be6b-4ed7-a15c-108316040dc6"><title>Implementatietermijnen in bestaande situaties</title><heading>Inleiding</heading><p>Deze bijlage bevat implementatietermijnen voor bestaande situaties. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad VTH (BOb) heeft deze termijnen vastgesteld.</p><p>Deze PGS-richtlijn beschrijft de stand van de techniek. Het kan dus voorkomen dat een nieuwe versie van een PGS-richtlijn nieuwe of aangescherpte maatregelen bevat. Deze maatregelen moeten worden getroffen door degene die de activiteit verricht. Het kan voor bestaande situaties onredelijk zijn om te eisen dat deze nieuwe maatregelen onmiddellijk worden getroffen. Daarom bevat deze PGS-richtlijn voor bestaande situaties een implementatietermijn.</p><p>Is er voor de activiteit uit deze PGS-richtlijn een omgevingsvergunning? Dan bepaalt het bevoegd gezag vanaf welk moment de maatregelen worden overgenomen in de vergunning. Het bevoegd gezag kan de implementatietermijn in deze PGS gebruiken als richtsnoer.</p><p>Voor maatregelen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers is het aan de werkgever om te bepalen welke maatregelen hij moet treffen om de werknemers te beschermen volgens de stand van de wetenschap en techniek. Het toezicht op de naleving en juiste invulling van de doelvoorschriften in de Arbeidsomstandighedenwetgeving voor de gezondheid en veiligheid van werknemers is een taak en verantwoordelijkheid van de Inspectie SZW. De Inspectie SZW gebruikt daarbij de implementatietermijnen uit deze PGS-richtlijn. Deze termijnen kunnen ook in een beleidsregel worden opgenomen.</p><p>In <link idref="a6ffff3b-1e68-4507-8648-87bf773f447e"/> is aangegeven op welke wijze de in  <link idref="94230ecb-27b1-4012-b7ac-87b808f02e07"/> opgenomen termijnen tot stand zijn gekomen.  <link idref="a6ffff3b-1e68-4507-8648-87bf773f447e"/> kan worden gebruikt bij het vaststellen van implementatietermijnen in individuele gevallen.</p><table id="a6ffff3b-1e68-4507-8648-87bf773f447e"><caption>Standaard implementatietermijnen</caption><thead><tr><th>Aard van de maatregel</th><th>Veiligheidsurgentieniveau</th><th>Standaard termijn</th></tr></thead><tbody><tr><td rowspan="2"><p><strong>Operationeel/organisatorisch  </strong></p><p>Dit zijn bijvoorbeeld administratieve veranderingen of aanpassingen in procedures en werkwijzen. Denk bijvoorbeeld aan het bijhouden van voorraadlijsten, veiligheidsstudies en noodplannen.</p></td><td><p>Normaal</p></td><td><p>0-1 jaar</p></td></tr><tr><td><p>Hoog</p></td><td><p>0-3 maanden</p></td></tr><tr><td><p><strong>Onderhoud </strong></p><p>Hieronder vallen procedures en termijnen van onderhoud.</p></td><td><p>-</p></td><td><p>0-1 jaar</p></td></tr><tr><td rowspan="2"><p><strong>Randapparatuur  </strong></p><p>Het gaat hier om wijzigingen aan of toevoegingen van apparatuur/installatieonderdelen die niet nodig is/zijn voor het primaire proces, maar bijvoorbeeld meetapparatuur of een blussysteem.</p></td><td><p>Normaal</p></td><td>0-2 jaar<sup>A</sup></td></tr><tr><td><p>Hoog</p></td><td><p>o-3 maanden<sup>A</sup></p></td></tr><tr><td rowspan="2"><p><strong>(Proces)installatie  </strong></p><p>Het gaat hier om wijzigingen aan de installatie zelf of een onderdeel daarvan. Hierbij moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de reguliere onderhoudstops.</p></td><td><p>Normaal</p></td><td><p>0-5 jaar<sup>A</sup></p></td></tr><tr><td><p>Hoog</p></td><td><p>0-2 jaar<sup>A</sup></p></td></tr><tr><td rowspan="2"><p><strong>Bouwkundig  </strong></p><p>Bouwkundige aanpassingen kunnen heel ingrijpend zijn, maar zijn soms ook heel eenvoudig. Voorbeelden zijn het plaatsen van een brandmuur of compartimentering. Per geval moet goed worden beoordeeld wat de consequentie daarvan is.</p></td><td><p>Normaal</p></td><td><p>0-10 jaar <sup>B</sup></p></td></tr><tr><td><p>Hoog</p></td><td><p>0-2 jaar<sup>C</sup></p></td></tr><tr><td colspan="3"><al><li>In beginsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de reguliere onderhoudstops, waardoor verlenging van de maximumtermijn kan worden overwogen.</li><li>10 jaar is alleen van toepassing in bijzondere situaties.</li><li>Bij hoge urgentie is de implementatietermijn maximaal 2 jaar, tenzij het bedrijf kan aantonen dat de aanpassing niet binnen 2 jaar mogelijk is.</li></al></td></tr></tbody></table><heading>Implementatietermijnen door het BOb vastgesteld</heading><p>In dezebijlage  zijn implementatietermijnen opgenomen voor bestaande EOS'en.</p><p> De implementatietermijnen zijn richtinggevend en moeten per individueel geval worden afgestemd op de tijd die nodig is om een maatregel te treffen, (bouw)vergund te krijgen en te financieren. Zo zal een hoge urgentie voor het verbeteren van de veiligheid en/of een hoge veiligheidswinst vragen om een kortere implementatietermijn.</p><table id="94230ecb-27b1-4012-b7ac-87b808f02e07"><caption>Implementatietermijnen in bestaande situaties</caption><thead><tr><th>maatregelnummer</th><th>onderwerp</th><th>termijn</th></tr></thead><tbody><tr><td><p><link idref="e4cbcfa0-4ed2-4e07-94ea-cb6e60b8c3f2"/></p></td><td><p>Normering EOS en energiedrager</p></td><td><p>10 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="eb8c5c7f-e8d8-4c0d-94a7-5568d72a3059"/></p></td><td><p>Ingangscontrole</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><p><link idref="ced9ec25-1da5-47ea-b574-bca32d2b2844"/></p></td><td><p>Traceerbaarheid</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><p><link idref="0db3032e-364c-4a64-bed3-1c8efeb317d6"/></p></td><td><p>Montage energiedrager conform eisen van de producent</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="35ba06b2-aeb5-4b49-9a54-7671d4410cfd"/></td><td><p>Procedure omgang met mogelijk beschadigde energeidragers</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="d40e296e-f0b3-45ea-bf55-42eda7dcf0dc"/></td><td><p>IP-classificatie</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="4574846f-e1a6-47e2-8c82-5bb6809d322d"/></p></td><td><p>Plaatsing EOS</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="2a52812a-716b-42c3-8a89-4dd6a82f5ff4"/></td><td><p>Klimaatbeheersing</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="38598595-82f8-4676-b1ee-fe554db7b38e"/></td><td><p>Koppelen EOS'en met energiedragers van verschillende soort</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="ed0248d6-b3a5-41dc-afe8-17457c2af4f6"/></td><td><p>Brandwerendheid - WBDBO</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="08cd61ac-4bf5-43e3-bad7-c40ae0974558"/></td><td><p>Brandwerendheid - doorvoeringen</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="595c93e7-38dd-4193-a39c-6f4c99d3a465"/></td><td><p>Brandwerendheid - WBDBO gestapelde EOS'en</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="0ae129c1-59a6-4a3c-916c-c02e2442a231"/></p></td><td><p>Overkapping EOS</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="6ed05028-0bdc-416d-8d8c-b9775b48aacc"/></td><td><p>Brandwerendheid - aanvullende eis inpandig EOS</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="09d1ec45-55fd-46f9-a3ba-119398bde897"/></td><td><p>Brandwerendheid energiedragercompartiment</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="52e9bbef-5521-46bd-8096-3fc1664eb8fa"/></td><td>Brandwerendheid energiedragercompartiment<p> - hybride EOS</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="b7a85622-ef55-4a0f-9abe-db4f5e9dadb9"/></p></td><td><p>Compartimentering EOS</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="caa4ffb3-226d-4b1a-9c25-bc1e85fdd126"/></p></td><td><p>Verbod op leidingen door EOS ruimte</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="0f554e55-97e7-4009-9671-3114d04a937e"/></td><td><p>Integriteit EOS</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="d69945a6-ea06-471f-8957-df4904266715"/></td><td><p>Ventilatiesysteem</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="5cc61d35-2db7-4bfe-9845-03d7e669dadf"/></td><td><p>Ventilatiesysteem - inpandig EOS</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="9170d9d0-acc9-4ab4-b68c-2f402c3e8563"/></td><td><p>Noodventilatie</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="1ab0975d-0148-4ff2-92b9-f2e6a36a38fb"/></td><td><p>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="1b1937aa-74cd-4b3a-ae83-7cc15e720280"/></td><td>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging<p>- mobiel EOS</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="3a4327ac-74d0-487d-ab34-a0c8d00bd082"/></td><td>Locatiekeuze en aanrijdbeveiliging<p> - inpandig EOS</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="cb5e51db-ab97-4d04-a25e-048c166bb952"/></p></td><td><p>Locatiekeuze - vluchtweg verblijfsgebouw</p></td><td><p>10 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="7ea254de-a6f4-4e62-a31c-293098d478de"/></td><td><p>Locatiekeuze - bedrijfsterrein</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="dd114896-97af-4d78-be0e-f2390d213bd7"/></td><td>Locatiekeuze<p> - windturbine</p></td><td><p>5 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="fdefa983-4ab6-4686-a605-b65e72ef495e"/></td><td><p>Beveiliging tegen onbevoegden</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="8a65d6f7-7bee-479b-93de-103bd4d22f99"/></td><td><p>Fysieke afscherming - meerdere EOS'en</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="07509829-a1b8-4631-90ea-a728aa6d6f1f"/></td><td><p>Eisen aan camerasysteem</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><p><link idref="15384321-5183-415b-a26f-67d4679e6565"/></p></td><td><p>Ingebruiknamekeuring</p></td><td><p>n.v.t.</p></td></tr><tr><td><link idref="764e2f18-cdb8-47af-a191-4106dc424b72"/></td><td><p>CO- en H2-detectie</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="479a5f23-7588-4fb4-aa5f-10a1ea83c11f"/></td><td><p>Monitoring EOS</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="65b53d8f-4c10-4467-b759-481a26359ec8"/></td><td><p>Preventief afschakelen op basis van alarmeringen</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="b4e9fb97-da3f-4694-a25d-33890752f5be"/></td><td><p>Afschakelen op basis van detectie</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="fac32ec5-ee16-4ac2-b538-813097f4ba6d"/></td><td><p>Noodstopvoorziening</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="7fbd96da-5c42-47e0-9c92-80ab233fca0b"/></td><td><p>Afschakelen module</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="d10cf18f-cdc6-4e0c-829e-c14e70d5b1f9"/></td><td><p>Verwijderen energiedrager na thermal runaway of brand</p></td><td><p>0 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="302bda07-3e74-4637-a148-985096607a5f"/></td><td><p>Toegang tot het EOS</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="4aeabb57-8e61-4362-a289-f60f4ef71d73"/></td><td><p>Vervanging energiedrager</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="61a4417b-738d-440a-97c8-ecca5fa94436"/></td><td><p>Actuele handleiding</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="f54ab8e5-5d09-4d1f-9f4d-4357add43549"/></td><td><p>Ventilatiesysteem - controle en onderhoud</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="c23d267f-8d4a-43f8-b90c-39937974e784"/></td><td><p>Periodieke controle</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="9236225c-ef05-41db-8add-6f12cd508a89"/></td><td><p>Controle mobiel EOS na plaatsing</p></td><td><p>n.v.t.</p></td></tr><tr><td><link idref="c7402217-6c39-4c85-904e-049ed261c8f0"/></td><td><p>Algemene documentatie-eisen - registratiesysteem</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="21381075-5a03-424c-b25e-30f071c688fc"/></td><td><p>Algemene documentatie-eisen - bewaartermijnen</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="696f7da3-f9b3-4e37-ae77-98be530e8e27"/></td><td><p>Competentie-eisen conform NEN 3140</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="ea641e1f-0cd0-491a-926a-3971943c1fde"/></td><td><p>Instructie personeel</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="a3ba11a3-d2bc-446d-8a96-483cdb09e861"/></td><td><p>Bliksembeveiliging en beveiliging elektrotechnische installaties</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="8af8c6f9-e58d-411c-9437-da902ce081b9"/></td><td><p>Onderdelen bliksembeveiligingssysteem</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="020ddcc7-fd1e-4c8a-ac67-0bfb93f2223f"/></td><td><p>Veiligheidsafstanden</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="8362295c-e29f-4827-8329-955c8692b69f"/></td><td><p>Onderlinge veiligheidsafstanden - klein EOS-park</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="0d892c34-7c6b-4d11-9fe3-ef872e475ceb"/></td><td>Onderlinge veiligheidsafstanden - groot EOS-park</td><td>2 jaar</td></tr><tr><td><link idref="4f66f99f-eb57-4489-9e90-7ec35ae6c484"/></td><td><p>Veiligheidsafstanden - tussen EOS-parken</p></td><td>2 jaar</td></tr><tr><td><link idref="3cf952b5-4c38-4c9c-ab49-9b1d714666f2"/></td><td><p>Onderlinge veiligheidsafstanden - inpandig EOS'en</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="5731608d-e20a-4333-9a14-eaa4290095e4"/></td><td><p>Bluswateraansluiting</p></td><td><p>2 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="b7cdf41f-7acd-4c57-be7b-b11eb66c8130"/></td><td><p>Bereikbaarheid van het EOS</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><p><link idref="172fef67-4bcb-4859-bea4-6b30333f5907"/></p></td><td><p>Bereikbaarheid - inpandig EOS</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="6f316f70-3936-4164-99f4-a4f5872518ce"/></td><td><p>Toegankelijkheid EOS-park</p></td><td><p>1 jaar</p></td></tr><tr><td><link idref="6b50a02f-ea3e-4199-9ae4-88ddbd3f1a66"/></td><td><p>Noodplan</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="e35fefdf-0ece-4e00-a5df-d4471211dcf0"/></td><td><p>Noodplan - beproeven</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="2ead4876-791e-4613-a3a5-35cad472b13e"/></td><td><p>Pictogrammen EOS</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr><tr><td><link idref="7786be53-fad2-4c16-8c6b-ca26197aba5d"/></td><td><p>Pictogrammen Hybride EOS</p></td><td><p>3 maanden</p></td></tr></tbody></table></appendix><appendix id="3371528d-affe-4d6d-b71a-0765c905209c"><title>Samenstelling PGS 37-1 team</title><table id="6f59c00d-6466-4ba4-aa52-d6dbebabe69b"><caption>Samenstelling PGS37-1 team</caption><thead><tr><th><strong>Naam </strong></th><th><strong>Organisatie</strong></th><th><strong>Rol</strong></th></tr></thead><tbody><tr><td><p>Elske van de Fliert</p></td><td><p>Zero-e</p></td><td><p>Voorzitter PGS-team</p></td></tr><tr><td><p>Evert van Raaijen</p></td><td>Alfen</td><td><p>Lid namens bedrijfsleven (VNO-NCW/MKB-Nederland)</p></td></tr><tr><td><p>Stefan Olsthoorn</p></td><td>FME</td><td><p>Lid namens bedrijfsleven (VNO-NCW/MKB-Nederland)</p></td></tr><tr><td><p>Casper Scheltinga</p></td><td><p>Timeshift Storage</p></td><td><p>Lid namens bedrijfsleven (VNO-NCW/MKB-Nederland)</p></td></tr><tr><td><p>Maarten Mooij</p></td><td><p>Super-b</p></td><td><p>Lid namens bedrijfsleven (VNO-NCW/MKB-Nederland)</p></td></tr><tr><td><p>Martin Meijer</p></td><td><p>Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond</p></td><td><p>Lid namens (Brandweer Nederland / Veiligheidsregio's)</p></td></tr><tr><td><p>Sander Lepelaar</p></td><td><p>Veiligheidsregio Haaglanden</p></td><td><p>Lid namens (Brandweer Nederland / Veiligheidsregio's)</p></td></tr><tr><td><p>Felix van der Meijden</p></td><td><p>OD Haaglanden</p></td><td><p>Lid namens (toezicht/handhaving)</p></td></tr><tr><td><p>Hans Verhoeven</p></td><td><p>ODZOB</p></td><td><p>Lid namens (toezicht/handhaving)</p></td></tr><tr><td><p>Hans Gerritsen</p></td><td><p>DCMR</p></td><td><p>Lid namens (vergunningverlening)</p></td></tr><tr><td><p>Sasja van den Bergh</p></td><td><p>ODZHZ</p></td><td><p>Lid namens (vergunningverlening)</p></td></tr><tr><td><p>Ronald van de Kasteele</p></td><td>DCMR</td><td><p>Lid namens (vergunningverlening)</p></td></tr><tr><td><p>Rikkert Hansler</p></td><td><p>RIVM</p></td><td><p>Lid namens (Inspectie SZW)</p></td></tr><tr><td><p>Kees de Kraker</p></td><td><p>Inspectie SZW</p></td><td><p>Lid namens (Inspectie SZW)</p></td></tr><tr><td><p>waarnemer</p></td><td/><td><p>Waarnemer namens helpdesk InfoMil</p></td></tr><tr><td><p>Nienke Hosman</p></td><td><p>Vattenfall</p></td><td><p>Deskundige namens Vattenfall (gebruiker)</p></td></tr><tr><td><p>Alwin van Aggelen</p></td><td><p>A-RisC</p></td><td><p>Facilitator risicobenadering / Tekstschrijver</p></td></tr><tr><td><p>Titia Gerritsma</p></td><td>NEN</td><td><p>Projectleider</p></td></tr></tbody></table></appendix></publication>